26 jun 2026 - Young Media

CO₂-negatieve woningbouw in Marknesse laat zien hoe biobased bouwen kan opschalen.

CO₂-negatieve woningbouw in Marknesse laat zien hoe biobased bouwen kan opschalen.

De verduurzaming van de Nederlandse woningbouw bevindt zich in een nieuwe fase. Waar de sector zich de afgelopen jaren vooral richtte op energiezuinige gebouwen en emissiereductie tijdens de gebruiksfase, verschuift de aandacht steeds nadrukkelijker naar de milieu-impact van bouwmaterialen zelf. In Marknesse heeft architectenbureau ORGA samen met woningcorporatie Mercatus een woonproject gerealiseerd dat deze ontwikkeling concreet maakt. De twaalf sociale huurwoningen zijn ontworpen als een schaalbaar biobased bouwconcept dat gedurende de volledige levenscyclus meer CO₂ opslaat dan tijdens de productie en bouw wordt uitgestoten. Daarmee geldt het project als een praktijkvoorbeeld van de volgende generatie duurzame woningbouw.

De ontwikkeling sluit aan bij de groeiende aandacht voor Whole Life Carbon, waarbij niet alleen het energieverbruik van een gebouw wordt beoordeeld, maar ook de emissies die vrijkomen bij materiaalwinning, productie, transport, onderhoud en toekomstige herbestemming. Door deze bredere benadering verschuift duurzaamheid van operationele prestaties naar de volledige levenscyclus van vastgoed.

Biobased materialen als strategische bouwsteen.

Het woonproject in Marknesse is ontwikkeld vanuit het uitgangspunt dat materiaalgebruik een doorslaggevende rol speelt in het terugdringen van de klimaatimpact van de gebouwde omgeving. Ongeveer 76 procent van de toegepaste materialen bestaat uit biobased of circulaire grondstoffen, waaronder houtconstructies en houtvezelisolatie. Alleen onderdelen waarvoor momenteel nog geen volwaardig biobased alternatief beschikbaar is, zoals de fundering, beglazing en bevestigingsmaterialen, zijn uitgevoerd in conventionele materialen.

Door koolstof op te slaan in natuurlijke bouwmaterialen ontstaat een woning die netto meer CO₂ vasthoudt dan tijdens de realisatie wordt uitgestoten. Daarmee verschuift het uitgangspunt van ‘minder uitstoten’ naar ‘actief koolstof opslaan’, een ontwikkeling die steeds belangrijker wordt binnen Europese klimaatdoelstellingen en duurzaamheidsrapportages.

Industrialisatie maakt duurzame woningbouw schaalbaar.

Naast de materiaalkeuze vormt industrialisatie een belangrijk onderdeel van het concept. De woningen zijn opgebouwd uit geprefabriceerde houten bouwelementen die grotendeels in een gecontroleerde productieomgeving zijn vervaardigd en vervolgens op locatie zijn gemonteerd. Deze werkwijze verkort de bouwtijd, vermindert transportbewegingen en beperkt bouwafval aanzienlijk.

Voor de Nederlandse woningmarkt is dit relevant omdat de sector tegelijkertijd kampt met een hoge woningvraag, personeelstekorten en stijgende bouwkosten. Prefabricage biedt ontwikkelaars en woningcorporaties meer voorspelbaarheid in planning, kwaliteit en kostenbeheersing, terwijl biobased materialen bijdragen aan een lagere milieubelasting.

De combinatie van industriële bouwmethoden en natuurlijke materialen laat zien dat duurzaamheid en productiviteit elkaar niet hoeven uit te sluiten.

Sociale woningbouw als proeftuin voor innovatie.

Opvallend is dat de woningen niet zijn ontwikkeld voor het hogere marktsegment, maar voor de sociale huursector. Daarmee laat het project zien dat innovatieve bouwconcepten ook toepasbaar zijn binnen betaalbare woningbouw.

Voor woningcorporaties groeit de uitdaging om tegelijkertijd nieuwe woningen toe te voegen, bestaande portefeuilles te verduurzamen en te voldoen aan strengere klimaatdoelstellingen. Projecten zoals Marknesse laten zien dat biobased bouwen niet uitsluitend geschikt is voor experimentele pilotprojecten, maar ook kan worden ingezet binnen reguliere woningbouwprogramma’s.

Deze ontwikkeling kan de komende jaren aan belang winnen nu zowel nationale als Europese regelgeving steeds meer nadruk legt op de milieuprestaties van nieuwbouw.

Materialenpaspoort ondersteunt circulair vastgoedbeheer.

Een belangrijk onderdeel van het project is het gebruik van een digitaal materialenpaspoort via Madaster. Hierin worden alle toegepaste materialen geregistreerd, inclusief hun herkomst, eigenschappen en mogelijkheden voor toekomstig hergebruik. Hierdoor ontstaat gedurende de volledige levensduur van het gebouw inzicht in de samenstelling van het vastgoed.

Voor beleggers, woningcorporaties en assetmanagers biedt deze informatie steeds meer waarde. Transparantie over materiaalgebruik ondersteunt circulair onderhoud, toekomstige renovaties en de restwaardebepaling van gebouwen. Bovendien sluit een materialenpaspoort aan bij de groeiende vraag naar ESG-data en duurzaamheidsrapportages binnen de vastgoedsector.

Natuurinclusief ontwerp versterkt leefomgeving.

Naast circulariteit is ook biodiversiteit geïntegreerd in het ontwerp. De woningen bevatten voorzieningen voor vogels en vleermuizen, waardoor natuurinclusief bouwen onderdeel wordt van de architectuur zelf in plaats van een afzonderlijke landschappelijke maatregel.

Ook het binnenklimaat is gebaseerd op natuurlijke principes. Dankzij dampopen wandconstructies en het gebruik van natuurlijke isolatiematerialen kunnen temperatuur en vocht op een passieve manier worden gereguleerd. Hierdoor ontstaat een gezond woonklimaat met een beperkte afhankelijkheid van mechanische installaties.

Nieuwe standaard voor duurzaam vastgoed.

De oplevering van het project onderstreept een bredere verschuiving binnen de Nederlandse vastgoedsector. Waar duurzaamheid voorheen vaak werd beoordeeld op energieverbruik tijdens de exploitatiefase, wordt steeds vaker gekeken naar de volledige milieu-impact van gebouwen vanaf de eerste ontwerpfase.

Voor ontwikkelaars betekent dit dat materiaalkeuzes, CO₂-opslag, circulariteit en industriële bouwmethoden steeds belangrijkere concurrentiefactoren worden. Institutionele beleggers en financiers kijken eveneens nadrukkelijker naar de klimaatbestendigheid van vastgoedportefeuilles, mede onder invloed van Europese duurzaamheidswetgeving en strengere rapportageverplichtingen.

Marktperspectief

Het woonproject in Marknesse laat zien dat biobased woningbouw zich ontwikkelt van innovatieve demonstratie naar een realistisch en opschaalbaar bouwconcept. Door betaalbaarheid, industrialisatie, circulariteit en CO₂-reductie te combineren ontstaat een model dat aansluit bij zowel de Nederlandse woningbouwopgave als de Europese klimaatambities.

Voor woningcorporaties, ontwikkelaars en institutionele investeerders biedt het project waardevolle inzichten in hoe duurzame materiaalkeuzes kunnen worden geïntegreerd zonder concessies te doen aan schaalbaarheid of betaalbaarheid. Naarmate regelgeving zich sterker richt op de totale klimaatimpact van gebouwen, zullen projecten als Marknesse naar verwachting een steeds belangrijkere referentie vormen voor toekomstige gebiedsontwikkelingen en vastgoedinvesteringen.

Foto: Tromp Willem van Urk

All rights reserved © 2026 Young Media