24 aug 2025 - Redactie VG Visie

VG Visie Daily #167: ‘We kijken continu waar het sneller kan’

De woningbouwopgave in Brabant is fors: tienduizenden huizen moeten erbij, terwijl stikstof, gebrek aan ambtenaren en trage vergunningprocedures dwarszitten. Toch weet de provincie op verschillende plekken versnelling te realiseren. In dit interview vertelt gedeputeerde Wilma Dirken (CDA) hoe Brabant dat aanpakt. Ze schuift aan tafel met gemeenten, stelt modelovereenkomsten op, brengt kennis van de ene regio naar de andere en ziet in industrieel bouwen een belangrijke kans voor de toekomst. ‘Als je in plaats van anderhalf jaar in drie maanden een woning kunt neerzetten, dan maak je écht verschil.’

Jullie staan als provincie voor een enorme woningbouwopgave. Is de focus daarbij vooral op aantallen of speelt er meer?

‘We richten ons nadrukkelijk op zowel kwantiteit als kwaliteit. De cijfers zijn belangrijk, maar het moet ook ergens over gáán: voor wie bouwen we, hoe bouwen we, en hoe zorgen we dat mensen prettig kunnen wonen? Brabant doet het qua aantallen niet slecht – er zijn al veel harde plannen – maar ik ben pas tevreden als ook de kwaliteit klopt. Niet elk eenpersoonshuishouden zit nog te wachten op een eengezinswoning met twee slaapkamers.’

Hoe pak je dat aan, als provincie?

‘We zijn momenteel met alle gemeenten in gesprek over plannen die we naar voren kunnen halen. Denk aan projecten die al op de plank liggen, waarvoor al geld beschikbaar is, en die relatief snel te realiseren zijn. Die brengen we nu samen in   Brabant bouwt. Het idee is: liever tien keer vierhonderd woningen versnellen dan wachten op één megaproject van vierduizend woningen dat nog jaren duurt. Door de onderlinge samenhang tussen die kleinere plannen te laten zien, hopen we ze binnen de landelijke spelregels te laten passen. Brabant Bouwt bieden we binnenkort aan bij het ministerie.’

Hoe zorgt de provincie ervoor dat dit ook echt versnelt?

‘Een voorbeeld is het Brabants model voor anterieure overeenkomsten kostenverhaal dat we onlangs samen met gemeenten, corporaties en bouwers hebben opgesteld. Het voorkomt eindeloos heen-en-weer gemail tussen partijen over standaardvoorwaarden. Gemeenten kunnen dit model gebruiken om sneller afspraken te maken over zaken als kostenverdeling en planning. Dat bespaart maanden.’

En jullie helpen gemeenten ook met capaciteit, toch?

‘Zeker. We subsidiëren gemeenten om externe krachten in te huren met geld uit de flexpool. In plaats van zelf met een vaste ‘vliegende brigade’ te werken, zorgen wij dat gemeenten zelf iemand kunnen kiezen die hun lokale context kent. Daarnaast ontwikkelen we samen met twintig Brabantse gemeenten voorbeeldregels voor het omgevingsplan. Daarmee hoeven gemeenten niet allemaal zelf uit te zoeken hoe je bijvoorbeeld woonkwaliteit juridisch borgt.’

Er is ook veel aandacht voor betaalbaarheid. Hoe zorgen jullie dat er niet alleen dure woningen bijkomen?

‘In de woondeals hebben we harde afspraken gemaakt, zoals 30 procent sociale huur. Die willen we echt waarmaken.’

Dan is er nog het stikstofprobleem. In Brabant vaak nijpender dan elders. Is daar nog enig perspectief?

‘Op sommige locaties lukt het gelukkig wél, bijvoorbeeld door tijdens de bouwfase te elektrificeren of de inrichting van een wijk aan te passen. Zo is in Den Bosch de situering van parkeerplaatsen verlegd om de stikstofuitstoot te beperken. Maar er zijn ook locaties waar het echt niet lukt. Daarom hopen we dat het kabinet haast maakt met het wettelijk verankeren van de ‘rekbare ondergrens’. Dat zou juridische ruimte bieden. Intussen werkt mijn collega aan natuurherstel, maar dat gaat langzamer dan we zouden willen.’

Wat houdt project ‘Woonst’ in?

‘In Zuidoost-Brabant hebben gemeenten en corporaties gezamenlijk een aanbesteding uitgezet voor duizend sociale huurwoningen zonder vooraf te bepalen waar ze precies komen. Bouwers konden inschrijven op standaardwoningen. Doordat ze schaalvoordeel hebben en standaardisatie kunnen toepassen, bouwen ze goedkoper. En omdat de technische kant al getoetst is, versnelt het vergunningstraject. Inmiddels loopt dit richting de derde aanbesteding. We delen deze werkwijze nu met andere regio’s.’

Dat klinkt als een voorbeeld van hoe jullie vooral ‘achter de schermen’ werken. Zie je dat als jullie rol?

‘Ja, wij bouwen zelf geen woningen. Maar we kunnen helpen processen te versnellen, knelpunten oplossen en kennis uitwisselen. En dat doen we ook actief. Of het nou gaat om een standaardovereenkomst, een voorbeeldregel voor het omgevingsplan of het overdragen van kennis over een project als Woonst, wij zorgen dat partijen sneller kunnen werken.’

Hoe zie je de langere termijn? Waar moet het naartoe met Brabant?

‘Brabant krijgt vaak alle opgaven op het bordje: woningbouw, natuur, energie, economie. Dat past niet allemaal op dezelfde vierkante kilometers. Gelukkig voeren we daar nu volwassener gesprekken over met het Rijk. Wat ik zelf heel belangrijk vind, is dat industrieel bouwen een volwaardige plek krijgt. Daarom hebben we ook de Brabantse Stijlprijs dit jaar helemaal aan dat thema gewijd.’

Waarom die focus op industrieel bouwen?

‘Omdat het sneller gaat, betaalbaarder kan zijn én minder mensen vraagt. De bouwsector vergrijst. Als we jongeren willen aantrekken, moeten we het aantrekkelijker maken. Bouwen in een fabriek is minder fysiek zwaar, Arbo-technisch beter en past beter bij de huidige generatie. En de woningen zijn echt goed – vaak beter dan mensen denken. Als je niet zegt dat ze uit een fabriek komen, ziet niemand het.’

Wat hoop je als gedeputeerde te bereiken?

‘Ik hoop dat we met deze manier van werken echte versnelling voor elkaar krijgen. Zowel in het proces – minder vertraging, minder papierwerk – als in de uitvoering. Als je van anderhalf jaar bouwen naar drie maanden kunt, maak je écht verschil. En dat gun ik de Brabanders. Daar zet ik me voor in.’

All rights reserved © 2025 Young Media