Nieuwbouwwoningen: ING verwacht 74.000 opleveringen in 2027.
Het aantal nieuwbouwwoningen dat in Nederland wordt opgeleverd, groeit de komende twee jaar slechts mondjesmaat. ING Research komt in een op 4 augustus 2026 gepubliceerde sectorprognose uit op circa 71.000 opgeleverde woningen in 2026 en circa 74.000 in 2027. Het aantal verleende bouwvergunningen trekt intussen wel stevig aan, maar dat vertaalt zich pas met flinke vertraging in daadwerkelijk opgeleverde woningen.
Voor de gehele Nederlandse bouw rekent ING Research op een stabilisatie van de productie in 2026 en een groei van 1 procent in 2027. De sector klimt daarmee uit de dip van de afgelopen jaren, maar het tempo blijft achter bij wat nodig is om het woningtekort merkbaar terug te dringen.
In de eerste vier maanden van 2026 werden 7 procent minder nieuwbouwwoningen gerealiseerd dan in dezelfde periode een jaar eerder. Volgens ING moet die afname in de loop van 2026 eerst nog worden goedgemaakt voordat er op jaarbasis sprake kan zijn van zichtbare groei.
Die achterstand verklaart waarom de raming voor dit jaar dicht bij het niveau van vorig jaar blijft liggen. Pas in 2027 tekent zich een duidelijker herstel af, met circa 3.000 extra opgeleverde woningen ten opzichte van 2026. Op een opgave die door het kabinet op honderdduizenden woningen wordt geraamd, is dat een bescheiden stap.
Het aantal afgegeven bouwvergunningen voor nieuwe woningen lag in mei 2026 op het hoogste maandniveau sinds 2015. Vergunningen gelden doorgaans als de betrouwbaarste voorlopende indicator voor de productie enkele jaren later, en dat cijfer wijst dus op een inhaalslag verderop in het decennium.
Volgens sectoreconoom bouw Maurice van Sante van ING Research zit tussen de vergunningverlening en het moment dat de nieuwe eigenaar de sleutel krijgt vaak ruim twee jaar. De piek in vergunningen vertaalt zich daardoor pas ná 2027 in een substantieel hoger aantal opgeleverde nieuwbouwwoningen.
Daar komt bij dat bouwbedrijven projecten bewust over de tijd spreiden om schommelingen in hun orderportefeuille en personeelsbezetting op te vangen. Ook die spreiding dempt de piek die de vergunningcijfers op papier suggereren. De prognose sluit daarmee aan bij de eerder gesignaleerde daling van de woningbouw door bouwkosten en vergunningen, die de sector nu geleidelijk achter zich laat.
ING Research noemt vier structurele knelpunten die de groei blijven remmen: de stikstofbeperkingen, het tekort aan personeel, de beperkte capaciteit op het volle stroomnet en de hoge bouwkosten. Die combinatie zorgt ervoor dat een deel van de vergunde plannen alsnog vertraagt of helemaal niet tot uitvoering komt.
Vooral de netcongestie raakt inmiddels ook woningbouwprojecten die verder geen planologische obstakels kennen. Netbeheerders melden onverminderd lange wachtrijen voor nieuwe aansluitingen, zoals blijkt uit de honderdduizenden woningen die bij netbeheerder Stedin zijn aangemeld. Voor ontwikkelaars betekent dat een extra onzekerheid in de planning, bovenop de gebruikelijke procedurele risico’s.
De hoge bouwkosten drukken bovendien de haalbaarheid van plannen in het betaalbare segment. Juist daar is de opgave het grootst, terwijl de marges het smalst zijn en de afhankelijkheid van gemeentelijke bijdragen en subsidies het hoogst.
Binnen de bouw is de grond-, weg- en waterbouw volgens ING Research onverminderd de sterkst presterende deelsector, al vlakt de groei richting 2027 af. De vervangings- en renovatieopgave aan bruggen, sluizen en wegen zorgt daar voor een stabiele stroom aan werk, die minder gevoelig is voor de rentestand dan de woningbouw.
Dat verschil in dynamiek verklaart waarom de totale bouwproductie stabiliseert terwijl de woningbouw licht groeit: de sterkere deelsectoren compenseren de zwakkere. Voor bouwbedrijven met een gespreide portefeuille is dat een dempende factor, voor partijen die vrijwel uitsluitend op woningbouw leunen juist niet.
Voor projectontwikkelaars en institutionele beleggers betekent de prognose dat de schaarste aan nieuwe woningen voorlopig aanhoudt. Een productie van circa 74.000 woningen in 2027 laat het aanbod slechts langzaam meegroeien met de vraag, wat de druk op zowel koop- als huurprijzen in stand houdt.
Tegelijk biedt de vergunningenpiek van mei 2026 uitzicht op een ruimere pijplijn na 2027, mits stikstof, netcapaciteit en personeel geen nieuwe vertraging opleveren. De komende anderhalf jaar is daarmee vooral een overgangsfase: de plannen zijn er, de uitvoering moet nog volgen.
Foto: Mike van Schoonderwalt from Pexels