Huisvesting arbeidsmigranten vraagt 24.000 extra woningen.
De huisvesting van arbeidsmigranten in Nederland vraagt om circa 24.000 extra woningen zodra de aangescherpte kwaliteitseisen van het kabinet van kracht worden. Dat blijkt uit een berekening van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), uitgevoerd in opdracht van de Vereniging Huisvesting Internationale Medewerkers (VHIM). Het onderzoek werd op 27 augustus 2026 bekend.
Die opgave komt boven op de bestaande uitbreiding van het aanbod, die volgens het EIB neerkomt op ongeveer 6.500 slaapplaatsen per jaar. Voor gemeenten, uitzendorganisaties en gespecialiseerde huisvesters betekent dat een aanzienlijke bouw- en vergunningsopgave, juist in een periode waarin nieuwe locaties moeizamer van de grond komen.
Kern van de nieuwe regels is de zogeheten Roemer-norm. Elke arbeidsmigrant krijgt recht op een eigen slaapkamer van minimaal 5,5 vierkante meter, met daarnaast minimaal 15 vierkante meter aan eigen woonruimte. Het delen van een slaapkamer is onder die norm niet langer toegestaan.
Volgens het EIB voldoet de huisvesting van ruim 130.000 arbeidsmigranten op dit moment niet aan die eisen. Om iedereen een eigen slaapkamer te geven zijn circa 72.000 extra slaapkamers nodig. Omdat gemiddeld drie arbeidsmigranten een woning delen, vertaalt het instituut dat door naar de 24.000 extra woningen waar de berekening op uitkomt.
Het gaat daarbij nadrukkelijk niet alleen om nieuwbouw. Een deel van de opgave kan worden opgevangen door bestaande logiesgebouwen te verbouwen, waarbij het aantal bedden per pand daalt en het aantal panden dus omhoog moet. Die rekensom drukt direct op de exploitatie: dezelfde vierkante meters huisvesten straks minder mensen.
De grootste belemmering zit volgens het onderzoek niet in de bouwkosten, maar in het lokale beleid. Veel gemeenten hanteren opkoopbescherming in wijken met relatief veel arbeidsmigranten, maximeren het aantal verhuurpanden per straat of buurt en verlengen tijdelijke vergunningen voor logieslocaties regelmatig niet.
Daarnaast stuit uitbreiding vaak op weerstand in de buurt, waardoor colleges terughoudend zijn met het aanwijzen van nieuwe locaties. Het resultaat is een structurele mismatch: de wetgever verhoogt de kwaliteitseisen, terwijl het aantal beschikbare plekken om aan die eisen te voldoen nauwelijks groeit.
Voor beleggers en ontwikkelaars in dit segment betekent dat een langere doorlooptijd en een hoger vergunningsrisico. Partijen die zich richten op kwaliteitshuisvesting voor arbeidsmigranten wijzen er al langer op dat schaal en professionalisering nodig zijn om de norm haalbaar te maken.
Het wetsvoorstel raakt niet alleen de fysieke kwaliteit, maar ook de contractvorm. Verblijf korter dan dertig nachten blijft mogelijk, maar daarna moet de verhuurder een contract voor onbepaalde tijd aanbieden. De maatregel moet arbeidsmigranten meer huurbescherming geven en voorkomen dat werk en woning aan elkaar gekoppeld blijven.
De VHIM stelt dat die termijn niet realistisch is, omdat het werk waarvoor internationale medewerkers naar Nederland komen doorgaans seizoensgebonden en tijdelijk is. Ook eerder al bleek dat de beperking van short stay tot dertig nachten het verdienmodel onder verhuurde logiesconcepten wegneemt.
Hoe lastig nieuwe locaties liggen, bleek deze week in Den Haag. Het nieuwe college schrapt de plannen voor tijdelijke huisvesting van circa 320 arbeidsmigranten bij De Uithof aan de Jaap Edenweg. Het vorige stadsbestuur wilde die plek juist inzetten om de druk op Haagse woonwijken te verlichten.
In het coalitieakkoord dat voor de zomer werd gepresenteerd, schreven de coalitiepartijen dat zij bij De Uithof geen ruimte zien voor een arbeidsmigrantenhotel. De locatie lag dicht bij het Westland, waar een groot deel van de in Den Haag verblijvende arbeidsmigranten werkt. Het besluit werd op 28 augustus 2026 gemeld.
De uitkomst van het EIB-onderzoek legt een spanning bloot die de komende jaren bepalend wordt voor dit segment. De kwaliteitseisen zijn breed gedragen, maar zonder extra locaties leidt de norm eerder tot verdringing dan tot betere huisvesting.
Voor ontwikkelaars en beleggers betekent dit dat de vraag naar professioneel beheerde logiescomplexen onverminderd groot blijft, terwijl de haalbaarheid steeds nadrukkelijker afhangt van gemeentelijk beleid. De behandeling van het wetsvoorstel en de bijbehorende overgangstermijnen bepalen naar verwachting hoe snel die opgave zich vertaalt in concrete projecten.
Foto: Jan van der Wolf from Pexels