Minister Boekholt-O’Sullivan krijgt groen licht voor aanpassingen aan het woningwaarderingsstelsel en verlenging nieuwbouwopslag
De Tweede Kamer heeft op dinsdag 16 juni 2026 ingestemd met drie aanpassingen aan het woningwaarderingsstelsel (WWS) die woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan (D66) heeft voorgesteld. De maatregelen maken deel uit van een pakket van vijf ingrepen dat als doel heeft de uitpondgolf van huurwoningen te beperken en het aanbod van middenhuurwoningen op peil te houden. In de tweede helft van 2025 werden al 36.000 huurwoningen door private investeerders op de markt gezet, waarvan circa drie op de vijf bij starters op de koopwoningmarkt terechtkwamen.
De kern van de aanpassingen betreft drie wijzigingen in het puntensysteem van het WWS. Ten eerste wordt de WOZ-cap aangepast: verhuurders op gewilde locaties mogen voortaan de huurprijs vragen die het puntentotaal zonder bovengrens toelaat, zodat de WOZ-waarde volledig doorwerkt in de maximale huurprijs. Ten tweede worden de aftrekpunten voor het ontbreken van buitenruimte — zoals een balkon of tuin — geschrapt. Ten derde worden tijdelijke huurcontracten voor studenten opnieuw mogelijk gemaakt, een maatregel die na de invoering van de Wet betaalbare huur was komen te vervallen.
Naast de drie WWS-aanpassingen wil de minister ook de nieuwbouwopslag uitbreiden. Als de eerste paal van een nieuwbouwproject vóór 2032 de grond ingaat, mogen verhuurders gedurende twintig jaar tien procent meer huur vragen dan de maximale huurprijs. De huidige regeling gold nog tot 2028. Door de termijn te verlengen hoopt Boekholt-O’Sullivan meer projectontwikkelaars en institutionele beleggers te bewegen om middenhuurwoningen te ontwikkelen en in portefeuille te houden.
De sector reageert verdeeld. Brancheorganisatie Vastgoed Belang noemt de maatregelen een eerste stap, maar wijst erop dat de fiscale druk in box 3 en de hogere overdrachtsbelasting onverminderd zwaar blijven voor particuliere verhuurders. Voorzitter Niek Verra spreekt van “nieuw behang in een huis dat op instorten staat door constructiefouten” en pleit voor een bredere fiscale herziening in overleg met de minister van Financiën. De partij PRO in de Tweede Kamer was als enige expliciet tegen de aanpassingen en had gepleit voor een volledige evaluatie van de Wet betaalbare huur in 2027 alvorens wijzigingen door te voeren.
De nieuwe regels gaan, als de Eerste Kamer geen bezwaar maakt, per 1 januari 2027 in. De minister heeft aangegeven daarna verder te willen kijken naar fiscale instrumenten om de middenhuursector structureel te versterken. In september presenteert zij aanvullende plannen over tijdelijke huurcontracten voor een bredere doelgroep dan alleen studenten.
Foto: Unsplash. Bron: Vastgoedjournaal.nl, 16 juni 2026.