Uitponding huurwoningen verschuift naar duurste segment.
De uitponding van huurwoningen heeft in het derde kwartaal van 2026 het duurste deel van de vrije sector bereikt. Bijna een derde van de verkochte voormalige huurwoningen had een huur van meer dan 2.000 euro per maand, zo blijkt uit een analyse die woningplatformen Pararius en Huurwoningen.nl op 7 oktober 2026 publiceerden. Een jaar eerder ging het om ruim een vijfde.
Daarmee verandert het karakter van de verkoopgolf. Waar verhuurders aanvankelijk vooral woningen in het gereguleerde middensegment van de hand deden, wordt nu ook bezit verkocht waarvoor geen maximale huurprijs geldt. Tegelijk krimpt het aanbod en stijgen de huren sneller dan de koopprijzen en de inflatie.
Van alle uitgeponde woningen had 32,7 procent een huur boven 2.000 euro, tegen 21,3 procent in het derde kwartaal van 2025. Volgens Pararius is dit voor het eerst sinds de start van de meting, in het derde kwartaal van 2024, de grootste groep. Het aandeel middenhuur, waarvoor sinds 1 juli 2024 de Wet betaalbare huur geldt, daalde in een jaar van 20,8 naar 14,6 procent.
Ruim acht op de tien verkochte huurwoningen vallen inmiddels in de vrije sector. Het totale aandeel van voormalige huurwoningen in de woningverkopen nam licht af: 5,4 procent van alle in Nederland verkochte woningen was een voormalige huurwoning, tegen 5,9 procent een jaar eerder.
Pararius baseert de meting op transactiedata van het Kadaster, die met ongeveer een maand vertraging beschikbaar komen. De cijfers over het derde kwartaal hebben daardoor betrekking op juli en augustus en zijn voorlopig.
Dat ook duurdere woningen worden verkocht, hangt volgens Pararius samen met de fiscale behandeling. Particuliere verhuurders betalen in elke prijsklasse box 3-heffing en die is sinds 2024 verhoogd. Directeur Jasper de Groot van Pararius stelt dat verhuur daardoor ook in het dure segment voor veel eigenaren niet meer rendabel is.
Volgens De Groot zijn sinds de invoering van de Wet betaalbare huur ruim 76.000 huurwoningen door verkoop van de markt verdwenen. Hij verwacht dat herstel naar het oude niveau decennia vergt. De analyse verschijnt een dag nadat brancheorganisaties de politiek opriepen de verhoging van het box 3-forfait voor verhuurders achterwege te laten.
De regionale verschillen zijn groot. Van alle woningen die sinds 1 juli 2024 in Amstelveen zijn verkocht, stond 13,3 procent eerder te huur op Pararius of Huurwoningen.nl. Weesp volgt met 10,1 procent en Amsterdam met 9,1 procent.
Ook Rotterdam scoort met 8,8 procent hoog, gevolgd door Wassenaar en Hilversum met elk 8,1 procent. Den Haag en Eindhoven komen beide uit op 7,6 procent. De verkoop concentreert zich daarmee in gemeenten waar de koopprijzen hoog zijn en de vrije huursector relatief groot is.
Het effect is zichtbaar in het aanbod. Woningzoekenden hadden in het derde kwartaal 1.998 woningen minder om uit te kiezen dan een jaar eerder, een daling van 12,9 procent. In totaal werden 15.102 woningen verhuurd, 1.585 meer dan er nieuw te huur kwamen.
De krimp slaat vooral neer aan de onderkant. In de goedkoopste prijsklasse van de vrije sector werden 3.037 woningen verhuurd, 23,3 procent minder dan in het derde kwartaal van 2025. In de middelste prijsklasse steeg het aantal van 4.925 naar 5.432, terwijl het segment boven 2.000 euro met 6.633 woningen nagenoeg gelijk bleef aan de 6.543 van een jaar eerder.
Nieuwe huurders betaalden gemiddeld 20,92 euro per vierkante meter, 4,4 procent meer dan een jaar eerder. De koopprijzen stegen in dezelfde periode met 3,5 procent en de inflatie kwam uit op 3,2 procent. Sinds het eerste kwartaal van 2025 stijgen de huurprijzen in de vrije sector sneller dan de inflatie.
De gemiddelde maandhuur steeg minder hard, met 2,4 procent van 1.869 naar 1.914 euro. Volgens Pararius komt dat doordat het aanbod is verschoven naar kleinere woningen: gemiddeld 96 vierkante meter, tegenover 99 vierkante meter een jaar eerder. Bij de gangbare inkomenseis van drie keer de huur is een bruto maandinkomen van 5.742 euro nodig, 135 euro meer dan in 2025.
De cijfers wijzen erop dat de uitponding niet langer alleen een reactie is op huurprijsregulering. Nu ook woningen zonder maximale huur worden verkocht, verschuift de aandacht naar het rendement na belasting. Voor particuliere beleggers betekent dit dat de afweging tussen exploiteren en verkopen in elk prijssegment speelt.
Voor institutionele beleggers en ontwikkelaars onderstreept de krimp de vraag naar nieuw huuraanbod, juist in het goedkopere deel van de vrije sector. De ontwikkeling sluit aan bij het eerdere beeld dat de private huurmarkt uit kleinere steden verdwijnt. Of de trend doorzet, hangt mede af van de parlementaire behandeling van de box 3-tarieven voor 2027.
Foto: Timothy Huliselan via Pexels