Huizenprijzen stijgen tot eind 2027 nauwelijks nog.
De huizenprijzen in Nederland stijgen tot eind volgend jaar maar beperkt, ondanks een snel groeiend woningaanbod en oplopende hypotheekrentes. Dat concludeert ING Research in een nieuw rapport over de woningmarkt. De economen verwachten dit jaar een prijsstijging van 2,5 procent en volgend jaar van slechts 1 procent. Een brede prijsdaling blijft volgens de bank uit: ‘Daarvoor is de koopmarkt nog altijd te krap.’
Daarmee stelt ING zijn verwachting van juli bij. Toen rekende econoom Sander Burgers nog op een gemiddelde huizenprijs die eind 2026 ongeveer 3 procent hoger zou liggen dan een jaar eerder, en op circa 1,5 procent prijsstijging in 2027, schreef InFinance destijds. Burgers voorzag toen ook een recordaantal verkopen: circa 245.000 bestaande koopwoningen in 2026, meer dan de ongeveer 242.000 uit recordjaar 2017.
De afkoeling is ook zichtbaar in de officiële cijfers. Volgens het CBS lagen de prijzen van bestaande koopwoningen in augustus 3,3 procent hoger dan een jaar eerder, tegen 3,9 procent in juli. Ten opzichte van juli daalden de prijzen met 0,1 procent. Het Kadaster registreerde in augustus 18.886 woningtransacties, bijna 3 procent minder dan een jaar eerder. In de eerste acht maanden werden 156.028 woningen verkocht, ruim 4 procent meer dan in dezelfde periode van 2025. De gemiddelde transactieprijs kwam in augustus uit op 503.523 euro.
Het aantal te koop staande woningen loopt intussen op. ‘In vijf jaar tijd is het aanbod bij NVM-makelaars meer dan verdubbeld, van 18.000 naar 37.000 te koop staande woningen. Ondanks het recordaantal woningverkopen komen er momenteel meer woningen op de markt dan er worden verkocht’, aldus ING. Dat is volgens de bank bijzonder: deze eeuw gebeurde het slechts twee keer eerder, tussen 2000 en 2005 door een afkoelende economie en een hoge nieuwbouwproductie, en tussen 2008 en 2013 na de financiële crisis.
De herkomst van het extra aanbod verschilt per regio. In en rond de steden gaat het vooral om huurwoningen die beleggers verkopen, omdat verhuren door belastingmaatregelen van de overheid nog nauwelijks rendabel is. Vorig jaar werden naar schatting zo’n 40.000 huurwoningen verkocht, ongeveer één op de zes bestaande woningverkopen. In de vier grote steden was dat zelfs één op de drie. In landelijke gebieden en aan de randen van Nederland zetten vooral ouderen meer woningen te koop. Ook vakantiewoningen komen door ongunstige belastingmaatregelen steeds vaker op de markt.
De vraag wordt vooral geremd door de hypotheekrente. De gemiddelde aangeboden rente voor een annuïteitenhypotheek met NHG en tien jaar rentevast staat volgens ING op 4,4 procent, tegen 3,6 procent een jaar eerder. De maandlasten voor kopers liggen daardoor ongeveer 6 procent hoger. In juli noemde Burgers nog een rente van ongeveer 4,0 procent. ‘De hogere rentes verslechteren de betaalbaarheid en drukken de maximale leencapaciteit’, aldus de bank.
Toch ziet Burgers de verruiming nog niet als het einde van de krapte. ‘Pas wanneer de vraag flink uitvalt zullen er brede prijsdalingen kunnen optreden, maar dat is nu niet aan de orde’, zegt hij. ‘Historisch gezien is het woningaanbod nog steeds laag. Kopers hebben relatief weinig keus en de woningen die op de markt komen worden snel verkocht.’
Voor beleggers en ontwikkelaars betekent het rapport dat de huizenprijzen voorlopig geen motor meer zijn voor waardegroei. De hogere rentes maken de woningmarkt volgens ING kwetsbaarder voor vraaguitval, en daarmee groeit het risico op lokale prijsdalingen. Het CBS telde in het tweede kwartaal al zes gemeenten waar bestaande koopwoningen goedkoper werden. Eerder schreef VG Visie over de afvlakkende huizenprijzen in augustus en over de remmende werking van de hypotheekrente op de woningmarkt.
Foto: Julia Taubitz via Unsplash. Bron: ING Research via ANP en PropertyNL (30 september 2026) / CBS en Kadaster (22 september 2026) / InFinance (28 juli 2026)