31 mei 2024 - Erwin Asselman

Hoe eerder ecologisch onderzoek, hoe soepeler het proces

Ecoloog Robert Jan Stoffer werkt al vier jaar als ingenieur en projectleider bij het groene adviesbureau Loo Plan in De Steeg. Een groeiend bedrijf met onder andere ecologen, bosbouwkundigen en specialisten stedelijk groen, die knokken voor wettelijk beschermde flora en fauna en beheer en inclusiviteit van de natuur. Maar ook om de bouwprocessen te versoepelen.

De 39-jarige ingenieur is bij het bedrijf helemaal op zijn plek. Als projectleider ecologie begeleidt hij een scala aan diverse projecten, waarbij hij nauw klantcontact heeft om de ecologische processen zo soepel mogelijk te laten verlopen. Hij stuurt eveneens projectmedewerkers aan. ‘Het is bijzonder werk dat we doen. Wij adviseren onder andere over hoe te handelen bij wettelijk beschermde natuur, zowel dieren als planten. Met name bouwbedrijven zien ons, ecologen, vaak liever niet dan wel, maar tegenwoordig zijn we hard nodig om de bescherming van soorten te waarborgen en processen te versoepelen, zodat gesloopt, gebouwd en gerenoveerd kan worden’, aldus Stoffer. Daarnaast heeft Loo Plan ook specialisten in dienst voor disciplines als beheer, natuurinclusief bouwen, BREEAM en SMP’s.

Traject versoepelen

Vanaf 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming opgegaan in de Omgevingswet. De wettelijke bescherming van (streng) beschermde soorten is grotendeels ongewijzigd gebleven. Verblijfplaatsen en nesten van beschermde soorten mogen niet verstoord of vernield worden. Aanvullende bescherming is daarnaast opgenomen voor soorten, rode lijstsoorten, waarvan het voortbestaan in Nederland wordt bedreigd. Hiervoor geldt dat schadelijke handelingen landelijk zijn verboden. Als er verblijfplaatsen van vleermuizen of nesten van gierzwaluwen of huismussen aangetroffen worden in te slopen of te renoveren bebouwing, dan kan dat tot behoorlijk oponthoud zorgen, zelfs jaren, voordat de werkzaamheden doorgang kunnen vinden. Stoffer: ‘ We zien regelmatig dat we als ecologen pas laat bij een sloop- en/of renovatieproject worden betrokken. Dat is zonde. Als ze ons direct als er bouwplannen zijn bij het traject betrekken, kunnen we dusdanige adviezen geven dat het proces soepeler verloopt.’

Als blijkt dat ecologisch onderzoek nodig is kan dit tot vertraging leiden. Het hele ecologische traject van jaarrond soortenonderzoek, een mogelijke vergunningaanvraag ( Omgevingswet) en tot slot ook het ongeschikt maken van woningen in de minst kwetsbare periode van de aangetroffen soort, neemt al snel 2 jaar in beslag. ‘Het ongeschikt maken van woningen houdt voor vleermuizen in dat de geschikte ingangen gedicht worden, met om de 2 meter een plastic flap (uitgang) waardoor de soorten wel de woning uitkunnen, maar er niet meer in terug. Ze kunnen hun intrek nemen in door ons geadviseerde en geplaatste vleermuiskastjes of huismus- en gierzwaluwenkasten’, legt Stoffer uit.

‘ALS JE MENSEN BEWUST MAAKT, KRIJGEN ZE OOK MEER BEGRIP VOOR BEPAALDE MAATREGELEN’

Hele wijk tegelijk

Steeds vaker ziet Stoffer dat gemeenten kiezen voor een gebiedsgerichte aanpak (wijk of gehele gemeente), een zogeheten Soortmanagementplan (SMP), waar maatregelen, gedragsregels en afspraken staan om natuurbescherming mogelijk te maken. Een plan waarvoor een generieke ontheffing wordt gegeven voor alle woningen in de wijk, met als doel een snellere doorloop van processen. SMP’s bieden een hoop voordelen voor onder andere wooncorporaties. ‘Hierdoor komt er meer ruimte voor ruimtelijke ontwikkelingen en daarnaast een goede bescherming van bedreigde planten en dieren die tot conflictsituaties leiden bij ruimtelijke ontwikkeling’, verduidelijkt hij. ‘Via ons onderzoek komen we er van tevoren al achter waar de dieren verblijven en hoe we ze vervolgens tijdens een project kunnen beschermen, zonder voor elke woning individueel een ontheffing aan te vragen. Dat scheelt zeeën van tijd. Doordat het realiseren van faunavoorzieningen in de bebouwing een verplicht onderdeel is bij SMP’s wordt er zorg gedragen dat er voldoende nestgelegenheid en verblijfplaatsen aanwezig blijven waar dieren zich kunnen vestigen.

Natuur inclusief inrichten

Adviseur Stoffers hart gaat echter nog harder kloppen als hij een project krijgt waarbij er een meerwaarde voor natuur gecreëerd kan worden. ‘Vaak wordt in samenwerking met een landschapsarchitect een bouwplan landschappelijk natuur inclusief gemaakt. Landschapsarchitecten kijken vaker met een esthetische blik. Wij kijken onder andere naar de regionale natuurwaarden en voorkomende soorten in de omgeving, welke maatregelen daarvoor toe te passen zijn en effectief zijn. Welke bloemen en planten trekken bijvoorbeeld bepaalde bijen of vlinders aan die het steeds moeilijker krijgen in onze natuur.’

Stoffer ziet het ook zijn taak om architecten, opdrachtgevers maar ook bewoners meer bewust te maken van de kracht en de zwaktes van de natuur. ‘Ik ga regelmatig op pad met woningcorporatiemedewerkers en laat ze zien hoe en waar bijvoorbeeld egels, een rode lijstsoort, vleermuizen en huismussen wonen. Bewustwording is belangrijk en hiermee krijg je ook meer begrip voor bepaalde maatregelen. Zien ze ons niet altijd meer als de boeman.’

Beheer

Het geven van beheeradviezen is ook een expertise binnen Loo Plan en is een onderdeel dat steeds meer aandacht krijgt bij projecten. Het type beheer dat je wilt uitvoeren is afhankelijk van het doel dat je met een locatie hebt. Als het bijvoorbeeld gewenst is om in een berm meer kruidenrijke beplanting voor vlinders en bijen te krijgen dan zal het beheer hier specifiek op afgestemd moeten worden. Het in één keer een berm kaal maaien is hierbij ongewenst; fasering in tijd en ruimte is dan juist een maatregel die toegepast moet worden. ‘Hierdoor zijn er jaarrond kruiden aanwezig, wat van belang is voor het voedselaanbod en de eiafzet van diverse soorten insecten, zoals bijen en vlinders’, geeft Stoffer als voorbeeld.

‘WIJ BEGELEIDEN HET HELE TRAJECT VAN ONDERZOEK TOT HET HERHUISVESTEN VAN BEDREIGDE DIEREN. DAT IS UNIEK’

Financiele voordelen van BREEAM

Natuurinclusief en duurzaam bouwen heeft ook voordelen voor bedrijven die gaan voor een BREEAM certificaat. BREEAM is een duurzaamheidskeurmerk voor het realiseren van duurzame gebouwen en gebieden met minimale milieu-impact. En daar komt Loo Plan graag om de hoek kijken. Stoffer: ‘Ik adviseer over de natuurlijke inrichting van de omgeving, bijvoorbeeld rondom grote bedrijven of distributiecentra en stel het rapport op voor de beoordelaar van deze organisatie.’ Het keurmerk wordt steeds vaker aangevraagd, ook door de financiële voordelen die het de vastgoedeigenaar biedt. ‘Met een dergelijk certificaat is er fiscaal voordeel te behalen over de investering, zoals Milieu-investeringaftrek (MIA) en/of Willekeurige afschrijving milieuinvesteringen (Wamil)’, aldus Stoffer. Naast een advies voor groen en faunavoorzieningen is het ook belangrijk dat de bouwwerkzaamheden zodanig worden uitgevoerd dat er geen negatieve effecten optreden voor beschermde soorten en daarnaast dat soorten zich gedurende de werkzaamheden niet gaan vestigen op het terrein. Deze maatregelen worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol en kunnen bestaan uit het voorkomen van waterpoelen voor kikkers en padden op het terrein of het afdekken van grote zanddepots voor oeverzwaluwen.

One-Stop-Shop

De ecologische adviseur benadrukt dat het bedrijf waar hij werkt als doel heeft om de klant zoveel en waar mogelijk, te ontzorgen en een totaalpakket te bieden; een one-stop-shop. Stoffer: ‘ We zijn erg klantgericht en kunnen op veel vlakken het gehele proces begeleiden. Bijvoorbeeld voor woningbouwprojecten: uitvoeren van vleermuis-, gierzwaluw- en huismusonderzoek, maar ook onderzoek naar andere (streng) beschermde soorten. We stellen rapportages op, verzorgen het vergunningentraject en communiceren met het bevoegde gezag. En, wat veel bureaus niet doen, wij gaan zelf naar woningen of terreinen om ervoor te zorgen dat de dieren veilig tijdelijk hun verblijf kunnen verlaten door het op een vriendelijke manier ongeschikt maken van de gebouwen. Uiteindelijk is het ecologisch werkveld zeer divers met veel uitdagingen, maar ook veel mogelijkheden.’

Persoonlijke vragen Robert Jan Stoffer ecologische projectleider LOO PLAN

WAT MOTIVEERT JOU?
Zien dat geadviseerde maatregelen werken/effectief zijn en daarnaast ook dat je onbegrip bij mensen over soorten of maatregelen ziet veranderen naar iets positiefs
WAT WIL JIJ BIJDRAGEN?
Ik wil niet alleen mijn steentje bijdragen aan de bescherming van soorten, maar ook aan een groenere, en daarmee gezondere, leefomgeving
WAAR KOM JE TOT RUST?
Wandelingen in de natuur (bos, heide, maar ook in de bergen)
HOE KOM JIJ TOT JEZELF NA EEN DRUKKE WERKWEEK?
Afspreken met vrienden, een goede film, muziek
WELKE WAARDEN WIL JE UITSTRALEN?
Professionaliteit, kwaliteit, respect voor de medemens en leefomgeving
HOE KRIJG JIJ ZAKEN IN BEWEGING?
Heldere, directe communicatie met de klant; aangeven van risico’s en kansen is hierin ook belangrijk

All rights reserved © 2024 Young Media