Rij bakstenen eengezinswoningen met jonge bomen in een Nederlandse woonstraat
22 okt 2026 - Young Media

Huizenprijzen dalen licht, jaarstijging zakt naar 2,9%.

Huizenprijzen dalen licht, jaarstijging zakt naar 2,9%.

De huizenprijzen in Nederland zijn in september licht gedaald. Bestaande koopwoningen waren gemiddeld 0,4 procent goedkoper dan in augustus, terwijl de stijging ten opzichte van een jaar eerder terugliep van 3,3 naar 2,9 procent. Dat blijkt uit cijfers die het CBS en het Kadaster op 22 oktober 2026 publiceerden.

Volgens het CBS vlakt de jaarstijging sinds november 2024 bijna onafgebroken af. Toen lagen de prijzen nog 11,9 procent hoger dan een jaar eerder. De prijsindex (2020=100) kwam in september uit op 156,0, waarmee woningen gemiddeld nog altijd 17,3 procent duurder zijn dan bij de vorige piek in juli 2022.

Transacties zakken ruim 7 procent

Ook het aantal verkopen loopt terug. Het Kadaster registreerde in september 20.383 woningtransacties, 7,1 procent minder dan in september 2025. Over de eerste negen maanden van 2026 gaat het nog wel om 176.411 verkochte woningen, bijna 3 procent meer dan een jaar eerder. De gemiddelde verkoopprijs van een bestaande koopwoning kwam in september uit op 504.658 euro; anders dan de prijsindex is dat bedrag niet gecorrigeerd voor kwaliteitsverschillen tussen woningen.

Over het hele derde kwartaal waren bestaande koopwoningen 3,4 procent duurder dan een jaar eerder, tegen 4,2 procent in het tweede kwartaal. Het is het elfde kwartaal op rij met een prijsstijging. Ten opzichte van het voorgaande kwartaal stegen de prijzen met 1,0 procent. Er werden bijna 62.000 verkopen geregistreerd, 1,7 procent minder dan in het derde kwartaal van 2025.

Fryslân en Drenthe stijgen het hardst

De regionale verschillen zijn groot. In Fryslân en Drenthe stegen de huizenprijzen in het derde kwartaal met 5,7 procent het sterkst, gevolgd door Overijssel (4,5 procent) en Groningen en Gelderland (beide 4,4 procent). Noord-Holland had voor het zesde kwartaal op rij de kleinste stijging, met 1,8 procent. In Flevoland daalde het aantal transacties met 7,6 procent het meest; alleen in Overijssel en Groningen werden meer woningen verkocht dan een jaar eerder.

Van de vier grote steden noteerde Den Haag met 4,4 procent de grootste prijsstijging, maar daar daalde het aantal verkopen ook het sterkst, met 7,0 procent. Rotterdam volgt met een prijsstijging van 2,9 procent en 6,5 procent minder transacties. In Utrecht stegen de prijzen met 2,0 procent bij iets meer verkopen, in Amsterdam bleef de stijging beperkt tot 1,0 procent.

Naar woningtype werden twee-onder-een-kapwoningen met 4,5 procent het sterkst duurder, gevolgd door vrijstaande woningen met 4,1 procent. Appartementen stegen met 2,8 procent het minst. Het aantal verkochte vrijstaande woningen nam met 4,7 procent het sterkst af; alleen hoekwoningen werden vaker verkocht dan een jaar eerder.

Meer aanbod remt huizenprijzen

De cijfers sluiten aan bij het beeld dat makelaarsvereniging NVM op 8 oktober schetste. Bij NVM-makelaars stonden eind september 39.000 bestaande woningen te koop, 24 procent meer dan een jaar eerder, en de gemiddelde verkoopprijs steeg met 1,8 procent tot 503.000 euro. Het aandeel woningen dat boven de vraagprijs werd verkocht, daalde van 71 procent naar bijna twee derde, terwijl de verkooptijd opliep van 29 naar 31 dagen. De NVM-krapte-indicator steeg van 2,3 naar 2,8, wat volgens de vereniging nog altijd duidt op een krappe markt.

Volgens de NVM komt de groei van het aanbod vooral uit appartementen, mede doordat voormalige huurwoningen te koop worden gezet. Daarnaast stonden circa 21.500 nieuwbouwwoningen te koop, het hoogste niveau sinds eind 2015, terwijl de nieuwbouwverkoop met circa 6.000 woningen voor het vierde kwartaal op rij lager lag dan een jaar eerder. Eerder bleek al dat de verkoop van nieuwbouwwoningen al vier kwartalen daalt.

Het sentiment onder consumenten helpt de koopmarkt evenmin. Het consumentenvertrouwen kwam volgens het CBS in oktober uit op -34, tegen -33 een maand eerder, en de koopbereidheid zakte van -17 naar -18.

Marktinzicht

De septembercijfers bevestigen dat de woningmarkt na de sterke prijsgroei van 2024 en 2025 verder afkoelt, al gaat het nog niet om een brede prijsdaling. De combinatie van een lichte maandelijkse daling met minder transacties, meer aanbod en zwakker consumentenvertrouwen wijst op een markt waarin kopers meer onderhandelingsruimte krijgen. Na de afvlakking van de huizenprijzen in augustus is het de volgende stap in die richting.

Voor ontwikkelaars en beleggers betekent dit dat de regionale verschillen zwaarder gaan wegen. Waar de prijsstijging in het noorden en oosten van het land nog stevig is, staat die in Noord-Holland en Amsterdam vrijwel stil. Dat beeld past bij de afkoeling die al in de woningmarkt in het eerste kwartaal zichtbaar werd, en maakt een woningbouwprogramma dat aansluit bij de lokale vraag belangrijker dan ooit.

Foto: Jan van der Wolf via Pexels (illustratief)

All rights reserved © 2026 Young Media