Biotech Campus Delft komt onder provinciale regie.
De provincie Zuid-Holland heeft een voorkeursrecht gevestigd op gronden in het deelgebied BCD-Oost, onderdeel van de Biotech Campus Delft. Het besluit werd op 11 augustus 2026 bekend en geeft de provincie het eerste recht van koop op zestien percelen die eigendom zijn van dsm-firmenich. Daarmee krijgt een provinciale overheid grip op een van de weinige locaties in de Randstad waar biotechbedrijven kunnen doorgroeien van onderzoek naar productie.
Het gaat om circa veertien hectare tussen de Delftse binnenstad en Rijswijk. Op dat terrein staat onder meer de gistfabriek die dsm-firmenich sloot nadat de gistactiviteiten naar het Franse Lesaffre gingen, aangevuld met het Groote Kantoor, een haven en onbebouwd terrein. De vrijval van een aaneengesloten productielocatie van deze omvang is in de regio Rotterdam-Den Haag uitzonderlijk.
Gedeputeerde Staten namen het besluit eind juli, vlak voor het zomerreces. Het voorkeursrecht verplicht dsm-firmenich niet tot verkoop: het recht wordt pas actief op het moment dat het bedrijf de grond van de hand wil doen. Gebeurt dat, dan moet het de percelen eerst aan de provincie aanbieden.
De provincie heeft vervolgens zes weken om te besluiten of zij daadwerkelijk over een aankoop wil onderhandelen. Het voorlopige besluit van Gedeputeerde Staten is bovendien beperkt houdbaar: Provinciale Staten moeten binnen drie maanden bestendigen, anders vervalt het recht van rechtswege.
Het instrument is bedoeld om te voorkomen dat een verkoop aan een derde de doorontwikkeling van de campus doorkruist. Een belegger of ontwikkelaar die het terrein op eigen voorwaarden zou invullen, kan de ruimtelijke samenhang van het campusconcept onherstelbaar aantasten.
Campus-Oost grenst direct aan de historische binnenstad van Delft en ligt tegelijk aan de spoorlijn en het bedrijventerrein richting Rijswijk. Die dubbele ligging maakt het gebied zowel geschikt voor bedrijvigheid als aantrekkelijk voor woningbouw, en juist die spanning bepaalt het planproces.
Op het terrein staan zes monumenten, waaronder het Taplokaal. Die gebouwen gelden in alle varianten als vast onderdeel van de toekomstige inrichting, wat het herbestemmen van de locatie complexer maakt dan een reguliere sloop-nieuwbouwopgave.
De campusorganisatie liet drie scenario’s onderzoeken: het handhaven van bedrijvigheid, een volledige omzetting naar wonen, en een gemengde invulling. De voorkeur ging uit naar het derde scenario, met bedrijvigheid in het noordelijke deel en een woongebied aan de zuidzijde, tegen de binnenstad aan.
Volgens de eerder gepubliceerde planning start de sloop van bestaande opstallen in 2026 en komen de eerste nieuwe activiteiten vanaf 2028 op gang. Campusdirecteur Stefan Guirten en adviseur Michel Hek van VPR Consultants begeleiden het traject, waarbij de gemeente Delft en de provincie als bevoegd gezag aan tafel zitten.
De opgave lijkt op de herontwikkeling van andere Delftse binnenstedelijke locaties, waar functiemenging inmiddels de norm is. Ook bij de overname van winkelcentrum Nijhoff Passage in Delft speelde de combinatie van bestaande functies en toekomstige verdichting een rol in de waardering.
De Biotech Campus Delft profileert zich als plek waar bedrijven van laboratoriumschaal naar fermentatie op industriele schaal kunnen opschalen. Dat vraagt om zware infrastructuur, milieuruimte en netcapaciteit, drie zaken die in de Randstad nauwelijks nog beschikbaar zijn en die zich niet laten improviseren op een willekeurig bedrijventerrein.
Voor de provincie is het gebied daarmee geen gewone grondpositie maar een economische voorziening. Wie de grond bezit, bepaalt in de praktijk of de campus de komende twintig jaar kan uitbreiden of vastloopt op de eigen erfgrens.
Tegelijkertijd drukt de woningbouwopgave. Delft heeft weinig uitbreidingsruimte en kijkt structureel naar binnenstedelijke locaties, waardoor de verleiding groot is om veertien hectare vlakbij het centrum grotendeels als woongebied te programmeren. De discussie over de vraag of nieuwe woonlocaties werkelijk uit het niets te bouwen zijn, maakt die keuze zwaarder: schaarse werklocaties zijn na omzetting niet terug te halen.
Het voorkeursrecht markeert een verschuiving waarbij provincies zich niet beperken tot ruimtelijke kaders, maar zelf grondposities inzetten om economische structuur te beschermen. Voor ontwikkelaars en beleggers betekent dat een extra partij aan tafel op locaties die tot voor kort puur privaat werden verhandeld.
Zolang Provinciale Staten het recht niet bestendigen, blijft de situatie juridisch open. Wordt het wel bekrachtigd, dan bepaalt de provincie voor de komende jaren mede het tempo en de programmering van een van de belangrijkste life-scienceslocaties van Nederland.
Foto: Steven Lek via Wikimedia Commons (CC BY-SA 4.0)