Winkelvastgoed Europa toont hogere huren en meer bezoekers.
Eurocommercial Properties, het aan de Amsterdamse beurs genoteerde winkelvastgoedfonds, boekte over de eerste helft van 2026 een direct beleggingsresultaat van 68,7 miljoen euro. Dat is 2,6 procent meer dan de 66,9 miljoen euro over dezelfde periode van 2025. Het fonds publiceerde de halfjaarcijfers op 27 augustus 2026 en handhaafde daarbij zijn prognose voor het hele jaar.
De cijfers zijn relevant voor de bredere markt voor winkelvastgoed in Europa, omdat Eurocommercial met een portefeuille van ruim vier miljard euro in vier landen actief is en daarmee een van de weinige beursgenoteerde graadmeters vormt voor de verhuur- en bezoekersontwikkeling in dominante regionale winkelcentra. Na jaren waarin retailvastgoed als beleggingscategorie werd afgeschreven, laat het fonds zien dat de kasstromen uit fysieke winkels opnieuw groeien.
De bruto huurinkomsten kwamen volgens PropertyNL uit op 122,7 miljoen euro, een stijging van 2,6 procent ten opzichte van de eerste helft van 2025. De netto huurinkomsten namen met 3,0 procent toe tot 104,8 miljoen euro, wat erop wijst dat de exploitatiekosten minder hard opliepen dan de huren zelf.
Het IFRS-resultaat na belastingen bedroeg 78,1 miljoen euro, tegen 42,3 miljoen euro een jaar eerder. Dat verschil komt grotendeels voort uit herwaarderingen: de vastgoedportefeuille werd medio 2026 gewaardeerd op circa 4,19 miljard euro, tegen ruim 4,05 miljard euro ultimo 2025. Volgens beurs.nl noemt het fonds de balans onverminderd solide.
Het aantal bezoekers van de winkelcentra steeg in de eerste jaarhelft met 3,2 procent, terwijl de omzet van de huurders met 4,6 procent toenam. Die twee bewegingen versterken elkaar: hogere bezoekersaantallen vertalen zich doorgaans met vertraging in hogere omzethuren en in een sterkere onderhandelingspositie bij contractverlengingen.
Het fonds sloot 101 nieuwe huurcontracten af, 7,9 procent meer dan in de eerste helft van 2025. De leegstand bleef beperkt tot circa 1 procent en de huurincasso bleef op een hoog niveau. Volgens bestuursvoorzitter Jan van Garderen blijven de centra meer klanten trekken, met stijgende bezoekersaantallen en omzetten als gevolg.
Italië is met 56,3 miljoen euro aan huurinkomsten veruit de grootste markt van het fonds, gevolgd door Zweden, Frankrijk en België. Bijna de helft van de vastgoedportefeuille bevindt zich in Italië, waar de huurdersomzet in de eerste jaarhelft met 7,3 procent steeg en daarmee ruim boven het groepsgemiddelde uitkwam.
De strategie is onverminderd gericht op dominante winkelcentra in koopkrachtige regio’s, waar de vraag naar winkelruimte volgens het fonds solide blijft. Die concentratie op een beperkt aantal grote, goed bereikbare centra verklaart waarom de bezettingsgraad hoog blijft terwijl kleinere en verouderde winkelgebieden elders in Europa juist met structurele leegstand kampen.
De grootste acquisitie in de geschiedenis van het fonds is Avion Shopping in het Zweedse Umeå, een winkelcentrum van 45.000 vierkante meter dat vanaf april 2026 aan het resultaat bijdraagt. Het centrum is daarmee slechts een kwartaal in de halfjaarcijfers verwerkt, zodat het volle effect pas in latere periodes zichtbaar wordt.
Voor 2026 handhaafde Eurocommercial de prognose voor het direct beleggingsresultaat op 2,45 tot 2,50 euro per aandeel. Voor 2027 rekent het fonds op verdere groei, gedreven door Avion Shopping en door remerchandising van bestaande centra, waarbij de huurdersmix wordt vernieuwd om meer bezoek en omzet te genereren. Beleggers reageerden terughoudend: het aandeel sloot volgens beurs.nl 1,3 procent lager op 26,80 euro.
Voor institutionele beleggers onderstrepen de cijfers dat winkelvastgoed in Europa opnieuw een stabiele kasstroom kan opleveren, mits het gaat om dominante centra met een sterke huurdersmix en een lage leegstand. De combinatie van geïndexeerde huren, oplopende huurdersomzetten en een bezettingsgraad van rond de 99 procent bepaalt de waardeontwikkeling in dit segment inmiddels nadrukkelijker dan de renteontwikkeling alleen.
Voor de Nederlandse markt sluit dat beeld aan bij eerdere signalen, waaronder de constatering dat winkelvastgoed profiteert van 3,1 procent omzetgroei in de detailhandel. Tegelijk verschuift het accent bij Nederlandse eigenaren en beheerders naar het volledig ontzorgen van winkelvastgoed, omdat de waarde van een centrum steeds meer afhangt van actieve exploitatie en minder van louter de locatie.
Foto: Pixabay from Pexels