Netcongestie maakt 99 procent van de plannen onhaalbaar.
In Noord-Holland kan onder de huidige omstandigheden nog maar circa 1 procent van de onderzochte ruimtelijke en economische ontwikkelingen daadwerkelijk doorgaan. Dat blijkt uit een impactanalyse die adviesbureau Berenschot in opdracht van de provincie uitvoerde en die op 28 augustus 2026 naar buiten kwam. Netcongestie is daarbij veruit de grootste beperkende factor, nog voor de beperkte stikstofruimte.
De provincie heeft het Rijk naar aanleiding van de uitkomsten opgeroepen netcongestie als een nationale crisis te behandelen en sneller met wetgeving en maatregelen te komen. Voor ontwikkelaars, beleggers en gemeenten in de regio bevestigt de analyse dat de aansluiting op het elektriciteitsnet een harde randvoorwaarde is geworden bij planvorming, en niet langer een sluitpost aan het eind van het traject.
Van de nieuwbouwwoningen die in Noord-Holland nog moeten worden gerealiseerd, kan volgens Berenschot onder de huidige omstandigheden ongeveer 11 procent worden gebouwd. Ook in het gunstigste scenario dat het bureau doorrekende blijft het beeld ongunstig: dan kan circa 43 procent van de onderzochte ontwikkelingen doorgaan.
Het knelpunt zit niet alleen in de woningen zelf, maar in alles wat erbij hoort. Nieuwe woonwijken, scholen en zorginstellingen kunnen volgens de analyse niet op tijd worden aangesloten, waardoor projecten die planologisch rond zijn alsnog blijven liggen.
Dat raakt de kasstromen van ontwikkelende partijen direct. Een project dat jaren op een aansluiting wacht, houdt grondposities en voorfinanciering vast zonder dat daar opbrengsten tegenover staan.
Naast woningbouw komen ook de verduurzaming van de industrie en de uitbreiding van publieke laadinfrastructuur vrijwel stil te liggen. Daarvan is volgens de analyse voor 2030 nagenoeg niets haalbaar, wat voor bedrijventerreinen neerkomt op een rem op de elektrificatie van productieprocessen en op de uitbreiding van laadpleinen voor logistiek verkeer.
Noord-Holland wordt bovendien relatief zwaar geraakt door de combinatie van een sterke economie, een concentratie van industrie en een hoge dichtheid aan datacenters, die alle drie een groot beslag op het net leggen. Dat beschikbare transportcapaciteit inmiddels meeweegt in de waardebepaling is geen nieuw gegeven; eerder bleek al dat netcongestie de waarde van bedrijfspanden bepaalt.
Voor beleggers verschuift de aandacht daarmee naar de bestaande voorraad. Panden met een ruime, al vergunde aansluiting vertegenwoordigen een schaarste die met nieuwbouw voorlopig niet is in te lopen.
De impactanalyse keek naast netcongestie ook naar de beschikbare stikstofruimte. Die vormt eveneens een belemmering, maar volgens Berenschot in mindere mate: ook wanneer de stikstofruimte in de toekomst verruimt, blijven plannen stuklopen op het volle elektriciteitsnet.
Voor de provincie is dat een relevante nuance, omdat het stikstofdossier de afgelopen jaren de meeste bestuurlijke aandacht opeiste. De conclusie verschuift het zwaartepunt van het vergunningenspoor naar de fysieke infrastructuur, waar de doorlooptijden aanzienlijk langer zijn.
Noord-Holland gebruikt de uitkomsten om prioriteiten te stellen, de lobby richting het Rijk aan te scherpen en te bekijken waar eigen regels en procedures onnodig vertragen. De provincie overweegt daarnaast grond aan te kopen voor toekomstige netuitbreidingen en wil procedures voor elektriciteitsinfrastructuur waar mogelijk overnemen of versnellen.
Volgens commissaris van de Koning Arthur van Dijk zijn ruimte op het elektriciteitsnet en binnen het stikstofdomein randvoorwaarden om de ambities uit de omgevingsvisie te realiseren. Hij benadrukt dat de provincie het probleem niet op eigen kracht kan oplossen en wijst op de noodzaak van duidelijke keuzes, samenwerking en snelheid.
Het besluitvormingstraject ligt inmiddels vast. Op 23 november behandelt de commissie Ruimte de aangepaste omgevingsvisie, waarna Provinciale Staten die op 14 december definitief vaststellen. Tot die tijd bepalen Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten welke opgaven voorrang krijgen en welke plannen voorlopig niet haalbaar zijn.
De uitbreiding van het net zelf laat langer op zich wachten. Op basis van het onderzoek is het elektriciteitsnet in het zuiden van Noord-Holland naar verwachting tussen 2033 en 2036 uitgebreid en in het noorden van de provincie tussen 2035 en 2038. Dat vraagt van eigenaren en gebruikers een proactieve regie op de eigen energievoorziening, omdat de oplossing op korte termijn eerder in het eigen verbruik en de eigen aansluiting ligt dan in extra netcapaciteit.
Voor institutionele beleggers en ontwikkelaars verschuift netcongestie hiermee van een technisch aandachtspunt naar een structurele waardefactor. Locaties met een bestaande, toereikende aansluiting worden schaarser en daarmee relatief waardevoller, terwijl planvoorraad zonder aansluitperspectief langer op de balans blijft staan.
Voor gemeenten betekent dit dat de programmering van woningbouw de komende jaren nadrukkelijk op netcapaciteit wordt afgestemd. Zolang de netuitbreiding in Noord-Holland pas in de jaren dertig gereed is, blijft het stellen van prioriteiten de belangrijkste knop waaraan provincie en gemeenten kunnen draaien.
Foto: Budget Bizar from Pexels