De woningbouw moet sneller én duurzamer, stelt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in een nieuw advies. Volgens Karin Sluis, raadslid van de Rli en voorzitter van de raadscommissie achter het advies, is het onbegrijpelijk dat zoveel mogelijkheden voor duurzaam bouwen ongebruikt blijven. ‘Het is een no-brainer. We kunnen het, het hoeft niet duurder te zijn en het heeft ontzettend veel bijvangst.’
‘We zien dat Nederland voor een enorme dubbele opgave staat. Aan de ene kant moeten we zo’n 100.000 nieuwe woningen per jaar bouwen, maar tegelijkertijd moeten we de CO₂-uitstoot drastisch verminderen. De bouwsector speelt daar een grote rol in, want die moet in 2050 volledig klimaatneutraal zijn. Het Rli-advies gaat over de vraag: hoe zorgen we ervoor dat de transitie naar duurzame bouwmaterialen niet ten koste gaat van het tempo of de betaalbaarheid van woningbouw?’
‘Dat hebben we samen met de ministeries vormgegeven, maar het initiatief kwam van ons. De vraag was: onder welke voorwaarden kan de overheid de omslag naar duurzame bouwmaterialen bevorderen, zonder dat dat leidt tot vertraging of prijsverhoging in de woningbouw? Die combinatie – tempo houden én verduurzamen – is het uitgangspunt geweest.’
‘Er is al ontzettend veel mogelijk. Er zijn opdrachtgevers die het willen, ontwerpers die het kunnen en producenten van biobased materialen, duurzaam beton, staal, noem maar op. Maar de huidige regelgeving stimuleert het simpelweg niet. De milieuprestatie-eis waar gebouwen aan moeten voldoen is met 0,8 zo ruim dat je daar met traditionele materialen makkelijk aan voldoet. Waarom zou je dan duurzamere alternatieven gebruiken?’
‘Ja, maar wel slim. Onze eerste aanbeveling is dat de normering zich moet ontwikkelen richting klimaatneutraal bouwen in 2050. Europa vraagt van lidstaten om een zogeheten “roadmap” te maken waarin ze dat proces beschrijven. Nederland moet dus nú vastleggen hoe we van de huidige situatie naar volledig klimaatneutraal bouwen komen. Maar je kunt niet morgen ineens eisen dat alle woningen drastisch minder CO₂ uitstoten. Dat zou de bouw stilleggen.’
‘Door in navolging van Europa te werken met een combinatie van grens- en streefwaarden. De grenswaarde moet haalbaar zijn voor de meeste partijen. Daarnaast stel je een ambitieuzere streefwaarde en om die te stimuleren, introduceren we een vorm van beprijzing: wie bovengemiddeld duurzaam bouwt, hoeft minder of geen heffing te betalen. Gebruik je nog meer conventionele materialen, dan betaal je wél een heffing. Daarmee beloon je innovatie en creëer je een eerlijk speelveld.’
‘Niet in de bouw, maar het idee is wel bekend in andere sectoren. En het is bij uitstek geschikt voor de woningbouw, omdat dat een nationale markt is. Je importeert immers geen complete woningen uit het buitenland. Dus je kunt in Nederland prima sturen met beprijzing, zonder dat je de concurrentiepositie schaadt.’
‘De manier van bouwen in Nederland is in beton gegoten – letterlijk en figuurlijk. We bouwen nog altijd standaard met baksteen, beton en veel installaties. Dat is een systeem geworden met bijbehorende regels, certificering en gewoontes. Om duurzamer te bouwen, moet je soms terug naar de tekentafel. Dat vraagt iets van álle partijen in de keten.’
‘Het zijn er veel. In Nederland zijn meer dan 100.000 partijen actief in de bouw. Vaak werken ze op tijdelijke basis samen aan projecten, zonder echt zicht te hebben op wie er twee stappen eerder of later in de keten zit. Dat maakt het lastig om gezamenlijk nieuwe oplossingen te bedenken. Daarom pleiten we in ons advies ook voor meer samenwerking en kennisdeling.’
‘Een voorbeeld uit Friesland sprak tot de verbeelding. Daar gingen alle betrokkenen bij een project gewoon met elkaar aan tafel: architect, bouwer, toeleverancier en installateur. Iedereen vertelde waar hij tegenaan liep en dan blijkt: als je elkaars knelpunten kent, kun je samen oplossingen bedenken. Die samenwerking is cruciaal voor vernieuwing.’
‘Vier in totaal. Eén: ontwikkel een roadmap naar klimaatneutraal bouwen met duidelijke grens- en streefwaarden. Twee: introduceer een stimulerende beprijzing. Drie: pas regels en procedures aan zodat ook nieuwe materialen gecertificeerd kunnen worden en bouwmethodes passen binnen gemeentelijke plannen. En vier: benut en versterk het kennisniveau in de keten…via onderwijs, bijscholing en brancheorganisaties.’
‘Er is veel mogelijk, maar het is vaak nog onbekend. Neem installatiearm bouwen: minder technische installaties leidt tot minder CO₂-uitstoot, maar daar zitten nauwelijks prikkels voor in het huidige systeem. Of hergebruik van materialen: dat gebeurt, maar het wordt niet beloond. Wij zeggen: stimuleer álle routes naar duurzaam bouwen, niet alleen hout.’
‘Zeker niet. Je kunt ook kiezen voor lichter bouwen, installatiearm ontwerpen, materialen hergebruiken, of voor duurzamere varianten van staal en beton. Het hoeft niet allemaal van hout. Belangrijk is dat je álle strategieën ondersteunt die bijdragen aan minder CO₂-uitstoot.’
‘Ik ben optimistisch. Het is een no-brainer. Het is betaalbaar, haalbaar, en het helpt ook nog eens bij andere maatschappelijke doelen zoals minder grondstoffengebruik en gezondere woonomgevingen. We zien nu al veel steun vanuit de sector, van boeren tot bouwers. Als zij zeggen: “dit willen wij ook,” dan moet je wel van goeden huize komen om als overheid te zeggen: we doen het niet.’
‘Ik vind het doodzonde dat we de mogelijkheden die er nu al zijn niet benutten. Je kunt evenveel woningen bouwen, voor vergelijkbare of zelfs lagere kosten, en bijdragen aan een betere wereld. Wie wil daar nou niet aan meewerken? Bovendien: het maakt de bouw weer een leuke sector om in te werken. Dat geeft energie.’
WAT IS HET BESTE ADVIES OOIT?
‘Begin with the end in mind’ (van Stephen Covey)
WAAR BEN JE HET MEESTE TROTS OP?
‘Ik ben eerder dankbaar voor en blij met…’
WELK BOEK IS JE ALTIJD BIJGEBLEVEN?
‘The seven habits (van Stephen Covey; uit 1989) is echt een gids voor het leven geworden.’
WELKE FILM OF SERIE MAAKTE INDRUK?
‘Intouchables: op een waargebeurd verhaal gebaseerde film over vriendschap, sociale ongelijkheid en veerkracht. Fantastisch!’
WELKE SPORT DOE JE?
‘Hoofd leeg, lijf moe, en dat in 45 minuten: (hard-)lopen dus.’
HOE LAAT STA JE OP?
‘Ik ben een avondmens: 6 uur als het moet, 8 uur als het kan.’
WAT IS JOUW FAVORIETE VAKANTIEBESTEMMING?
‘Als er maar bergen zijn!’
WAT IS HET BESTE RESTAURANT?
‘Carotte in Deventer: werkt met verse seizoensgroenten en is een echte aanrader voor vegetariërs.’