Residuele grondwaarde moet grondspeculatie afremmen.
Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer wil dat de inbrengwaarde van grond bij gebiedsontwikkeling voortaan wordt bepaald met de residuele grondwaarde. De Kamer nam dinsdag een gewijzigde motie aan van Pieter Grinwis (ChristenUnie), Jurgen Nobel, Robert van Asten (D66) en Hanneke Steen (CDA). Alleen PRO, SP en de Partij voor de Dieren stemden tegen, meldt PropertyNL. Ontwikkelaarsvereniging Neprom spreekt van een belangrijke stap.
De motie verzoekt de regering het waardebepalingsvoorschrift in artikel 8.17 van het Omgevingsbesluit aan te passen. De inbrengwaarde van grond moet ‘zo mogelijk vanaf 1 januari 2028 en uiterlijk per 1 januari 2029’ worden bepaald op basis van de residuelewaardemethodiek, staat in de tekst die de Tweede Kamer publiceerde. De motie vervangt een eerdere versie die in januari werd aangehouden en in september gewijzigd opnieuw werd ingediend, schrijft Gemeente.nu.
De indieners constateren dat de prijs van verworven grond grote invloed heeft op de financiële haalbaarheid en het tempo van woningbouw. Ook wijzen zij op brede politieke en maatschappelijke consensus over het tegengaan van speculatieve grondhandel en te hoge grondverwervingsprijzen. De adviesgroep STOER beval de residuele methode eerder al aan.
Bij de residuele methode wordt teruggerekend vanuit wat er op een locatie gebouwd kan worden. Van de verwachte opbrengst van de ontwikkeling gaan de kosten af; wat overblijft, is de grondwaarde. Daarmee wordt de waardering minder afhankelijk van eerder betaalde prijzen bij grondtransacties in de omgeving. Volgens de motie bant de residuele grondwaarde speculatief hoge verwervingsprijzen uit, zonder dat de verwerving van grond stagneert. De indieners noemen het ‘de snelst en best uitvoerbare methode met de minste nadelen’.
De keuze is nadrukkelijk bedoeld als alternatief voor een planbatenheffing, waarmee een deel van de waardestijging van grond na een bestemmingswijziging zou worden afgeroomd. Zo’n heffing is volgens de motie complex, leidt tot onzekerheid bij project- en gebiedsontwikkelaars en woningcorporaties en vergroot het risico op vertraging, onder meer doordat agrarische eigenaren hun grond minder snel vrijwillig verkopen.
Neprom liet eerder dit jaar Arjan Bregman van het Instituut voor Bouwrecht en emeritus-hoogleraar gebiedsontwikkeling Friso de Zeeuw onderzoeken hoe speculatief hoge grondprijzen zijn tegen te gaan. Zij concludeerden dat de residuele methode een juridisch houdbare oplossing kan bieden, zonder planbatenheffing of overstap naar de gebruikswaarde, aldus PropertyNL. Neprom-directeur Fahid Minhas noemt de motie ‘een belangrijke stap voor een beter werkende grondmarkt en haalbare woningbouw en gebiedsontwikkeling’. ‘Juist in een tijd waarin we de woningbouwproductie fors moeten opschalen, is het belangrijk dat de waarde van grond in verhouding staat tot wat er daadwerkelijk op een locatie kan worden gerealiseerd.’
Grinwis stelde bij de eerste indiening in januari dat een planbatenheffing in de praktijk onzekerheid en vertraging kan veroorzaken. De residuele methode zag hij als een middenweg tussen de huidige waarderingspraktijk en het volledig afromen van waardestijgingen, schrijft Gemeente.nu.
Niet iedereen is overtuigd. Volgens de VNG kan de residuele waarde de woningbouw juist vertragen, meldt Gemeente.nu op basis van het FD. De gemeenten waarschuwen dat de uitkomsten van zulke berekeningen sterk kunnen schommelen, wat kan leiden tot meer discussie en juridische procedures over de uitgangspunten. De VNG geeft de voorkeur aan waardering op basis van de gebruikswaarde. Eerder schreef VG Visie over de nieuwe rijksregeling voor grondaankoop voor woningbouw.
Met de stemming is de nieuwe systematiek nog niet ingevoerd: het kabinet moet het Omgevingsbesluit aanpassen. Minhas roept de minister op te kiezen voor maatregelen die uitvoerbaar en voorspelbaar zijn en de woningbouw niet verder vertragen. De Zeeuw ziet de brede steun in de Kamer volgens PropertyNL als een goede basis voor het nog te verschijnen kabinetsvoorstel over grondbeleid. Op 11 november staat een commissiedebat over het grondbeleid gepland. Daar moet blijken hoe het kabinet de residuele grondwaarde inpast in een markt waar de investeringskracht voor woningbouw achterblijft bij de ambitie.
Foto: Theo Felten via Pexels. Bron: Tweede Kamer (motie 36800-XXII-49) / PropertyNL (29 september 2026) / Gemeente.nu / Vastgoedjournaal (30 september 2026)