Personeelstekort in de bouw: 73.000 krachten nodig.
Het personeelstekort in de bouw blijft de komende jaren groot. Om de verwachte bouwproductie te realiseren, zijn in de periode 2027-2030 circa 73.000 nieuwe arbeidskrachten nodig, concludeert het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in het rapport Trends op de bouwarbeidsmarkt 2026-2030, dat op 22 oktober 2026 verscheen. Ongeveer 52.000 daarvan kunnen uit de opleidingen komen; ruim 21.000 moeten via zij-instroom worden aangetrokken.
Nieuw in deze editie is de nadrukkelijke aandacht voor Defensie. De opschaling van de krijgsmacht en de defensie-industrie zorgt volgens het EIB voor extra concurrentie om juist het technisch en praktisch opgeleide personeel waarop ook bouwbedrijven zijn aangewezen. Brancheorganisatie Bouwend Nederland herkent het beeld en stelt dat de groei van de opleidingen alleen niet volstaat.
De krapte is onverminderd groot. De vacaturegraad in de bouw kwam in het eerste halfjaar van 2026 uit op 74 openstaande vacatures per duizend banen, tegen gemiddeld 79 in 2025, maar ligt daarmee nog altijd ruim boven het gemiddelde van de Nederlandse economie. De orderportefeuilles lagen in dezelfde periode gemiddeld 14 procent hoger dan een jaar eerder.
Gemiddeld 23 procent van de bouwbedrijven gaf aan stagnatie te ervaren door een gebrek aan personeel, tegen 20 procent in dezelfde periode van 2025. Vooral in de burgerlijke en utiliteitsbouw neemt dat aandeel sterk toe, waardoor het verschil met de grond-, weg- en waterbouw (gww) kleiner wordt. De spanning is het grootst bij kaderberoepen, installatieberoepen en monteurs van mobiele werktuigen.
Voor de woningbouw is het personeelstekort in de bouw een extra risico in een markt die al onder druk staat. Eerder deze maand bleek dat de orderportefeuille in de woningbouw daalde naar 14,5 maanden.
De werkgelegenheid in de bouw groeit in 2026 met circa 1 procent tot 556.000 arbeidsjaren, het dertiende jaar op rij met groei. Het aantal werknemers neemt met 11.000 arbeidsjaren toe tot 352.000, terwijl het aantal zelfstandigen voor het tweede jaar op rij daalt, dit keer met 6.000 tot 176.000. Het aantal uitzendkrachten blijft stabiel op 28.000.
Het EIB koppelt de daling van het aantal zelfstandigen aan de hervatte handhaving op schijnzelfstandigheid. Een deel van de zzp’ers is overgestapt naar een dienstverband, terwijl minder werknemers de stap naar het zelfstandig ondernemerschap maken. Ook het aantal buitenlandse arbeidskrachten in de bouw lijkt in 2026 licht af te nemen, met een geschatte netto-uitstroom van circa 1.000 arbeidskrachten.
Tot 2030 verwacht het instituut een groei van de werkgelegenheid naar 581.000 arbeidsjaren, relatief evenwichtig verdeeld over werknemers, zelfstandigen en uitzendkrachten. De arbeidsproductiviteit, die tussen 2020 en 2024 daalde, stijgt in 2026 met 1 procent en daarna naar verwachting met gemiddeld 2 procent per jaar.
Van de benodigde instroom van 73.000 arbeidskrachten is circa 47.000 nodig ter vervanging van mensen die met pensioen gaan of arbeidsongeschikt raken, en circa 26.000 voor uitbreiding. Die uitbreidingsvraag hangt samen met de verwachte groei van de bouwproductie: ongeveer 3,5 procent in 2027 en daarna gemiddeld circa 3 procent per jaar. Blijft de productiviteitsgroei achter, dan is meer instroom nodig.
De opleidingen blijven veruit de belangrijkste bron. Het aantal mbo-studenten op bouwgerelateerde opleidingen steeg in 2025 met 4 procent tot ruim 41.000, terwijl het totale aantal technische mbo-studenten afnam. In de raming groeit het aandeel van de bouwopleidingen binnen het technisch mbo van circa 34 procent in 2026 naar 36 procent in 2030.
Vorig jaar rekende het EIB voor de periode 2026-2029 nog met 75.000 benodigde arbeidskrachten, waarvan 25.000 via zij-instroom. Buitenlandse arbeidskrachten zijn volgens het instituut geen vanzelfsprekende oplossing, onder meer door strengere eisen aan en een tekort aan geschikte huisvesting voor arbeidsmigranten. In 2025 vertrokken bovendien meer mensen met een Poolse herkomst uit Nederland dan er zich vestigden.
Nederland heeft zich gecommitteerd aan de NAVO-norm om uiterlijk in 2035 3,5 procent van het bbp aan defensie uit te geven, en Defensie wil het personeelsbestand uitbreiden van 80.000 naar 125.000 mensen. Samen met de defensie-industrie gaat het volgens het EIB om een extra personeelsvraag van circa 5.100 voltijdsbanen per jaar tot en met 2035, en daarnaast om circa 3.700 extra reservisten per jaar.
De bouw is daarbij het sterkst blootgesteld. Hoewel de sector minder dan 5 procent van de Nederlandse werkgelegenheid vertegenwoordigt, kwam historisch bijna 15 procent van de studenten met een voor de defensiesector relevante opleiding in de bouw terecht. Het EIB raamt de extra wervingsdruk op de bouw over 2026-2035 op ruim 11.000 arbeidsjaren, gemiddeld circa 1.100 per jaar. Dat is bijna 10 procent van de instroom vanuit de opleidingen in 2025.
De overlap concentreert zich op beroepen waar de bouw al krapte kent, zoals monteurs, elektrotechnisch personeel, machinisten, kaderpersoneel en vakmensen in de gww. Bij zulke beroepen kan volgens het instituut een aanvullend tekort van enkele arbeidskrachten al tot vertraging van projecten leiden.
Het rapport onderstreept dat het personeelstekort in de bouw een structurele randvoorwaarde blijft voor de woningbouwopgave en de verduurzaming van de bestaande voorraad. Voor ontwikkelaars en beleggers betekent dit dat planningsrisico’s en bouwkosten niet alleen door materiaalprijzen en netcongestie worden bepaald, maar steeds nadrukkelijker door de beschikbaarheid van vakmensen.
Een hogere arbeidsproductiviteit wint daarmee aan gewicht: het EIB rekent al met 2 procent productiviteitsgroei per jaar, en valt die lager uit, dan loopt de benodigde zij-instroom verder op. Dat sluit aan bij de roep om een nieuwe bouwcultuur, waarin efficiënter en meer seriematig bouwen een grotere rol krijgt.
Foto: Mark Potterton via Unsplash (illustratief). Bron: EIB / Bouwend Nederland / PropertyNL, 22 oktober 2026