Vertrouwen woningmarkt daalt onder alle leeftijdsgroepen.
Het vertrouwen in de woningmarkt is in vrijwel elke leeftijdsgroep laag: circa 85 procent van de Nederlanders verwacht op korte termijn geen passende woning te vinden. Dat blijkt uit onderzoek dat vergelijkingssite Independer liet uitvoeren door Q&A Research onder een representatieve steekproef van 2.000 Nederlanders. De uitkomsten werden op 19 augustus 2026 bekend.
De cijfers laten zien dat de krapte allang niet meer alleen een startersprobleem is. Waar het publieke debat zich richt op jonge kopers die de markt niet op komen, is de somberheid juist het grootst onder de groepen die geacht worden door te stromen: vijftigers, zestigers en ouderen die hun woning willen inruilen voor iets kleiners of gelijkvloers.
Van de 18- tot 29-jarigen denkt ongeveer een kwart op afzienbare termijn een passende woning te vinden. Bij de 30- tot 44-jarigen ligt dat aandeel op circa 30 procent. Daarna keert het beeld volledig: onder 45- tot 59-jarigen verwacht 94 procent geen passende woning te vinden en bij 60-plussers loopt dat op tot 96 procent.
Dat is opmerkelijk, omdat oudere huishoudens doorgaans over de sterkste uitgangspositie beschikken. Zij brengen overwaarde mee uit hun huidige woning, hoeven minder te lenen en hebben vaker een grotendeels afgeloste hypotheek. Hun somberheid gaat dan ook minder over financierbaarheid dan over aanbod: het type woning dat zij zoeken, wordt in Nederland nauwelijks toegevoegd.
Volgens het onderzoek werkt het beperkte aanbod voor doorstromers door in de hele keten. Wie niet verhuist, laat geen woning vrijkomen, waardoor ook gezinnen en starters minder kansen krijgen. Eerder bleek al dat de doorstroming op de woningmarkt weliswaar aantrekt, maar dat starters daarvan het minst profiteren.
Het onderzoek zet de betaalbaarheid in historisch perspectief. In 2022 lag de gemiddelde koopsom nog onder de 390.000 euro; in 2026 nadert die de 500.000 euro. Dat is een toename van ruim 100.000 euro in vier jaar tijd.
Het gemiddelde jaarinkomen groeide in diezelfde periode met circa 10.000 euro. De verhouding tussen koopsom en inkomen is daarmee verder scheefgetrokken, ook voor huishoudens met twee inkomens. Volgens Independer verklaart die kloof waarom de koopbereidheid nog wel bestaat, maar het vertrouwen in een geslaagde zoektocht ontbreekt.
Voor de vastgoedsector is het lage vertrouwen in de woningmarkt meer dan een stemmingsbeeld. Verhuisbereidheid is de motor onder de transactiemarkt: wie geen passend alternatief ziet, zet de eigen woning niet te koop. Dat beperkt het aanbod van bestaande bouw en houdt de prijsdruk in stand, ook in een markt die verder afkoelt.
Tegelijk raakt het de afzet van nieuwbouw. Projecten in het middensegment en levensloopbestendige appartementen zijn afhankelijk van doorstromers die hun eengezinswoning achterlaten. Blijft die groep zitten, dan halen ontwikkelaars moeilijker de voorverkooppercentages die financiers eisen voordat de schop de grond in gaat.
Onder starters geeft 56 procent aan financiële hulp van ouders nodig te hebben om een woning te kunnen kopen. Minder dan 20 procent krijgt die hulp daadwerkelijk. Daarmee wordt de toegang tot de koopmarkt in toenemende mate bepaald door vermogen in de familie in plaats van door inkomen uit werk.
Independer wijst erop dat er alternatieven bestaan, van startersleningen tot koopregelingen van woningcorporaties met een korting op de marktwaarde. Het aanbod verschilt echter sterk per gemeente, waardoor twee starters met een vergelijkbaar inkomen in aangrenzende gemeenten een heel andere positie hebben. Eerder werd al beschreven waarom minder starters de woningmarkt op komen.
Voor ontwikkelaars, beleggers en gemeenten onderstreept het onderzoek dat de woningbouwopgave niet alleen een kwestie van aantallen is, maar ook van typologie. Zolang er te weinig aantrekkelijke, levensloopbestendige woningen bijkomen, blijft de grootste reserve aan verhuisgeneigde huishoudens onbenut en levert elke toegevoegde woning minder verhuisketens op dan mogelijk is.
Voor de korte termijn betekent dit dat de markt krap blijft aanvoelen, ook als de prijsstijging afvlakt en het aanbod van bestaande woningen toeneemt. Het vertrouwen in de woningmarkt herstelt pas wanneer huishoudens niet alleen in staat zijn te kopen, maar ook daadwerkelijk een woning zien die bij hun levensfase past.
Foto: Zülal Sezici from Pexels