Schorsing kwaliteitsborger legt 1.300 bouwprojecten stil.
De Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw heeft eind augustus 2026 twee kwaliteitsborgers geschorst, waardoor bij naar schatting 1.300 lopende bouwprojecten geen geldige kwaliteitsborging meer aanwezig is. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten waarschuwde op 1 september 2026 dat gemeenten de bouw op die locaties per direct moeten stilleggen. Het gaat om Bureau Kwaliteitsborging uit Amersfoort en Borgings Combinatie Nederland uit Heerlen.
Daarmee raakt een handhavingsbesluit over twee ondernemingen in een klap een substantieel deel van de Nederlandse bouwproductie in gevolgklasse 1. Volgens Binnenlands Bestuur komen bij de circa 1.300 actieve projecten nog enkele honderden bouwwerken in de offertefase, die eveneens vertraging oplopen.
Sinds de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in werking trad, is voor bouwwerken in gevolgklasse 1 een toegelaten kwaliteitsborger verplicht. Die controleert tijdens het ontwerp en op de bouwplaats of het bouwwerk aan de wettelijke technische voorschriften voldoet, en legt dat bij de gereedmelding vast. Gevolgklasse 1 omvat de eenvoudiger bouwwerken: grondgebonden eengezinswoningen, kleinere bedrijfsgebouwen en vergelijkbare projecten.
De Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw houdt het openbare register bij waarin per kwaliteitsborger zichtbaar is welk instrument wordt gebruikt en of de toelating geldig is. Een schorsing is in dat register direct af te lezen, zodat gemeenten kunnen nagaan welke projecten het betreft. Naast de twee bureaus die eind augustus werden geschorst, staat sinds mei 2026 ook een derde kwaliteitsborger uit Den Haag op non-actief.
Voor gemeenten en omgevingsdiensten laat de wet weinig ruimte. Zij zijn bevoegd gezag en moeten de bouw stilleggen zodra de kwaliteitsborger zijn werkzaamheden niet langer mag uitvoeren. Volgens de VNG blijft die verplichting staan tot de schorsing wordt opgeheven of tot een andere, wel toegelaten kwaliteitsborger is aangemeld.
De juridische grondslag ligt in de Woningwet, die het bevoegd gezag verplicht toe te zien op een juiste toepassing van het instrument voor kwaliteitsborging. Volgens een analyse op vakplatform Omgevingsweb van 31 augustus 2026 kan een geschorste kwaliteitsborger de vereiste verklaring bij de gereedmelding niet afgeven. Doorbouwen is daarmee zinloos, omdat het bouwwerk niet rechtmatig in gebruik kan worden genomen.
De schorsing van een kwaliteitsborger heeft zo onmiddellijke gevolgen op de bouwplaats. Het aanmelden van een vervanger volstaat bovendien niet altijd: wijzigt het gebruikte instrument of de scope van de borging, dan kan een nieuwe bouwmelding nodig zijn, met de bijbehorende wachttermijn voordat het werk mag worden hervat.
Wie de rekening betaalt, hangt af van de contractvorm. In beginsel komen de extra kosten voor rekening van de opdrachtgever, maar in veel bouwcontracten is het inschakelen van een kwaliteitsborger nadrukkelijk bij de aannemer belegd. In die gevallen draait de bouwer zelf op voor de stilstand, de herplanning van onderaannemers en de langere doorlooptijd.
Dat raakt een sector waarin de marges al onder druk staan. De daling van de woningbouw door bouwkosten en vergunningen maakt dat elke onvoorziene stilstand direct doorwerkt in de opleverprognoses voor 2027 en 2028.
De schorsingen leggen een structureel kenmerk van het stelsel bloot: de bouwproductie in gevolgklasse 1 leunt op een beperkt aantal toegelaten private partijen. Valt een grote speler weg, dan is er geen publieke terugvaloptie, omdat de gemeentelijke bouwtechnische toets bij invoering van de Wkb juist is losgelaten.
De ontwikkeling past in een breder beeld waarin de bouwopgave steeds vaker vastloopt op procedurele en institutionele randvoorwaarden in plaats van op bouwcapaciteit. Ook de discussie over vergunningsvrij bouwen, dat in Vught zijn eerste test krijgt, draait om de vraag hoeveel toetsmomenten nodig zijn om kwaliteit te borgen zonder de productie te vertragen.
Op korte termijn is de vraag hoe snel de betrokken bouwers een alternatieve kwaliteitsborger vinden. Het aanbod van toegelaten borgers is eindig, en een plotselinge vraag vanuit ruim duizend projecten legt druk op de beschikbare capaciteit en naar verwachting ook op de tarieven.
Voor ontwikkelaars en beleggers met woningen in aanbouw betekent dit dat opleverdata opnieuw tegen het licht moeten, inclusief de gevolgen voor huurstart, financieringsvoorwaarden en verkoopafspraken. Voor het stelsel zelf ligt de vraag scherper: of de Toelatingsorganisatie en de instrumentaanbieders het toezicht zo kunnen inrichten dat een schorsing van een kwaliteitsborger niet meteen de bouw van honderden woningen raakt.
Foto: Daria Nepriakhina from Unsplash