Serverracks in een datacenter dat onder het Europese energielabel valt
22 sep 2026 - Young Media

Energielabel datacenters wordt Europees verplicht.

Energielabel datacenters wordt Europees verplicht.

De Europese Commissie heeft op 21 september 2026 een gedelegeerde handeling gepresenteerd die een verplicht energielabel voor datacenters in de Europese Unie invoert. Het label maakt het stroom- en watergebruik van individuele vestigingen publiek zichtbaar op een schaal van A tot en met G.

Voor de vastgoedsector is dat een breuk met de huidige praktijk. Waar de prestaties van een datacenter tot nu toe vooral onderwerp waren van vertrouwelijke rapportages tussen exploitant en afnemer, komt er een gestandaardiseerde score die beleggers, huurders en gemeenten kunnen vergelijken.

Verplicht vanaf 500 kilowatt

De verplichting geldt voor datacenters met een geïnstalleerd IT-vermogen van ten minste 500 kilowatt. Kleinere vestigingen en datacenters die nog in de ontwerp- of bouwfase verkeren, kunnen vrijwillig meedoen. Datacenters ten behoeve van defensie en civiele bescherming zijn uitgezonderd.

Volgens de Dutch Datacenter Association vallen circa 185 Nederlandse datacenters boven die drempel. Daarmee raakt de maatregel vrijwel de gehele professionele colocatie- en hyperscalemarkt in Nederland.

De handeling wijzigt Verordening (EU) 2024/1364, die op haar beurt de Europese energie-efficiëntierichtlijn aanvult. Die richtlijn verplichtte datacenters al tot het rapporteren van prestatiegegevens aan een Europese databank; het label wordt daaruit automatisch afgeleid.

A tot en met G op stroom en water

Het label rust op twee kernindicatoren. De eerste is Power Usage Effectiveness, de verhouding tussen het totale energieverbruik van een datacenter en het verbruik van de IT-apparatuur zelf. Een A vereist een PUE van ten hoogste 1,15; bij een waarde boven 1,90 volgt een G.

De tweede indicator is Water Usage Effectiveness, het waterverbruik per kilowattuur IT-belasting. Daarvoor ligt de grens voor een A op ten hoogste 0,10 liter per kilowattuur, terwijl meer dan 1,00 liter per kilowattuur tot een G leidt.

Daarnaast toont het label aanvullende informatie over de herkomst van de gebruikte energie, de bijdrage van de exploitant aan nieuwe energieproductie, de flexibiliteit die het datacenter het elektriciteitsnet kan bieden en de gereedheid voor het afgeven van restwarmte.

Energielabel datacenters zonder minimumeisen

Het label stelt zelf geen prestatie-eisen. Een datacenter met een G mag onverminderd in bedrijf blijven; de verordening regelt uitsluitend de meting en de openbaarmaking. Over minimumnormen loopt een afzonderlijke consultatie.

Die ontkoppeling is voor beleggers relevant. Het label creëert op korte termijn geen juridisch risico, maar wel een vergelijkingsmaatstaf die in taxaties, financieringsvoorwaarden en huurdersselectie zijn weg kan vinden, zoals eerder bleek bij de constatering dat beleggen in datacenters om een nieuwe risicoanalyse vraagt.

Restwarmte en netdruk worden zichtbaar

De Europese Commissie wijst op de onbenutte restwarmte van de sector: zou circa de helft van de warmte die Europese datacenters nu weggooien worden teruggewonnen, dan dekt dat de warmtevraag van ongeveer vier miljoen huishoudens.

Tegelijk groeit het verbruik. De Commissie raamt het huidige elektriciteitsverbruik van Europese datacenters op circa 68 terawattuur per jaar, oplopend tot naar verwachting 114 terawattuur in 2030 onder invloed van de vraag naar rekenkracht voor kunstmatige intelligentie.

In Nederland loopt die discussie al langer langs ruimtelijke lijnen, waarbij Noord-Holland de provinciale regels voor datacenters aanscherpte. Een gestandaardiseerd label geeft gemeenten en provincies bij vergunningverlening een objectieve maatstaf in handen, in plaats van cijfers die per aanvrager verschillend zijn onderbouwd.

Vooruitblik

Het Europees Parlement en de Raad hebben twee maanden om de gedelegeerde handeling te beoordelen en zo nodig bezwaar te maken. Gebeurt dat niet, dan treedt de regeling in werking en worden de eerste labels in 2027 verwacht. Een label is een jaar geldig en wordt jaarlijks vernieuwd; een evaluatie volgt eind 2028.

Voor eigenaren en exploitanten betekent dit dat de komende maanden bepalend zijn voor de meetsystematiek waarmee hun portefeuille straks wordt beoordeeld. Voor beleggers verschuift de aandacht van locatie en netaansluiting naar koeling, watergebruik en de vraag of proactieve regie op energie ook in de score zichtbaar wordt.

Foto: panumas nikhomkhai from Pexels. Bron: Europese Commissie, 21 september 2026; Vastgoedjournaal, 22 september 2026

All rights reserved © 2026 Young Media