Nieuwbouwwoning in de steigers achter bouwhekken, illustratief bij de sterk verschillende bouwleges per gemeente
30 jul 2026 - Young Media

Bouwleges lopen honderdvoudig uiteen tussen gemeenten.

Bouwleges lopen honderdvoudig uiteen tussen gemeenten.

De bouwleges voor een identieke nieuwbouwwoning verschillen tussen Nederlandse gemeenten tot een factor 170. Dat blijkt uit onderzoek van Vereniging Eigen Huis onder 39 gemeenten, dat op 30 juli 2026 bekend werd. Voor een woning met 300.000 euro aan bouwkosten rekent Wormerland circa 21.000 euro aan leges, terwijl Oegstgeest voor dezelfde aanvraag 122 euro in rekening brengt.

Voor particuliere opdrachtgevers, ontwikkelaars en corporaties raken die verschillen direct aan de haalbaarheid van kleinschalige plannen. Leges zijn geen sluitpost, maar een kostenpost die bij individuele woningbouw zwaar kan meewegen in een markt waarin bouwkosten en financieringslasten de marges al onverminderd onder druk zetten.

Bouwleges van 122 tot 21.000 euro

Vereniging Eigen Huis bracht tussen maart en juli 2026 de tarieventabellen van 39 gemeenten in kaart en rekende telkens dezelfde aanvragen door. Het beeld dat daaruit oprijst is volgens de vereniging niet te verklaren uit de omvang van de gemeente, de complexiteit van de aanvraag of de kosten van de behandeling.

Landelijk komen de bouwleges voor een nieuwbouwwoning binnen het omgevingsplan in 2026 gemiddeld uit op 6.468 euro, een stijging van 2,08 procent. Voor een verbouwing bedraagt het gemiddelde 2.932 euro, 1,13 procent lager dan een jaar eerder. Ook binnen die gemiddelden zijn de uitschieters groot: een verbouwing met 80.000 euro aan bouwkosten kost in Breda 938 euro aan leges en in Zeist 6.525 euro.

Buitenplanse vergunningen drijven kosten op

De grootste bedragen doen zich voor wanneer een plan afwijkt van het omgevingsplan. Voor die buitenplanse omgevingsplanactiviteit bedragen de leges dit jaar gemiddeld 11.007 euro, 0,79 procent meer dan in 2025. Ede rekent voor zo’n aanvraag ruim 45.000 euro, terwijl Amsterdam voor een vergelijkbare vergunning 1.017 euro vraagt.

Juist die categorie is voor de woningbouwopgave relevant. Binnenstedelijke transformatie, het herbestemmen van leegstaand vastgoed en verdichting van bestaande wijken verlopen vaak buitenplans, waardoor initiatiefnemers vooraf moeilijk kunnen inschatten welk bedrag zij aan de gemeente kwijt zijn. Eerder dit jaar bleek al hoezeer een langdurig vergunningstraject de woningbouw in Arnhem kon vertragen.

Geen verplichte rekenmethode voor gemeenten

Gemeenten stellen hun legestarieven zelfstandig vast. Het kostenmodel dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten daarvoor beschikbaar stelt is niet verplicht, en een deel van de gemeenten werkt met genormeerde bouwkosten volgens de zogeheten ROEB-lijst. Daardoor is volgens Vereniging Eigen Huis niet na te gaan of de hoogte van de leges in redelijke verhouding staat tot de werkzaamheden die de gemeente daadwerkelijk verricht.

Volgens algemeen directeur Cindy Kremer van Vereniging Eigen Huis valt op de tarieven geen peil te trekken en moeten gemeenten kunnen uitleggen waarvoor inwoners betalen. De vereniging pleit voor een verplichte landelijke rekenmethode en voor openbaarmaking van de opbouw van de tarieven, zodat aanvragers de rekening kunnen controleren.

Gevolgen voor de woningbouwopgave

De bevindingen komen twee jaar na de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Beide stelsels moesten het vergunningproces voorspelbaarder maken, maar de kostenkant blijft volgens de vereniging grotendeels ongereguleerd. Zelfbouwers betalen bovendien apart voor private kwaliteitsborging.

Voor de bouwsector versterkt dat het beeld dat de rem op de productie niet alleen bij de markt ligt. VG Visie berichtte eerder dat de woningbouw in Nederland daalt door hogere bouwkosten en stroperige vergunningstrajecten, een patroon waarin de leges als extra, slecht voorspelbare variabele meespelen.

Marktinzicht

Voor ontwikkelaars en beleggers onderstreept het onderzoek dat de gemeentelijke kostenkant een reëel onderdeel van de businesscase is geworden, en geen administratieve restpost. Bij projecten met tientallen woningen valt het effect per woning mee, maar bij enkele woningen of bij herbestemming van klein vastgoed kan het verschil tussen twee gemeenten in de duizenden euro’s lopen.

Of er een landelijke rekenmethode komt, is nadrukkelijk een politieke keuze. Zolang die uitblijft, blijft het vergelijken van legestarieven onderdeel van de locatieafweging, en blijven bouwleges een kostenpost die per gemeentegrens fundamenteel kan verschillen.

Foto: Freek Wolsink from Pexels

All rights reserved © 2026 Young Media