Skyline met bouwkranen boven een Nederlandse stad, illustratief bij grootschalige woningbouw
01 sep 2026 - Young Media

Grootschalige woningbouw krijgt vijf nieuwe rijkslocaties.

Grootschalige woningbouw krijgt vijf nieuwe rijkslocaties.

Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft vijf nieuwe gebieden aangewezen als grootschalige woningbouwlocatie. In Deventer, Haarlem, Leeuwarden, Maastricht en Weert moeten samen circa 30.000 woningen worden gebouwd, versneld en tot en met 2035. De aanwijzing werd op 1 september 2026 bekend via een brief aan de Tweede Kamer.

Met de aanwijzing komen de vijf gebieden in aanmerking voor rijksondersteuning bij planvorming en vergunningverlening. Het kabinet wil de woningproductie optrekken naar 100.000 woningen per jaar en zet daarbij nadrukkelijk in op binnenstedelijke locaties waar bestaande infrastructuur al aanwezig is.

Vijf gebieden, circa 30.000 woningen

Het grootste programma ligt in Maastricht, waar de Spoorzone volgens de aanwijzing ruimte biedt aan circa 8.000 woningen. In Leeuwarden gaat het om het gebied Middelsee-Spoordok met circa 6.000 woningen, in Weert om de Spoorzone met circa 5.000 woningen.

Deventer krijgt met Centrum, Schil en Keizerslanden een opgave van 5.000 tot 6.000 woningen; voor Haarlem Schalkwijk geldt eenzelfde bandbreedte. Vier van de vijf gebieden liggen rond een station, waarmee het Rijk kiest voor verdichting op plekken die al goed ontsloten zijn. In Deventer sloot eerder deze week ook de gebiedsontwikkeling op het Roto-terrein met ruimte voor 700 woningen aan bij diezelfde binnenstedelijke lijn.

Volgens HBP Media gaat het bij elkaar om huisvesting voor ongeveer 60.000 woningzoekenden. De gebieden zijn vooraf getoetst op water en bodem, netcongestie, stikstof, drinkwatercapaciteit en de aanwezigheid van bedrijvigheid.

Rijk kiest locaties zonder extra investeringen

Anders dan bij eerdere aanwijzingen gaat er geen aanvullend rijksgeld naar de vijf gebieden. Volgens de NOS is nadrukkelijk gezocht naar locaties waar geen extra investeringen in weg of spoor nodig zijn om de woningen te kunnen realiseren.

Dat is een bewuste correctie op de praktijk van de afgelopen jaren, waarin een deel van de eerder aangewezen gebieden vastliep op de financiering van bijbehorende infrastructuur. Door vooraf op uitvoerbaarheid te selecteren, moet de kans kleiner worden dat plannen alsnog stil komen te liggen.

Voor gemeenten betekent die keuze dat de aanwijzing vooral procesondersteuning oplevert en geen directe bijdrage aan de onrendabele top. De betaalbaarheid van de programma’s blijft daarmee afhankelijk van bestaande regelingen en van de bereidheid van marktpartijen en corporaties om te investeren.

Van 21 naar 26 grootschalige woningbouwgebieden

De vijf locaties komen bovenop de 21 gebieden die het Rijk eerder had aangewezen. Volgens Volkshuisvesting Nederland tellen de 26 nationale grootschalige woningbouwgebieden samen circa 430.000 nieuwe woningen tot en met 2035.

Daarmee groeit het aandeel van de woningbouwopgave dat via een gerichte rijksaanpak wordt gestuurd. Later dit jaar wijst de minister nog vijf locaties aan, waarmee het totaal op 31 gebieden uitkomt.

De geografische spreiding is opvallend. Waar de eerste lichting grootschalige woningbouwgebieden sterk leunde op de Randstad en de grote stedelijke regio’s, liggen vier van de vijf nieuwe locaties buiten de Randstad. Dat past bij de vraagverschuiving naar middelgrote steden die zich de afgelopen jaren in de koop- en huurcijfers aftekende.

Snellere vergunningen als belangrijkste instrument

Boekholt-O’Sullivan stelt dat door meer en sneller vergunningen te verlenen eerder met de bouw kan worden begonnen. Het instrumentarium is daarmee vooral procedureel van aard: kortere doorlooptijden, minder bezwaarrisico en meer regie op de planning.

Dat sluit aan bij de knelpunten die de sector zelf benoemt. Eerder wees VG Visie op de daling van de woningbouwproductie door stijgende bouwkosten en haperende vergunningverlening, waarbij het tempo van besluitvorming minstens zo bepalend bleek als de beschikbaarheid van locaties.

Vooruitblik

Voor projectontwikkelaars en institutionele beleggers vergroot de aanwijzing de voorspelbaarheid van vijf binnenstedelijke pijplijnen tot 2035. Juist die zichtbaarheid op fasering en aantallen is bepalend voor het aandurven van langjarige posities in stationsgebieden buiten de Randstad.

Tegelijk verschuift het financiële risico daarmee naar de markt. Zonder aanvullend rijksgeld zal per gebied moeten blijken of de gewenste mix van sociale huur, middenhuur en koop bij de huidige bouwkosten en rentestanden sluitend te krijgen is.

Foto: Haberdoedas Photography from Pexels

All rights reserved © 2026 Young Media