Hergebruik van gebouwen of sloop: circulaire sloop van een gebouw in Leiden
09 okt 2026 - Young Media

Hergebruik van gebouwen: hoogleraar hekelt sloopreflex.

Hergebruik van gebouwen: hoogleraar hekelt sloopreflex.

Hergebruik van gebouwen moet de nieuwe Nederlandse ontwerpambitie worden, stelt architect Ronald Schleurholts in zijn intreerede als hoogleraar Heritage & Design aan de TU Delft. Volgens hem worden in Nederland gebouwen te snel gesloopt terwijl ze nog tientallen jaren meekunnen. PropertyNL berichtte op 9 oktober 2026 over de rede, waarin Schleurholts spreekt van een sloopreflex die haaks staat op de klimaatdoelen van de bouwsector.

Schleurholts is sinds 1 september 2025 hoogleraar aan de faculteit Bouwkunde en daarnaast sinds 2005 partner bij architectenbureau cepezed. Zijn onderzoeksprogramma richt zich volgens de TU Delft op de circulaire economie, vanuit de gedachte dat elk gebouw in zekere zin erfgoed is en een bron van materiaal. Voor ontwikkelaars en beleggers raakt dat aan een kernvraag bij vrijwel elke binnenstedelijke locatie: slopen of behouden.

Ruim 16.000 gebouwen gesloopt in 2024

De hoogleraar onderbouwt zijn betoog met cijfers van het CBS. In 2024 werden in Nederland volgens hem ruim 16.000 woningen en niet-woningen gesloopt, terwijl dezelfde sector de CO2-uitstoot sterk moet terugbrengen. Die twee bewegingen verdragen elkaar slecht, stelt hij.

Als voorbeeld noemt Schleurholts het voormalige ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in Den Haag. Het complex van 60.000 vierkante meter werd in 1990 geopend en is door architect Herman Hertzberger ontworpen om aangepast te kunnen worden. Toch staat sloop gepland om plaats te maken voor woningbouw. Schleurholts noemt dat een paradox: een aanpasbaar gebouw wordt afgebroken, waarna nieuw beton en nieuw staal naar dezelfde plek worden gebracht.

Materiaalgebonden uitstoot weegt zwaarder

Volgens Schleurholts lag de Nederlandse referentiewaarde voor de materiaalgebonden uitstoot van een nieuwbouwwoning rond 300 kilo CO2-equivalent per vierkante meter. Voor nieuwbouw die in 2050 Paris Proof is, ligt de ambitie rond 50 kilo. Dat verschil maakt de uitstoot die al in bestaande constructies besloten ligt tot een steeds zwaardere factor in de afweging.

De hoogleraar wijst erop dat de grondstoffen, de energie en de uitstoot van een bestaand casco al zijn gemaakt. Dat moet volgens hem worden meegewogen voordat het besluit valt om iets af te breken. Een gebouw hoeft daarvoor geen monument te zijn: ook een kantoor uit de jaren tachtig, een flat uit de jaren zeventig of een naoorlogse school verdient volgens hem een tweede blik.

Monumentenzorg als methode voor hergebruik van gebouwen

Schleurholts pleit ervoor principes uit de monumentenzorg veel breder toe te passen. Dat betekent eerst onderzoeken wat er staat en pas daarna ingrijpen, alleen vervangen wat werkelijk aan vervanging toe is en nieuwe onderdelen zo ontwerpen dat ze later weer kunnen worden verwijderd. Die kennis is er volgens hem al, maar wordt vooral ingezet voor kerken, grachtenpanden en monumenten.

Tegen slopen als zodanig is de architect niet. De TU Delft haalt hem aan met de constatering dat het merendeel van de Nederlandse gebouwen van na 1965 dateert en dat veel daarvan het einde van hun functionele, technische of financiële levensduur hebben bereikt. Soms kan een onderdeel volgens hem zelfs op een andere plek verder.

Wega Punt als voorbeeld in de Binckhorst

Als praktijkvoorbeeld noemt Schleurholts Wega Punt in de Haagse Binckhorst. Daar werd de voormalige Politieacademie niet gesloopt voor een nieuwe parkeergarage, maar ging de bestaande betonconstructie zelf als parkeergarage dienen. De toevoegingen kunnen later weer worden verwijderd: de garage is tijdelijk, de constructie niet.

Andere voorbeelden die hij aanhaalt zijn de transformatie van een voormalig Shell-kantoor aan de Oostduinlaan en een theater in een monumentale kerk in Helmond. Recent liet ook de herbestemming van een schoolgebouw in Zwolle zien dat bestaande casco’s ruimte bieden aan woningbouw.

Vooruitblik

Schleurholts wil met zijn studenten onderzoeken wanneer hergebruik van gebouwen daadwerkelijk materiaal en CO2 bespaart, welke eigenschappen gebouwen makkelijker aanpasbaar maken en hoe ontwerpers nu al rekening kunnen houden met latere veranderingen. Volgens hem kan Nederland internationaal weer richtinggevend worden door uitzonderlijk goed te worden in het geven van een tweede leven aan wat er al staat.

Voor projectontwikkelaars en institutionele beleggers betekent dit dat de afweging tussen sloop-nieuwbouw en transformatie nadrukkelijker op materiaalgebonden uitstoot kan worden beoordeeld. Het betoog sluit aan bij de opvatting dat circulair bouwen een economische noodzaak is en geen ideologische keuze.

Foto: Sneeuwvlakte via Wikimedia Commons (CC BY-SA 4.0)

All rights reserved © 2026 Young Media