13 jan 2026 - Redactie VG Visie

‘Circulair bouwen is geen links of rechts thema, maar pure economische noodzaak’

De bouwsector staat onder druk. Grondstoffen worden schaarser, geopolitieke verhoudingen wankelen en de roep om snelheid botst steeds vaker met de noodzaak om duurzaam te bouwen. Midden in dat spanningsveld opereert Cirkelstad, een coöperatie die al bijna twee decennia bedrijven en overheden helpt bij de transitie naar circulair bouwen. We spraken directeur Bert Krikke over missiegedreven werken, het belang van een kloppende businesscase en waarom standvastig overheidsbeleid cruciaal is om de bouwsector echt in beweging te krijgen.

 

Wat is Cirkelstad precies en wat doen jullie?

‘Cirkelstad bestaat inmiddels achttien jaar. Acht jaar geleden zijn we een coöperatie geworden en dat is best bijzonder in het vastgoedveld. Je ziet veel stichtingen en verenigingen, maar wij zijn echt een coöperatie: van en door onze leden. Onze werkzaamheden worden uitgevoerd door de bedrijven en overheden die bij ons zijn aangesloten. We hebben zo’n 250 partners: overheden, marktpartijen en kennisinstellingen. Daarnaast werken we samen met zogenoemde “vriendenorganisaties”. Samen bestrijken we vrijwel heel Nederland.’

Waarom is die coöperatieve vorm zo belangrijk?

‘Omdat het eigenaarschap creëert. Dit is geen club die vanaf de zijlijn roept hoe het moet. Onze leden dóén het. Ze ontwikkelen, bouwen, slopen, financieren en beheren. Wij faciliteren, verbinden en versnellen. Daardoor ontstaat er vertrouwen en kunnen we sneller van inspiratie naar uitvoering.’

Waar richt Cirkelstad zich concreet op?

‘Ik leg het vaak uit aan de hand van vier lijnen. De eerste lijn is onze Cirkelsteden. Dat zijn regionale netwerken waarin we met partners werken aan innovatie, inspiratie en vooral: praktijk. De tijd van alleen praten is echt voorbij. De tweede lijn bestaat uit thematische communities. Denk aan biobased bouwen, infra, circulair slopen, producenten en leveranciers, en een aparte community voor overheden die zich bezighouden met circulair aanbesteden.

De derde lijn zijn onze programma’s. Bijvoorbeeld ’Het Nieuwe Normaal’, het ‘Convenant Toekomstbestendig Bouwen’ en ‘Circulair Financieren en Beleggen ‘. En tot slot hebben we de Cirkelstad Academie waarin opleiding en training een steeds grotere rol spelen.’

Is het stimuleren van circulair bouwen nog steeds nodig?

‘Ja, absoluut. Ik denk niet dat ik in mijn werkzame leven een moment meemaak waarop die missie klaar is. Ik begon in 1987 met de studie Milieukunde en toen dachten we: over tien jaar is dit wel geregeld. Het rapport van de Club van Rome was toen al vijftien jaar oud. Nu, vijftig jaar later, weten we nog steeds dat grondstoffen opraken. Het verschil is dat het probleem nu echt voelbaar wordt, ook economisch en geopolitiek.’

Waarom stappen partijen dan niet vanzelf over op circulair bouwen?

‘Omdat het een transitie is en veranderen is lastig. De lineaire bouwketen is tot in de puntjes georganiseerd. Grondstoffen gaan naar producenten, leveranciers, bouwers – alles is efficiënt en schaalbaar. In een circulaire keten is dat veel complexer. Materialen komen vrij uit bestaande gebouwen en kunnen allerlei routes volgen: hergebruik, recycling, digitale marktplaatsen, donorprojecten. Bovendien zijn we pas net begonnen met het opschalen van biobased bouwen. De circulaire economie is nog niet schaalbaar genoeg. Daardoor is circulair bouwen vaak nog duurder dan lineair en zolang dat zo is, bouwen veel partijen gewoon door zoals ze gewend zijn.’

Hoe doorbreek je dat?

‘De businesscase moet kloppen. Punt. Daarom hebben we het programma Circulair Financieren en Beleggen opgezet. We kijken naar instrumenten die het verschil tussen lineair en circulair verkleinen. Denk aan lagere rente op projectfinanciering, andere fiscale prikkels, of afspraken met de Rijksoverheid over belastingen. Daarnaast zie je dat steeds meer partijen het ook als hun verantwoordelijkheid gaan zien. Grote bouwers en ontwikkelaars zeggen: vanaf nu doen we het anders. Als die grote spelers bewegen, volgen producenten en leveranciers vanzelf.’

Zie je al goede voorbeelden in de praktijk?

‘Zeker. Neem de circulaire renovatie van het voormalige ABN AMRO-hoofdkantoor, of wat er op Schiphol gebeurt: daar proberen ze materialen zoveel mogelijk binnen het terrein te houden. Dat zijn geen kleine experimenten, maar serieuze projecten van grote partijen.
Onze rol is om die voorbeelden zichtbaar te maken. Dat werkt. Andere partijen denken dan: als zij dit kunnen, waarom wij dan niet? Er ontstaat een soort positieve FOMO.’

Wat leren jullie van die projecten?

‘Dat onbekend onbemind is. Veel partijen zijn verbaasd over wat er al kan en tegelijk zie je waar het schuurt. Bijvoorbeeld bij woningcorporaties. Daar leeft soms de neiging om extra uit te leggen dat biobased materialen “net zo goed” zijn. Mijn reactie is altijd: waarom doe je dat? Je legt toch ook niet uit dat er chemische stoffen in een reguliere woning zitten? Als materialen voldoen en gekeurd zijn, gebruik ze dan gewoon. Normaliseren is cruciaal.’

De woningnood is groot. Wordt duurzaamheid dan niet snel ondergeschikt?

‘Dat gevaar is er. Dan hoor je: we moeten snel bouwen, dus doen we het maar even minder circulair. Dat zijn gemiste kansen. Alles wat je nu bouwt, staat er decennialang, dus doe het meteen goed. Vaak kan het al voor bijna dezelfde prijs, soms zelfs goedkoper. En ja, soms iets duurder. Maar neem als markt en overheid die verantwoordelijkheid.’

Je werkt op het snijvlak van overheid en markt. Wat is daarvoor nodig?

‘Standvastigheid. Bedrijven hebben behoefte aan duidelijkheid en consistent beleid. Als je regels opstelt, wijk daar dan niet elke paar jaar van af. Neem de discussie over de aanscherping van de MPG-eisen. Bedrijven investeren om eraan te voldoen en dan wordt de aanscherping weer uitgesteld. Dat ondermijnt vertrouwen. Zet beleid uit voor tien jaar. Dan weten partijen waar ze aan toe zijn en durven ze te investeren.’

Is circulair bouwen volgens jou een politiek thema?

‘Het zou dat eigenlijk niet moeten zijn want circulair bouwen is geen links of rechts thema, maar pure economie. Zonder materialen geen economie. Het heet niet voor niets circulaire economie. Haal dit soort onderwerpen zoveel mogelijk uit de politieke waan van de dag en maak er langetermijnbeleid van.’

Tot slot: wat drijft jou persoonlijk?

‘Dit is voor mij de ultieme plek waar alles samenkomt: ondernemerschap, financiën, overheid en maatschappelijke impact. Ik doe dit niet uit plicht, maar uit passie. En dat geldt voor veel mensen bij Cirkelstad. Iedereen levert hier iets in, omdat we dit belangrijk vinden en dat geeft energie. En zolang die transitie niet af is, blijven we op missie.’

Grootste les uit 2025
‘Geen besluiten vanuit het Rijk leiden tot stagnatie.’

Grootste risico in 2026
‘Dat het ambitieniveau van markt en overheid naar beneden wordt bijgesteld.’

Kans die niemand mag missen
‘Beter benutten van de bestaande voorraad gebouwen voor bijvoorbeeld woonfuncties.’

Samenwerking die het verschil maakt
‘Het betrekken van de financiële sector bij de bouwtransitie.’

Eén project waar je trots op bent
‘Ons Leertraject kleinere gemeenten dat we onlangs gestart zijn, waarin gemeenten onder de 50.000 inwoners in een beperkt tijdsbeslag alle info krijgen om nu écht te starten met de circulaire bouwtransitie.’

All rights reserved © 2026 Young Media