Nederlandse nieuwbouwwoningen waar starters met een starterslening een koopwoning financieren
20 aug 2026 - Young Media

Starterslening dekt gat tussen hypotheek en huizenprijs.

Starterslening dekt gat tussen hypotheek en huizenprijs.

De starterslening wordt in Nederland steeds vaker ingezet om het verschil te overbruggen tussen de maximale bankhypotheek en de vraagprijs van een woning. Volgens cijfers van het Kadaster, die op 20 augustus 2026 bekend werden, financierde ruim 8 procent van de starters de eerste koopwoning in de eerste helft van 2026 mede met een starterslening, tegen circa 6,4 procent een jaar eerder.

Het aandeel ligt daarmee ruim twee keer zo hoog als in 2021, toen volgens het Kadaster 3,2 procent van de starters van de regeling gebruikmaakte. De cijfers laten zien hoezeer de financierbaarheid van koopwoningen onder druk staat, terwijl het aantal transacties onverminderd op peil blijft.

Starterslening groeit naar ruim 8 procent

De starterslening is een aanvullende lening die gemeenten verstrekken en die het gat dicht tussen de hypotheek die een bank op basis van het inkomen wil verstrekken en de daadwerkelijke koopsom. De lening is gemaximeerd op 20 procent van de koopsom en kent de eerste drie jaar geen rentelasten, waardoor de maandlasten in de beginjaren beperkt blijven.

De gemiddelde starterslening kwam in het afgelopen halfjaar uit op circa 37.000 euro, tegen ongeveer 35.700 euro een jaar eerder en ruim 30.000 euro in de eerste helft van 2021. Inmiddels bieden 250 van de 342 Nederlandse gemeenten de regeling aan.

Volgens Lianne Hans van het Kadaster is die groei maar deels te verklaren uit het toenemende aantal deelnemende gemeenten. Zij wijst er nadrukkelijk op dat vooral de gestegen huizenprijzen ervoor zorgen dat kopers steeds vaker aanvullende financiering nodig hebben.

Hypotheeksom stijgt naar ruim 517.000 euro

De bredere hypotheekcijfers onderstrepen dat beeld. In de eerste zes maanden van 2026 werden bijna 217.000 hypotheken ingeschreven, circa 5 procent meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. Het totale hypotheekbedrag kwam volgens het Kadaster uit op 84,8 miljard euro, ruim 8 procent hoger dan een jaar eerder.

De gemiddelde hypotheeksom voor de aankoop van een woning bedroeg ruim 517.000 euro, een stijging van circa 5 procent op jaarbasis. Die toename volgt grotendeels de prijsontwikkeling op de koopmarkt, waardoor het bedrag dat een starter zelf of via een aanvullende lening moet inbrengen navenant meegroeit.

Texel en Lelystad lopen tegen budgetplafonds

Het gebruik van de regeling verschilt sterk per gemeente. In Texel en Lelystad werd volgens het Kadaster ongeveer de helft van de verkochte woningen mede met een starterslening gefinancierd, veruit het hoogste aandeel van het land.

In Lelystad bleek het beschikbare gemeentelijke budget daardoor niet toereikend, waardoor aanvragers op een wachtlijst terechtkwamen. Dat illustreert de begrenzing van het instrument: de starterslening verruimt de leencapaciteit van individuele kopers, maar de omvang ervan wordt bepaald door de begroting van de gemeente en niet door de vraag.

Eigen geld weegt zwaarder in de financiering

Tegelijk verschuift de financieringsmix breder over de markt. Woningen werden in de eerste helft van 2026 voor gemiddeld 87 procent met een hypotheek gefinancierd, tegen 92 procent in de eerste helft van 2019. Het resterende deel komt uit eigen middelen, overwaarde of schenkingen.

Bij woningen boven een miljoen euro loopt dat aandeel verder terug tot circa 70 procent. Voor de koopmarkt betekent dit dat de toegang tot eigen vermogen steeds bepalender wordt voor de vraag welke huishoudens kunnen doorstromen, terwijl het teruglopende aandeel starters op de woningmarkt al langer zichtbaar is.

Marktinzicht

Voor gemeenten, ontwikkelaars en financiers markeren de cijfers een verschuiving in de manier waarop betaalbaarheid wordt georganiseerd. Waar de leencapaciteit vroeger vrijwel volledig door het inkomen en de stand van de hypotheekrente werd bepaald, vult publiek geld dat verschil nu bij een groeiende groep kopers aan.

Die constructie werkt zolang gemeentelijke fondsen toereikend zijn en de prijzen niet verder oplopen dan de aanvullende lening kan dekken. Voor de vastgoedsector is de belangrijkste signaalwaarde dat de vraag naar betaalbare koopwoningen in het lagere en middensegment onverminderd groot blijft, maar dat die vraag steeds vaker alleen met aanvullende instrumenten omgezet kan worden in een transactie.

Foto: Mateo Jurin from Pexels

All rights reserved © 2026 Young Media