05 dec. Erwin Asselman

Den Haag bouwt door: Nieuwe woningen én betere buurten

Den Haag gaat de komende decennia flink groeien, op de planning staan maar liefst 4.000 woningen per jaar. Dat is fors voor een stad die aan alle kanten ingeklemd zit, en ook nog eens als behoorlijk eigenzinnig te boek staat. Wethouder Stedelijke Ontwikkeling Robert van Asten houdt van de grote diversiteit in de stad en de trots die alle inwoners delen. De groei van Den Haag zit hij als kans om de bestaande wijken te verbeteren. Hij is dan ook zeer in zijn nopjes met de financiële impuls van 25 miljoen, die onlangs werd toegekend door het Rijk in het kader van de Startbouwimpuls. ‘Er komen een hoop bouwkranen bij komend jaar. Met dit geld kunnen we naast woningen ook bouwen aan betere buurten.’

De ‘luxe’ van andere steden om aan de randen te bouwen kent Den Haag niet. Ingeklemd tussen kust en buurgemeenten zullen nieuwe woningen en voorzieningen binnenstedelijk moeten worden ingepast. Op grote schaal kan dat in het Central Innovation District (CID) rondom de drie treinstations en op het bedrijventerrein de Binckhorst, dat van kleur verschiet naar een gemengd wonen-werken gebied. In Den Haag Zuidwest, een gebied met veel naoorlogse sociale woningbouw, wordt ook al flink verbouwd en bijgebouwd, als onderdeel van het Nationaal Programma Zuidwest. In deze drie grote gebiedsontwikkelingen zal dan ook een flink deel van de benodigde woningen worden gerealiseerd, maar afdoende is dat niet. Robert van Asten kijkt dan ook nadrukkelijk naar de gehele stad, en benadrukt het belang van ‘een evenwichtige en verantwoorde groei’ van Den Haag. ‘Alle wijken en buurten doen mee. De stad gaat verdichten, maar wij zien de groeiopgave vooral ook als een kans om de stad beter te maken. Daarom kijken we niet alleen naar woningbouw, maar pakken we de opgave echt integraal op. Meer groen, meer fietsroutes en voorzieningen, het mogelijk maken van ontmoeting in de openbare ruimte: we zetten echt in op leefbaarheid en kwaliteit voor alle bewoners.’

‘WIJ ZIEN DE GROEIOPGAVE ALS EEN KANS OM DE STAD BETER TE MAKEN’

Stad op straatniveau

Na vier jaar raadslid is Robert van Asten alweer vijf jaar wethouder namens D66, in de stad waar zijn wortels liggen. Als wethouder Mobiliteit en Cultuur kreeg hij al te maken met een van de grootste uitdagingen van de stad, die dreigt onbereikbaar te worden als er niet structureel wordt ingegrepen. Van Asten: ‘Mobiliteit en stedelijke ontwikkeling liggen in elkaars verlengde. Ook toen was ik al bezig met wat er nodig is om de stad als geheel beter te laten functioneren. Voor mij ligt die oplossing in een weefsel van straten die uitnodigen om te verblijven. Dus veel meer gericht op de voetganger en de fietser, op langzaam verkeer in plaats van op de auto. Zodat mensen de prettige ruimtes in de stad ervaren waarin ze elkaar tegenkomen en waar je met groen kwaliteit kan toevoegen. Uiteindelijk willen we een stad maken die, ondanks dat die flink groeit, eigenlijk steeds vertrouwder aan gaat voelen. Er wordt dan steeds meer gebruik gemaakt van de ruimte die de stad biedt op straatniveau. Dat ontstaat doordat we het slimmer maken om voor fietsen, lopen of OV te kiezen in plaats van de auto.’

Groei biedt kansen

Die integrale aanpak met de nadruk op het straatniveau is des te belangrijker omdat in bijvoorbeeld het CID flink wat hoogbouw zal verrijzen. Rondom de stations, knooppunten van bereikbaarheid, is het immers slim om massa te maken. Robert van Asten: ‘De plinten van de gebouwen en de openbare ruimtes worden dan alleen maar belangrijker. Anders krijg je anonieme torens. We willen er juist echt voor zorgen dat we voor een gemeenschap blijven bouwen. Dat is voor mij de kern en daar zit ook mijn eigen drive als wethouder. Ik zie heel veel kansen in de groei van de stad. Ik vind het mooi dat mensen nog steeds naar de stad toekomen omdat ze daarmee een volgende stap in hun leven willen zetten. Nieuwe inwoners die gewoon een woning nodig hebben. Dat wil ik op een goede manier laten werken, ook voor de inwoners die er nu al zijn en zich misschien afvragen of de stad niet te druk wordt. De crux om dit alles goed te laten landen is zorgen dat de buurten gewoon beter worden, met meer groen, voorzieningen en plekken om samen te komen. We moeten het doen op de grond die we hebben en dan moet je op een slimme manier te werk gaan.’

Hoge dichtheid en draagvlak

Dit betekent niet dat in het CID en de Binckhorst alleen woontorens gaan verrijzen, integendeel, zegt Van Asten. ‘Hoge dichtheid is niet per se hoogbouw, het gaat er om dat je veel mensen bij elkaar krijgt, zodat draagvlak voor voorzieningen en openbaar vervoer groter wordt. Een buslijn of tram kan vaker rijden als die zichzelf terugverdient. Datzelfde geldt voor publieke, culturele en commerciële voorzieningen: op het moment dat er veel mensen zijn, is er vraag.’ En daarmee zijn ook de mensen die er nu al wonen weer geholpen. Huidige bewoners wil Van Asten zo goed mogelijk meenemen in de plannen, en dat betekent: actief benaderen. ‘Als mensen via via horen dat er een nieuwe gebiedsvisie aan komt denken ze niet automatisch dat het voor hun beter gaat worden. Natuurlijk is het ‘eerst zien en dan geloven’, dat snap ik helemaal. Het is aan de gemeente om te bewijzen dat we de plannen daadwerkelijk gaan waarmaken. Kijk, als de school al vol zit en je doet niks, dan blijft die school vol zitten. Maar juist in de nieuwe ontwikkelingen moeten we laten zien, we bouwen die school en andere voorzieningen gelijk mee.’

‘WE WILLEN EEN STAD MAKEN DIE ONDANKS DAT DIE GROEIT, STEEDS VERTROUWDER AANVOELT’

Samen stad maken

In een stad waarin iedereen wel een mening heeft en die niet onder stoelen of banken steekt, is participatie wel ‘een ding’. In het verleden ging dat misschien niet altijd even goed, maar onder het motto ‘samen stad maken’ is dat tij inmiddels gekeerd. Sterker nog, initiatieven vanuit de stad worden juist gestimuleerd. Van Asten: ‘Je kan niet van bovenaf afdwingen dat mensen elkaar meer ontmoeten, je kan mensen niet dwingen bij elkaar te gaan zitten. Buurtinitiatieven zijn dan ook enorm waardevol. Vaak worden die breed gedragen omdat mensen een groot netwerk hebben. Die mensen moet je de ruimte geven. Bibliotheken bijvoorbeeld zijn perfecte publieke plekken waar mensen gemakkelijk binnenkomen en elkaar weten te vinden. Daar ontstaan veel buurtinitiatieven. Het zijn prachtige plekken die ruimte bieden aan de buurt om zelf invulling aan te geven.’ Toch begrijpt Van Asten dat mensen in de buurten rondom het CID en de Binckhorst zich zorgen maken. Aan de gemeente om te bewijzen dat de buurten juist béter worden door meer voorzieningen en betere mobiliteit. Bovendien zijn de grote gebiedsontwikkelingen nog maar één kant van het verhaal. Van Asten kijkt nadrukkelijk naar de braakliggende terreinen of te transformeren oude gebouwen in de rest van de stad. ‘Dat kan een goede functie hebben voor de buurt. Ouderen mensen kunnen kleiner of gelijkvloers gaan wonen in hun eigen buurt, en er komen grotere woningen vrij waardoor gezinnen kunnen instromen. Ook in de rest van de stad moet je kijken waar je een goede toevoeging kunt doen, en dan met name in de betaalbare huur of koop. Dat is de tweede component van de verantwoorde ontwikkeling van de stad. Bouwen in de bestaande buurten waarbij het begrip leefomgeving centraal staat. Een inclusieve stad met buurten die goed verbonden zijn, waar verschillende groepen elkaar ontmoeten.’

Zekerheid voor marktpartijen

In de realisatie van de plannen is de samenwerking met de markt cruciaal, want zelf bouwt de gemeente uiteraard niet. Van Asten wil ervoor zorgen dat de procedures zo helder en kort mogelijk worden gemaakt, zodat marktpartijen weten waar ze aan toe zijn. Goede visies op de ontwikkeling van de stad zijn juist daarom zo belangrijk. ‘Dat zijn de afspraken die je met de Raad hebt gemaakt. Als een ontwikkelaar in een gebied aan de slag wil, heeft hij zich aan die spelregels te houden. Maar dan heeft hij dus ook die zekerheid en kun je veel sneller starten met bouwen.’ Onlangs tekende de gemeente samen met een groot aantal marktpartijen het Doorbouwverbond, een commitment van overheid en markt, met afspraken om zo snel mogelijk te gaan bouwen. Dat was echt noodzakelijk, zegt Van Asten. ‘We stonden er niet goed op. Bouwplannen kwamen niet van de grond, omdat we als gemeente achterliepen met een scherp kader op gebiedsniveau. Er is nu meer zekerheid. Als je bij ons aanklopt, weet je wat je van ons kan verwachten. We hebben ook een Haagse Tafel Wonen, met corporaties, ontwikkelaars, beleggers, juist om met elkaar goede afspraken te maken en met oplossingen te komen.’

Vliegwiel voor woningbouw

Ondanks de hoge urgentie door de verwachte instroom is woningbouw net als elders in Den Haag momenteel heel moeizaam. Daarom is de komst van 25 miljoen van het Rijk vanuit de Startbouwimpuls (SBI) meer dan welkom. De regeling fungeert als een vliegwiel waarmee 2.800 woningen kunnen worden gerealiseerd én kan er worden geïnvesteerd in leefbare buurten. De SBI is bedoeld voor bouwprojecten waarvan de business case niet meer rond kwam en die uiterlijk in 2024 of 2025 gaan starten. Robert van Asten: ‘Die 2.800 woningen zijn heel hard nodig gezien de grote opgave waar we voor staan. De investering is voor de hele stad. Sociale woningen in Zuidwest, maar ook studentenwoningen in Loosduinen.’ Die laatste zijn belangrijk omdat Den Haag inmiddels een echte studentenstad is geworden, met vestigingen van de universiteiten uit Leiden, Delft en Rotterdam. Samen met de Hogescholen en MBO’s zijn die belangrijk voor Den Haag Kennisstad. Zoals de ontwikkeling van The Hague Security Delta gericht op veiligheidstechnologie als onderdeel van de innovatieve ecosysteem van het CID. Van Asten: ‘Natuurlijk is Den Haag over de hele wereld bekend als Internationale Stad van Vrede en Recht, met het Vredespaleis en Internationale Strafhof. We zijn een brandpunt van juristen en mensenrechtenverdedigers in de wereld. Maar we hebben ook een composite-cluster, dat hele sterke maar superlichte kunstvezels voor bijvoorbeeld catamarans ontwikkelt. Op de Binckhorst zit veel creatieve maakindustrie. ‘

‘ALS JE HET GOED DOET MAAK JE VAN DEN HAAG EEN STERKERE STAD, DIE BEWONERS EEN LIFT GEEFT, DIE KANSEN GEEFT’

Investeren in gemeenschapszin

Maar ook het MKB is van oudsher groot in Den Haag, met familiebedrijven van 100 jaar oud. ‘Het gaat heus niet alleen om de nieuwe, hippe industrie in het CID. De ondernemers en winkeliers zijn een sterke kracht in de stad. De economie is hier sowieso zodanig gediversifieerd dat er werk is op alle schaalniveaus. Het zijn echt niet alleen de hoogopgeleide expats of ambtenaren, voor al onze sectoren zijn ook de praktisch opgeleiden onmisbaar.’ De aantrekkelijkheid van Den Haag zet de stad ondertussen voor de nodige uitdagingen. Met de groei van zo’n 100.000 inwoners de komende decennia komt er nog een flinke schil bij. De grootste uitdaging voor de wethouder is dat er daadwerkelijk samengewerkt en gebouwd gaat worden. ‘Dat alle betrokken partijen, ontwikkelaars, bouwers, beleggers, meewerken aan de ontwikkeling en het belang inzien van de rol van voorzieningen naast woningen. Dus dat we allemaal blijven investeren in de buurten, in gemeenschapszin. Als je het goed doet maak je van Den Haag een sterkere stad, die bewoners een lift geeft, die kansen geeft. Ik zou mezelf als wethouder een onvoldoende geven als het niet lukt om echt te werken aan betere buurten.’

Persoonlijke vragen Robert van Asten, Wethouder Stedelijke Ontwikkeling

FAVO PUBLIC SPACE:
Dat is zonder twijfel de Bibliotheek! Ik ben zelf een fervent lezer, maar de Bieb is veel meer dan boeken. Het is een plek waar mensen uit de buurt elkaar ontmoeten, ook buiten hun normale bubbel. Een plek waar je tot nieuwe inzichten komt; waar kinderen worden voorgelezen, waar ruimte is voor expressie en waar ouderen wegwijs worden gemaakt in de digitale wereld. Bibliotheken zijn een plek voor iedereen. Die plekken zijn zeldzaam
EERSTE HERINNERING AAN DEN HAAG:
Ik kom uit een echte Haagse familie. Mijn opa en oma woonden hier hun hele leven en konden de meest prachtige verhalen vertellen over Haagse oudtantes en -ooms die in een Harry Jekkers conference niet hadden misstaan. We pakten dan de tram van het Laakkwartier naar de Haagse Markt. Dat zijn mooie herinneringen
WAT MAG NOOIT WEG OF VERANDERD WORDEN:
De Zebraklok natuurlijk! Die stond tientallen jaren op het plein bij het Centraal Station. Het was het laatste wat je zag als je Den Haag verliet en het eerste wat je zag als je weer terugkwam. Echt een Haags icoon. Die gaan we zeker terugzetten als de werkzaamheden op het Koningin Julianaplein klaar zijn
WAT IS DE MOOISTE ROUTE OM TE HARDLOPEN OF TE FIETSEN:
De allermooiste hardlooproute vind ik door het Westduinpark naar het Zuidelijk Havenhoofd. De natuur, de haven en de zee, dan kan ik echt loskomen van de waan van de dag

All rights reserved © 2024 Young Media