Luchtfoto van een bedrijf met rookpluim tussen woningen, illustratief bij toezicht onder de Omgevingswet
13 okt 2026 - Young Media

Omgevingswet maakt toezicht lastiger, waarschuwt Rli.

Omgevingswet maakt toezicht lastiger, waarschuwt Rli.

De Omgevingswet heeft toezicht en handhaving op milieubelastende activiteiten ingewikkelder gemaakt. Dat stelt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in het advies ‘Toezicht met vertrouwen’, dat op 13 oktober 2026 is aangeboden aan minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en staatssecretaris Annet Bertram van Infrastructuur en Waterstaat. Volgens de raad levert dat extra risico’s op voor milieu, veiligheid en gezondheid en leidt het tot meer onzekerheid bij bedrijven.

Voor de vastgoedsector is het advies relevant omdat de wet, die sinds 1 januari 2024 van kracht is, ook het kader vormt voor de omgevingsplannen waarbinnen gebiedsontwikkeling plaatsvindt. De Rli noemt de wet een stevig fundament, maar constateert dat de uitvoeringspraktijk extra handvatten nodig heeft.

Omgevingswet verschuift controle naar achteraf

De wet legt de verantwoordelijkheid voor het benutten en beschermen van de leefomgeving in de eerste plaats bij burgers en bedrijven. Vergunningen hebben deels plaatsgemaakt voor algemene regels, meldingen en specifieke zorgplichten met open normen. Daardoor is er volgens de Rli minder controle vooraf en moeten toezichthouders vaker achteraf bijsturen, wanneer een activiteit al heeft plaatsgevonden.

De raad waarschuwt dat de kans op voldongen feiten of onomkeerbare gevolgen daarmee toeneemt. Initiatiefnemers moeten vaker achteraf onbedoelde fouten herstellen om alsnog aan de regels te voldoen.

Omgevingsdiensten geven daarnaast aan dat zij minder overzicht hebben. Aanvragen en meldingen voor samenhangende activiteiten kunnen los van elkaar worden ingediend, een verschijnsel dat in de praktijk het ‘confettikanon’ wordt genoemd, zo beschrijft vakblad Gemeente.nu. Toezichthouders kunnen een initiatief daardoor minder goed als geheel beoordelen.

Verschillen tussen gemeenten zorgen voor onzekerheid

Een tweede knelpunt is de ruimte voor lokaal maatwerk. Gemeenten kunnen in hun omgevingsplan regels opnemen die afwijken van die van de buurgemeente, bijvoorbeeld voor geluidsnormen, meldt Binnenlands Bestuur op basis van het advies. Toezichthouders moeten die verschillen in de praktijk uitleggen, wat tot meer discussie met initiatiefnemers leidt.

Bedrijven ervaren volgens de Rli hogere administratieve lasten door het grote aantal meld- en informatieplichten. Zij ervaren bovendien meer onzekerheid, omdat de beoordeling sterker afhangt van de interpretatie van de individuele toezichthouder. Dat sluit aan bij een eerder gehoorde klacht uit de markt, namelijk dat partijen niet durven te investeren wanneer regels telkens veranderen.

Ook de integratie van milieuregels in de nieuwe instrumenten verloopt moeizaam, met het omgevingsplan als grootste opgave. Dat lokale verschillen groot kunnen zijn, bleek eerder uit de bouwleges die tussen gemeenten sterk uiteenlopen.

Woonwijk naast een slachterij als voorbeeld

Het Reformatorisch Dagblad beschrijft een voorbeeld uit het advies dat direct raakt aan gebiedsontwikkeling. Een gemeente ontwikkelt een woonwijk op korte afstand van een grote slachterij. De omgevingsdienst waarschuwt voor stankoverlast, maar het plan gaat door. Na oplevering volgt een stroom klachten en moet de gemeente met het bedrijf in onderhandeling.

Rli-voorzitter Jan Jacob van Dijk stelt in die krant dat er nog geen grote ongelukken zijn gebeurd, maar dat het goed is om nu bij te sturen. Hij pleit voor meer standaardisering in de gegevens die initiatiefnemers moeten aanleveren, met behoud van ruimte voor maatwerk.

Rli wil programma met Rijk en bedrijfsleven

De raad noemt vijf kernoorzaken. De verschuiving van verantwoordelijkheden is volgens de Rli onvoldoende begeleid, vooral richting bedrijven en burgers, en de gevolgen voor toezicht en handhaving zijn onvoldoende doordacht. Bovendien valt de stelselherziening samen met een groeiend aantal grote opgaven in de leefomgeving.

De overkoepelende aanbeveling is een programma ‘Toezicht en Handhaving onder de Omgevingswet’, waarin overheden, uitvoeringsorganisaties en het bedrijfsleven samenwerken. Het bedrijfsleven moet daarbij in beginsel het initiatief nemen om helder te maken hoe initiatiefnemers aan zorgplichten en open normen kunnen voldoen.

Daarnaast wil de Rli criteria voor het uitgangspunt ‘decentraal, tenzij’, zodat complexe milieuvraagstukken op het juiste bestuurlijke niveau worden geregeld. Voor lokaal maatwerk stelt de raad een keuzemenu met varianten van maatwerkregels voor, waardoor definities en meetinstructies uniformer worden. Tot slot moet de praktijkkennis van omgevingsdiensten beter worden benut bij het opstellen van omgevingsplannen.

Vooruitblik

Het advies ligt nu bij de minister en de staatssecretaris. De Rli benadrukt volgens Binnenlands Bestuur dat de signalen uit de praktijk niet mogen worden afgedaan als kinderziektes van een jonge wet.

Voor projectontwikkelaars en beleggers betekent dit dat de discussie over de Omgevingswet verschuift van de invoering naar de uitvoerbaarheid. Meer standaardisering kan de voorspelbaarheid van procedures vergroten, terwijl aanvullende informatie-eisen vooraf de voorbereiding van een project kunnen verzwaren. Welke kant het opgaat, hangt af van de afspraken die Rijk, gemeenten, omgevingsdiensten en bedrijfsleven hierover maken.

Foto: K via Pexels

All rights reserved © 2026 Young Media