De woningcrisis raakt iedereen: starters die niet aan een huis komen, ouderen die vastzitten in een te grote woning, en jongeren die na hun studie noodgedwongen weer bij hun ouders intrekken. Voor provincies ligt er een steeds grotere rol in het aanjagen van woningbouw, zeker in regio’s met een complexe opgave zoals Groningen. Gedeputeerde Pascal Roemers (PvdA) is daar verantwoordelijk voor wonen. Een gesprek over dorpsranden, nieuwe woonvormen en het spanningsveld tussen bouwen, bereikbaarheid en natuur.
‘De woningbouwopgave in Groningen is dubbelop. Aan de ene kant hebben we net als de rest van Nederland een tekort aan woningen en aan de andere kant spelen hier de versterkingsoperatie en verduurzaming in het aardbevingsgebied. Dat maakt de druk op de woningvoorraad extra groot. We willen én bestaande woningen verbeteren én nieuwe woningen bouwen, en dat alles in een gebied dat op sommige plekken krimpt en elders juist groeit.’
‘We hebben samen met de gemeenten drie regionale woondeals gesloten. Daarin staan harde inspanningsverplichtingen. In principe zijn gemeenten aan zet om de bouw daadwerkelijk te realiseren, maar als provincie ondersteunen we bijvoorbeeld met planvorming, capaciteit en regie op locaties. Ook kijken we waar we in het buitengebied – aan de randen van dorpen – ruimte kunnen creëren zonder dat het ten koste gaat van landschap en natuur.’
‘Het uitgangspunt is: inbreiding voor uitbreiding. Dus eerst kijken of er binnen de dorpen nog ruimte is, bijvoorbeeld op braakliggende terreinen. Maar als dat niet meer kan, dan zoeken we naar uitbreidingsmogelijkheden aan de rand van het dorp, met oog voor de landschappelijke kwaliteit. Het gaat dan niet om grootschalige uitleggebieden, maar om een afronding van het bestaande dorp. Zo kunnen we ook de leefbaarheid in kleine kernen versterken.’
‘Omdat we zien dat veel kleine dorpen langzaam leeglopen of vergrijzen. Jongeren trekken weg en voorzieningen verdwijnen. Door juist in die kernen woningen toe te voegen, bijvoorbeeld levensloopbestendige woningen of starterswoningen, versterken we het dorp. Dat helpt ook bij het op peil houden van scholen, sportverenigingen en openbaar vervoer.’
‘Dat blijft een uitdaging, ja. De auto is op veel plekken nog steeds belangrijk, maar we investeren ook flink in goede fietspaden en OV-verbindingen. Kijk naar de Nedersaksenlijn, dat zijn belangrijke investeringen voor de regio. Tegelijkertijd moeten we ook realistisch zijn: niet elk dorp zal weer een supermarkt of bushalte krijgen. We moeten anders naar voorzieningen kijken…ook digitale en bezorgdiensten spelen daarin steeds meer een rol.’
‘Wij hebben een flexpoolregeling van 2 miljoen euro waarmee we gemeenten kunnen helpen met bijvoorbeeld planvorming of vergunningverlening. In veel gemeenten ontbreekt het simpelweg aan capaciteit. Met deze regeling kunnen we ambtenaren inhuren of detacheren, en zo zorgen dat plannen niet vastlopen. Daarnaast brengen we via de woondeals ook meer samenhang aan tussen de opgaven in de grotere steden en de kleinere dorpen eromheen.’
‘We liggen redelijk op koers, maar het is ingewikkeld. De aantallen in kleine dorpen zijn bescheiden – denk aan 10 tot 100 woningen per dorp – maar voor zo’n dorp is dat een enorme uitbreiding. Tegelijkertijd moeten de grote klappers in de steden komen. In Groningen-Stad ligt bijvoorbeeld het Suikerterrein waar zo’n 5000 woningen kunnen komen. Dat zijn de aantallen die echt verschil maken op nationaal niveau.’
‘We zien een duidelijke trend richting meer eenpersoonshuishoudens en vergrijzing. Dat betekent dat er meer behoefte is aan kleinere woningen, aan appartementen, aan woningen met zorg in de buurt. Tegelijkertijd moeten we zorgen voor doorstroming: als ouderen verhuizen naar iets geschikter, komen er gezinswoningen vrij. Die balans is cruciaal. Dus niet alleen bouwen wat makkelijk is, maar wat echt nodig is.’
‘Capaciteit bij gemeenten is er één. Een andere is het landelijke stikstofbeleid. Daar loop je als provincie niet alleen op vast, het hele land heeft ermee te maken. De regels zijn ingewikkeld en de ruimte beperkt.’
‘Ja, over het algemeen wel. Er is veel onderling contact tussen provincies, en ook met het Rijk. Maar het is een complexe puzzel. Je moet bouwen, maar ook ruimte houden voor natuur, landbouw, recreatie en water. Dat vraagt keuzes. We kijken ook of bedrijventerreinen aan de rand van dorpen verplaatst kunnen worden zodat er in de kern woningen bij kunnen komen. Het gaat echt om slim combineren van functies.’
‘Dat we samen met gemeenten en corporaties aan tafel zitten, is al winst. We zijn het eens over de richting. En het helpt dat we hier in Groningen nog ruimte hebben. Natuurlijk, er zijn veel beperkingen, maar er is ook veel mogelijk. En er is momentum: iedereen voelt de urgentie. We moeten nu doorpakken, ook al is het niet altijd makkelijk.’
WAT IS HET BESTE ADVIES OOIT?
‘Het is beter in de politiek om goed te luisteren dan altijd te willen praten.’
WAAR BEN JE TROTS OP?
‘Dat ik twee keer een marathon heb volbracht.’
WELK BOEK IS JE ALTIJD BIJGEBLEVEN?
‘Meest inspirerende is het boek van Joop den Uyl.’
WELKE FILM OF SERIE MAAKTE INDRUK?
‘Schindler’s List.’
WELKE SPORT DOE JE?
‘Hardlopen en kickboksen.’
HOE LAAT STA JE OP?
‘6.30 uur.’
WAT IS JOUW FAVORIETE VAKANTIEBESTEMMING?
‘Ameland en Curaçao.’