Jonge vrouw pakt verhuisdozen uit in een lege woning, beeld bij jongeren uit huis
28 sep 2026 - Young Media

Jongeren uit huis kiezen vaak voor private huur.

Jongeren uit huis kiezen vaak voor private huur.

Jongeren uit huis vinden hun eerste woonruimte opvallend vaak in de particuliere huursector. Van de studenten die in 2024 het ouderlijk huis verlieten, kwam de helft terecht in een private huurwoning. Dat blijkt uit een analyse die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag publiceerde. In totaal verlieten in 2024 ruim 174.000 jongeren tussen 18 en 30 jaar het ouderlijk huis. Een derde van hen vestigde zich in tien grote gemeenten, met Amsterdam als duidelijke koploper.

Het CBS keek naar jongeren die op 1 januari 2024 als inwonend kind in de Basisregistratie Personen stonden en op 31 december niet meer, zonder dat zij in een instelling werden opgenomen. Jongeren die in dat jaar vanuit het buitenland naar Nederland kwamen, vallen buiten de analyse.

Studenten vooral in private huur

Van alle jongeren uit huis was 31,5 procent op 31 december student. Van die studenten kwam 49,9 procent in de private huur terecht, gevolgd door een corporatiewoning en een koopwoning. Bij niet-studenten ligt dat anders: zij trokken het vaakst in een koopwoning (42,6 procent), gevolgd door private huur en een corporatiewoning. Het CBS tekent daarbij aan dat de jongere niet zelf eigenaar hoeft te zijn of een huurcontract hoeft te hebben. Een deel trekt in bij een partner, familielid of iemand anders op wiens naam de woning of het contract staat.

Mbo’ers vaker in een koopwoning

Binnen de studentengroep verschilt de eerste woning sterk per opleidingsniveau. Van de mbo-studenten ging 27,7 procent in een koopwoning wonen, tegen 21,1 procent van de hbo-studenten en 16,3 procent van de wo-studenten. Mbo’ers kwamen ook vaker in een corporatiewoning terecht (35,5 procent) dan hbo’ers (24,2 procent) en wo’ers (28,4 procent). In de private huur is het beeld omgekeerd: 36,9 procent van de mbo-studenten, tegen 54,7 procent van de hbo-studenten en 55,3 procent van de wo-studenten. Volgens het CBS speelt mogelijk mee dat een deel van de mbo-studenten de beroepsbegeleidende leerweg volgt en vier dagen per week werkt.

Mbo-studenten wonen ook vaker alleen: 23,1 procent van de mannelijke mbo’ers had een eigen zelfstandige woning, tegen 16,9 procent van de vrouwelijke wo-studenten. Bij alle opleidingsniveaus gaan vrouwen vaker samenwonen dan mannen. Mbo’ers zijn met gemiddeld 21,4 jaar ook het jongst als zij vertrekken; hbo-studenten zijn gemiddeld 22,5 jaar en wo-studenten 22,1 jaar. Werkende jongeren zijn met gemiddeld 25,3 jaar het oudst als zij het ouderlijk huis verlaten.

Amsterdam trekt de meeste jongeren

In de tien grootste vestigingsgemeenten gingen in 2024 samen ruim 58.000 jongeren wonen die het ouderlijk huis verlieten, ongeveer 33 procent van het totaal. Amsterdam trok er 12.760, onder wie 5.475 studenten en 7.285 niet-studenten. Daarna volgen Rotterdam, Groningen en Utrecht. Bij de studenten staan Utrecht en Groningen op de plaatsen twee en drie. In Rotterdam vestigden zich 685 mbo-studenten, bijna evenveel als in Amsterdam (700).

In Nijmegen (53,1 procent), Utrecht en Leiden (beide 49,5 procent) is het aandeel studenten onder de nieuwkomers het grootst. Den Haag wijkt af: daar was 65,4 procent van de jongeren uit huis geen student. Ook Breda heeft een eigen profiel, met 730 hbo-studenten tegenover 135 wo-studenten. Eerder liet het CBS al zien dat studentenhuisvesting de regionale trek van jongeren volgt: veel jongeren die naar een universiteitsstad verhuizen, komen uit de regio.

Marktinzicht

De cijfers over jongeren uit huis laten zien welk segment de eerste stap op de woningmarkt opvangt. Voor studenten is dat in de eerste plaats de private huursector, met een aandeel van bijna de helft. Daarmee zijn particuliere verhuurders en beleggers in de studentensteden een belangrijke schakel in de doorstroming van het ouderlijk huis naar een eigen woning. Voor werkende jongeren is de koopwoning juist de meest voorkomende eerste bestemming, al gaat het daarbij deels om jongeren die intrekken bij een partner of familielid.

Tegelijk blijft het aantal jongeren dat de stap zet onder druk staan. Eerder dit jaar bleek dat het woningtekort jongeren langer thuis laat wonen. De nieuwe analyse maakt vooral duidelijk waar de jongeren die wel vertrekken naartoe gaan: naar de grote steden, en naar een ander type woning naargelang zij studeren of werken.

Foto: SHVETS production, via Pexels. Bron: CBS (28 september 2026) / Vastgoedjournaal (28 september 2026) / Het Parool (28 september 2026)

All rights reserved © 2026 Young Media