Starters op de woningmarkt in Breda hebben meer te kiezen doordat het aanbod in het segment tot 400.000 euro toeneemt, vooral in appartementen. De gemiddelde overbieding op starterswoningen in de stad is teruggelopen naar circa 6 procent. Dat stelt assistent-makelaar Michael Leijte van Van der Sande Makelaars op 11 augustus 2026.
Het extra aanbod komt volgens Leijte deels voort uit huurwoningen die door beleggers worden verkocht en deels uit doorstroming binnen bestaande wijken als Heuvel en Sportpark. Kopers hebben daardoor meer opties dan een jaar geleden, terwijl de markt in absolute zin krap blijft.
De verschuiving is zichtbaar in het biedgedrag. Waar dubbele percentages boven de vraagprijs eerder routine waren, ligt de gemiddelde overbieding op starterswoningen in Breda nu rond de 6 procent. Vraagprijzen en verkoopprijzen komen daarmee dichter bij elkaar te liggen, aldus de makelaar.
Doordat vergelijkbare appartementen vaker naast elkaar te koop staan, wegen kopers details zwaarder mee: de onderhoudsstaat, de ligging van het balkon, de afwerking en de buitenruimte. Woningen die een forse verbouwing vragen hebben het moeilijker, omdat verbouwkosten oplopen en vakmensen schaars zijn. Direct bewoonbare woningen profiteren juist van die terughoudendheid.
Het Bredase beeld sluit aan bij de landelijke cijfers van het CBS en het Kadaster over het tweede kwartaal van 2026. Appartementen stegen met 3,2 procent in prijs en bleven daarmee achter bij alle andere woningtypen, terwijl het landelijke gemiddelde op 4,2 procent uitkwam.
Dat starters daarvan profiteren is niet vanzelfsprekend. Eerder dit jaar bleek nog dat het aantal starters op de woningmarkt terugloopt, terwijl recente cijfers laten zien dat de doorstroming op de woningmarkt aantrekt zonder dat de instroom van nieuwe kopers meebeweegt.
Volgens Leijte moeten de nieuwbouwambities van Breda extra aanbod opleveren doordat zittende eigenaren doorschuiven. Een echte kopersmarkt acht hij onwaarschijnlijk: de extreme druk neemt geleidelijk af, maar van ontspanning is nog geen sprake.
Het beeld past in een bredere beweging waarin regionale woningmarkten uit elkaar lopen. Voor ontwikkelaars en beleggers hangt de afzetbaarheid van kleinere appartementen daarmee nadrukkelijker af van de lokale voorraad en de productkwaliteit dan van de krapte alleen.
Foto: Jan van der Wolf from Pexels. Bron: Vastgoedjournaal, 11 augustus 2026