Ellen Masselink is een van de acht leden van de landelijke versnellingstafel. Tijdens haar gesprekken met wethouders van gemeenten in Noord-Nederland ontdekten ze een rode draad die voor versnelling kan zorgen in het bouwen van woningen in kleine dorpen. Op die manier ontstond de Kleine Kernen Aanpak.
‘Toen ik begon als lid van de Landelijke Versnellingstafel Woningbouw en Noord-Nederland onder mijn hoede kreeg, was de structuur met regionale versnellingstafels nog in opbouw. Dus ik ben begonnen met alle wethouders van Groningen, Friesland en Drenthe te bezoeken en te spreken. Dat waren er nogal wat en zo ben ik van gemeentehuis naar gemeentehuis gegaan om persoonlijk te horen wat er speelt.’
‘Wat me opviel, was dat bijna iedere wethouder zei: Den Haag richt zich op grootschalige woningbouwprojecten vanaf 200 woningen, maar wij hebben talloze kleine kernen, dorpen, waar de behoefte aan woningen ook groot is. En er zijn geen regelingen of subsidies die dat ondersteunen. Misschien is daar wel te weinig aandacht voor. Gemeenten in het noorden hebben relatief weinig ambtenaren, dus dan kiezen ze noodgedwongen voor de grotere projecten. Maar iedereen zag dat die kleine kernen hierdoor aan leefbaarheid verliezen: jongeren trekken weg, scholen sluiten, voorzieningen verdwijnen.’
‘Ja, elke woning telt! En stel je voor: Friesland heeft zo’n 700 van die kernen. Als je in elke kern tien woningen zou bouwen , heb je het al over 7.000 woningen. En dan draag je direct bij aan het behoud van sociale samenhang, voorzieningen en toekomstperspectief voor jongeren én ouderen. Maar dan moet je de uitvoering wel slim organiseren.’
‘Ik ben teruggegaan naar die gemeenten met een terugkoppeling van mijn bevindingen. Eén daarvan was het invullen van de grote behoefte voor woningbouw in Kleine Kernen. Ik heb gezegd: als dit een opgave is, laten we daar dan sámen een aanpak voor ontwikkelen. En dat werd de Kleine Kernen Aanpak. De provincie Friesland zei: we hebben zelf te weinig mensen, maar we willen dit wel oppakken en samen doen. De provincie heeft er voor gezorgd dat er een coördinerend wethouder, Erik de Groot uit Harlingen, namens de Friese gemeenten is aangesteld. Met hem samen is het uitvoeringsplan opgesteld.’
‘Het begint met DOEN en een eerste project. Door een club van pragmatische mensen als een kwartiermaker, de coördinerend wethouder, ikzelf en binnenkort een klein projectteam samen te stellen.. We brengen op dit moment in kaart welke gemeenten mee willen doen, welke projecten er zijn, en wat er nodig is om eerste stappen te kunnen zetten. We bouwen een ‘projectservicebureau’, met expertise op het gebied van planologie, financiën, procesmanagement.’
‘Precies. Want het grootste probleem is vaak capaciteit om de uitvoering voor te bereiden en te begeleiden. Gemeenten zien zelf ook dat er kansen liggen, maar hebben de mensen niet om de projecten van de grond te krijgen. Daarnaast speelt het nut van standaardisatie. Daarom zeggen wij: maak processen en producten zo standaard mogelijk. Denk aan een set woningtypen waaruit gekozen kan worden. Laat een klein team die processen uitvoeren, zodat ze routine opbouwen en het steeds sneller gaat.’
‘Nee, want we werken met het principe van ‘framed freedom’. Gemeenten en bewoners kunnen kiezen uit meerdere woningtypes en binnen dat frame kun je nog steeds aanpassingen doen met name aan de gevel en het dak. Maar je voorkomt dat je elk project weer vanaf nul moet ontwerpen en laten bouwen . Bovendien: de echte variatie zit toch al vaak in de buitenkant, in plaats van de plattegrond.’
‘Voorspelbaarheid. En dat is cruciaal. Ik heb zelf lang in de bouwwereld gewerkt en weet hoe belangrijk een stabiele werkvoorraad is. Conceptueel bouwen loont pas echt als je voldoende dealflow en enige zekerheid hebt. Dus wij willen ook dat deze aanpak voorspelbaar wordt voor de markt. Zo snijdt het mes aan alle kanten.’
‘In december tijdens de Woontop is de Kleine Kernen aanpak een deelakkoord geworden. Daarmee kan het in elke provincie opgestart worden. Tijdens het Wooncongres in Friesland van dit jaar hebben we afspraken vastgelegd. De kwartiermaker is benoemd, gemeenten melden zich aan, en we maken nu een overzicht van beoogde projecten. De website is online en er is een flyer gemaakt. Alles in een flink tempo en dat is ook de energie die we willen uitstralen. Tijdens het Friese Wooncongres zat onze workshop twee keer helemaal vol. De energie is enorm positief.’
‘Ja, Groningen en Drenthe willen ook aanhaken. Limburg en Brabant hebben interesse, in Utrecht speelt het zelfs ook. Mijn collega’s van de Landelijke Versnellingstafel Woningbouw brengen het plan ook bij andere provincies met veel kleine kernen onder de aandacht En dat is het mooie: het is schaalbaar. Wat we in Friesland doen, kan je kopiëren.’
‘We zijn er nog niet, hè. We bevinden ons nu in die lastige tussenfase om een begin te maken en het mooiste is een concreet project. Waar gaan we starten? En ja, straks komen we zeker nog de nodige problemen tegen zoals aanbestedingsregels. Maar ook daar kijken we naar slimme oplossingen, bijvoorbeeld door aan te besteden voor meerdere dorpen tegelijk.’
‘Versnellen! Dat kan op meerdere manieren. Mijn kracht zit in het integreren van tegengestelde belangen. Ik geloof ook heilig in samenwerking. En dan niet praten, maar dóén. In een vroeg stadium de juiste mensen uit verschillende bestuurslagen aan tafel, en dan het gesprek voeren: wat heb jij nodig, wat zijn jouw zorgen? Als je dat op tafel krijgt, zie je begrip ontstaan. Dat is een belangrijke sleutel voor versnelling.’
‘Het klinkt gek maar versnellen kost in eerste instantie tijd.. Het gaat ook over investeren in opzetten van een structuur, geven van duidelijkheid, bouwen aan vertrouwen en relaties. Wat je nu ziet, is dat beleidsuitgangspunten constant veranderen. Dat zorgt voor onzekerheid en dan durven betrokkenen geen knopen meer door te hakken. Dus versnellen betekent ook: helderheid scheppen, kaders bieden, ruimte creëren. En accepteren dat niet alles een 10 hoeft te zijn.’
‘Dat we te veel blijven praten en te weinig uitvoeren. Dat beleid zó ingewikkeld wordt dat niemand het meer snapt. En dat we alles perfect willen doen, terwijl een 6 of 7 soms ook goed genoeg is. We moeten terug naar eigenaarschap en durf.’
‘In de mensen. De energie die ik zie bij wethouders, ambtenaren, bewoners… Als je samen iets concreets kunt maken, gaat het stromen. En dan kun je in elke kleine kern die spiraal van leegloop en vergrijzing ombuigen naar groei, vitaliteit en toekomst. Dat is waar we het voor doen.’
WAT IS HET BESTE ADVIES OOIT?
‘Stay calm (ik kan heel ongeduldig zijn).’
WAAR BEN JE HET MEESTE TROTS OP?
‘Dat ik de moed heb gehad om samen met Katja (Severin, red.) een bedrijf te starten na zoveel jaar loondienst.’
WELK BOEK IS JE ALTIJD BIJGEBLEVEN?
‘Edith Eva Eger: De Keuze.’
WELKE FILM OF SERIE MAAKTE INDRUK?
‘Le Bleu du Caftan.’
WELKE SPORT DOE JE?
‘Yoga, wandelen, koken, lezen en ik zou graag meer tijd hebben om te boetseren of schilderen.’
HOE LAAT STA JE OP?
‘06.30 uur.’
WAT IS JOUW FAVORIETE VAKANTIEBESTEMMING?
‘Italië.’
WAT IS HET BESTE RESTAURANT?
‘Mijn bonusdochter kookt het allerlekkerst.’
WAT IS JOUW MOTTO?
‘Put on some red lipstick and live a little.’
WIE IS JOUW VOORBEELD EN WAAROM?
‘Marja Appelman: ik ervaar haar als loepzuiver, menselijk, positief en verbindend.’