De Wet goed verhuurderschap levert in Utrecht nauwelijks sancties op, en de gemeente onderzoekt daarom of de aanpak van verhuurders strenger moet. Dat blijkt uit antwoorden van het college op raadsvragen, waarover RTV Utrecht op 11 oktober 2026 berichtte. Utrecht gaat in gesprek met Rotterdam, waar bij een overtreding in principe direct een boete volgt.
In heel 2025 gaf Utrecht zes waarschuwingen en legde de gemeente één bestuurlijke boete op wegens overtreding van de Wet goed verhuurderschap. Rotterdam legde volgens zes Utrechtse raadsfracties tussen 1 juli en 31 december 2025 in totaal 25 sancties op, in de vorm van boetes of een last onder dwangsom, terwijl nog 54 zaken lopen. De vragen kwamen van GroenLinks-PvdA, Student & Starter, UtrechtNu!, Partij voor de Dieren, D66 en CDA.
Utrecht waarschuwt verhuurders bij een eerste overtreding doorgaans eerst. Het college erkent dat boetes afschrikwekkend kunnen werken, maar heeft nog niet besloten de Rotterdamse werkwijze over te nemen. De gemeente wil voorkomen dat de rechter een sanctie als te zwaar beoordeelt. Huurders melden misstanden volgens het college bovendien niet altijd, uit vrees hun woning te verliezen.
Utrecht werkt toe naar een verhuurvergunning in 2028; de raad ontvangt de besluitvormende stukken uiterlijk in oktober 2027. In een raadsbrief van 10 maart 2026 wees het college zes wijken aan: West, Noordwest, Overvecht, Binnenstad, Zuid en Zuidwest. Daar staan 24.088 particuliere huurwoningen van 9.235 eigenaren. De invoering zou gefaseerd verlopen, met één wijk per jaar, maar stuitte eerder op ontbrekende financiële middelen.
Voor particuliere verhuurders en woningbeleggers kan het handhavingsrisico daarmee toenemen, ruim voordat de vergunningplicht ingaat. De ontwikkeling valt samen met het moment waarop de uitponding van huurwoningen naar het duurste segment verschuift en waarop het Rijk de huurregels versoepelt om het woningaanbod te vergroten.
Foto: Krijn Siefken via Pexels (illustratief). Bron: RTV Utrecht / gemeente Utrecht, 11 oktober 2026