Nederlandse fastfoodzaak in een winkelstraat, illustratief voor de groei van horecavastgoed
05 aug 2026 - Young Media

Horecavastgoed: aantal fastfoodzaken bijna verdubbeld.

Horecavastgoed: aantal fastfoodzaken bijna verdubbeld.

Nederland telde begin 2026 circa 19.400 fastfoodzaken, bijna twee keer zoveel als in 2007. Dat maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek op 5 augustus 2026 bekend. Voor het horecavastgoed betekent die verschuiving dat een groeiend deel van de winkel- en horecaplinten wordt ingevuld door kleinschalige, snelle eetformules.

De cijfers laten zien dat de samenstelling van het Nederlandse aanbod aan eetgelegenheden in twee decennia ingrijpend is veranderd. Waar restaurants lange tijd de grootste groep vormden, is die positie inmiddels overgenomen door fastfoodzaken. Die verschuiving werkt door in unitgroottes, technische eisen en de huurdersmix van winkelstraten, aanloopstraten en toeristische kernen.

Fastfood groeit sneller dan restaurants

Volgens het CBS steeg het aantal fastfoodzaken van circa 10.300 in 2007 naar ruim 19.400 begin 2026, een toename van ongeveer 88 procent. Het aantal restaurants nam in dezelfde periode toe van circa 11.100 naar 19.200 vestigingen. Omdat fastfood sneller groeide, telt Nederland sinds enkele jaren meer fastfoodzaken dan restaurants.

In totaal gaat het naar schatting om 39.000 eetgelegenheden, waarvan ruim de helft in de fastfoodcategorie valt. Daaronder rekent het CBS niet alleen hamburgerketens, maar ook cafetaria’s, snackbars, lunchrooms, grillrooms, ijssalons en mobiele verkooppunten.

Volgens hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS hangt de groei samen met de gestegen welvaart: consumenten hebben meer te besteden en eten daardoor vaker buiten de deur of halen onderweg iets kleins. Die verandering in het bestedingspatroon vertaalt zich rechtstreeks naar de vraag naar kleinschalige horecaruimte op zichtlocaties.

Kustgemeenten kennen hoogste dichtheid

Landelijk komt er iets meer dan één fastfoodzaak per duizend inwoners voor: gemiddeld 1,1. In toeristische gemeenten ligt dat aantal fors hoger. Op Vlieland gaat het om 8,3 fastfoodzaken per duizend inwoners, gevolgd door Schiermonnikoog, Ameland en Terschelling.

Ook Zeeuwse kustgemeenten, Zandvoort en Valkenburg aan de Geul kennen volgens het CBS bovengemiddelde dichtheden. Aan de andere kant van het spectrum staan Renswoude en Staphorst, met circa 0,3 vestigingen per duizend inwoners: ongeveer een kwart van het landelijk gemiddelde.

In absolute aantallen domineren de grote steden. De vier grootste gemeenten nemen samen bijna twintig procent van alle fastfoodzaken voor hun rekening, met Amsterdam als koploper met 1.605 vestigingen. In Limburg tekenen Heerlen, Roermond en Maastricht voor de hoogste dichtheid, met circa 1,6 zaken per duizend inwoners.

Horecavastgoed vult vrijkomende plinten

Voor eigenaren van winkelvastgoed is de opmars van fastfood vooral een vraagstuk van invulling. Waar filiaalbedrijven zich terugtrekken uit aanloopstraten en kleinere kernen, melden zich steeds vaker horeca-, dienstverlenings- en leisureformules voor de vrijgekomen units. Dat past in een bredere beweging waarin de winkelstraat verschuift van uitsluitend kopen naar verblijven.

De ruimtevraag verschilt daarbij wezenlijk van klassieke retail. Fastfoodformules nemen doorgaans kleinere units af, stellen zwaardere eisen aan afzuiging, vetafscheiders, koeling en elektrische aansluitwaarde, en genereren meer afhaal- en bezorgverkeer. Dat vraagt investeringen in de technische staat van het pand en heeft gevolgen voor de exploitatielasten.

Daartegenover staat dat horecaformules bezoekersstromen aan een gebied binden, ook buiten de reguliere winkeltijden. Voor beleggers die zich richten op winkelportefeuilles op sterke locaties draait de afweging vooral om de vraag hoe die formules zich verhouden tot het gewenste kwaliteitsniveau van een straat.

Huurdersmix vraagt om gemeentelijke sturing

Verschillende gemeenten sturen inmiddels via het omgevingsplan en aanvullend horecabeleid op het aandeel snelle eetformules in het kernwinkelgebied. Achterliggende zorg is dat een te grote concentratie van vergelijkbare formules de aantrekkelijkheid en daarmee de huurwaarde van een gebied onder druk zet.

In toeristische gemeenten speelt bovendien de seizoensgebondenheid een rol. Een hoge dichtheid per inwoner zegt daar weinig over de werkelijke bestedingsbasis, omdat het aanbod is afgestemd op de piekdrukte in het hoogseizoen. Voor het beheer en de exploitatie van winkelvastgoed betekent dat sterk wisselende bezettings- en omzetpatronen over het jaar.

Marktinzicht

De CBS-cijfers bevestigen dat horeca structureel terrein wint in het Nederlandse winkelgebied. Voor eigenaren en beleggers is fastfood daarmee minder een restcategorie en steeds nadrukkelijker een zelfstandig segment binnen het horecavastgoed, met eigen technische eisen, kortere huurtermijnen en een sterkere afhankelijkheid van passantenstromen.

Voor gemeenten en gebiedseigenaren ligt de opgave in de balans. Een gevarieerde huurdersmix houdt een gebied levendig, terwijl eenzijdigheid de positionering van een winkelgebied op termijn kan uithollen. Naar verwachting blijft sturing op branchering daarmee een van de bepalende instrumenten in de transformatie van Nederlandse winkelstraten.

Foto: Martijn Stoof from Pexels

All rights reserved © 2026 Young Media