Belastingdruk woningcorporaties remt bouw in het noorden.
Negen Drentse woningcorporaties pleiten voor afschaffing van de vennootschapsbelasting voor de sector. Volgens hun berekeningen kost de belastingdruk woningcorporaties in de regio Groningen-Assen bijna 1,5 miljard euro aan investeringsruimte. Het bericht werd op 30 augustus 2026 gepubliceerd.
De oproep raakt aan de kern van de woningbouwopgave in Noord-Nederland. In de regio zijn met het Rijk harde aantallen afgesproken, terwijl de partijen die het grootste deel van de betaalbare voorraad bouwen stellen dat hun financiële ruimte in hetzelfde tempo afneemt.
De corporaties becijferen het verlies aan investeringsruimte per regio. Voor Zuidwest-Drenthe gaat het om 70 miljoen euro, voor Zuidoost-Drenthe om 216 miljoen euro en voor de regio Groningen-Assen om 1.488 miljoen euro. Volgens de corporaties komt dat neer op circa 40 procent minder woningen.
Melanie Maatman, directeur-bestuurder van corporatie Actium, wijst erop dat corporaties anders werken dan gewone ondernemingen. Zij ontvangen huur van bewoners en zetten die in voor bouw en onderhoud, stelt zij, en maken geen winst; over die huuropbrengsten wordt niettemin vennootschapsbelasting geheven. Actium alleen al verwacht over tien jaar 76 miljoen euro af te dragen.
Landelijk betaalde de sector vorig jaar ongeveer 800 miljoen euro aan vennootschapsbelasting. Dat bedrag loopt volgens de corporaties op naar circa 1,5 miljard euro per jaar, bijna een verdubbeling ten opzichte van het recente verleden.
De heffing werkt daarmee direct door in de bouwprogrammering. Waar bouwkosten, rente en netaansluitingen de afgelopen jaren al drukten op de haalbaarheid van projecten, komt de fiscale last daar als structurele post bovenop. Dat de opgave niet vanzelf door één type partij wordt opgelost, klonk eerder ook door in het betoog dat je met alleen woningcorporaties en koopwoningen de bouwopgave niet haalt.
In de provincie Groningen tekenden Rijk, provincie en gemeenten in februari 2023 samenwerkingsafspraken voor de bouw van ruim 28.000 nieuwe woningen tot 2030. Het leeuwendeel daarvan, 21.370 woningen, is voorzien in de regio Groningen-Assen; Eemsdelta en Oost-Groningen nemen respectievelijk 3.293 en 3.846 woningen voor hun rekening.
De corporaties stellen dat de afgesproken aantallen voor de regio Groningen-Assen met de huidige belastingdruk niet zijn te realiseren. Daarmee verschuift het gesprek van planvoorraad naar financierbaarheid: de locaties liggen er, maar de balans van de opdrachtgever bepaalt of er daadwerkelijk een schop de grond in gaat.
De woondeals zijn geen vrijblijvende intentieverklaringen. Nederland telt 35 woondealregio’s waarin gemeenten, provincies en corporaties gezamenlijk aan kwantitatieve bouwdoelen zijn verbonden. De Autoriteit woningcorporaties voerde in 2025 pilots uit in de regio Groningen-Assen en de regio Eindhoven en breidde het toezicht in 2026 uit met een regionaal perspectief, waarbij nadrukkelijk wordt gekeken of de opgave en de financiële mogelijkheden van corporaties in een regio met elkaar in verhouding staan.
Juist die verhouding staat in het noorden onder spanning. Waar de bouwafspraken uitgaan van een aanhoudende productie tot 2030, laten de berekeningen van de corporaties zien dat de ruimte om die productie te financieren in de eerste jaren van die periode al wegvalt.
De actie beperkt zich niet tot Drenthe. Corporaties in onder meer Overijssel voeren een vergelijkbare campagne richting gemeenten en politiek. De sector vraagt gemeenteraden en colleges het pleidooi voor afschaffing van de vennootschapsbelasting over te nemen.
Ondertussen loopt de vervangingsopgave in de bestaande voorraad door. In Mijdrecht bijvoorbeeld maken 37 verouderde sociale huurwoningen plaats voor 70 nieuwe, een type ingreep dat vrijwel volledig uit corporatiemiddelen wordt gefinancierd.
Voor gemeenten en provincies betekent dit dat de haalbaarheid van woondeals steeds vaker buiten het ruimtelijk domein wordt beslist. Zonder aanpassing van de fiscale behandeling van corporaties verschuift het risico naar de programmering: minder sociale huur en meer afhankelijkheid van marktpartijen en institutioneel kapitaal voor het betaalbare segment.
Voor de sector zelf is de inzet helder. Blijft de heffing gehandhaafd, dan moeten corporaties kiezen tussen nieuwbouw, verduurzaming en onderhoud van de bestaande voorraad, precies op het moment dat alle drie de opgaven tegelijk urgent zijn.
Foto: Jan van der Wolf via Pexels