Luchtfoto van een moderne Nederlandse woonwijk met eengezinswoningen en een appartemententoren
12 aug 2026 - Young Media

Regionale woningmarkt houdt jongeren dicht bij huis.

Regionale woningmarkt houdt jongeren dicht bij huis.

Ongeveer tachtig procent van de Nederlandse jongeren woont op 28-jarige leeftijd nog in dezelfde provincie als op hun zestiende. Dat blijkt uit onderzoek van Femke Cnossen en Harm-Jan Rouwendal van de Rijksuniversiteit Groningen, dat op 12 augustus 2026 verscheen in Economisch Statistische Berichten. De onderzoekers gebruikten CBS-microdata van alle personen die tussen 1980 en 1995 zijn geboren.

Voor de regionale woningmarkt is die uitkomst zwaarwegender dan voor de arbeidsmarkt. Ze betekent dat de woningbehoefte grotendeels lokaal ontstaat en lokaal blijft, en dat gemeenten en corporaties hun programmering niet kunnen baseren op de aanname dat jongeren wel wegtrekken als het aanbod tegenvalt.

Tachtig procent blijft in de eigen provincie

Meer dan de helft van de onderzochte groep woont op 28-jarige leeftijd zelfs nog in dezelfde gemeente als op hun zestiende. Het merendeel van de verhuisbewegingen vindt plaats tussen het achttiende en het tweeentwintigste levensjaar; daarna stabiliseert het patroon en verandert er weinig meer.

Wie wel vertrekt, blijft doorgaans in de buurt. De onderzoekers spreken van een arbeidsmarkt die in de praktijk veel minder flexibel is dan in economische modellen wordt verondersteld.

Opleidingsniveau bepaalt de verhuisafstand

Het verschil naar opleidingsniveau is groot. Van de mbo-opgeleiden woont ruim zestig procent op 28-jarige leeftijd nog in de gemeente van herkomst. Bij hbo-opgeleiden is dat circa veertig procent en bij academisch opgeleiden ongeveer dertig procent.

Hoger opgeleiden uit niet-stedelijke gebieden verhuizen daarbij overwegend richting de grote steden, waar het aanbod aan passend werk groter is. Die stroom is eenrichtingsverkeer: de terugkeer naar de regio van herkomst blijft beperkt.

Voor de woningmarkt betekent dat een gescheiden vraagpatroon. In studentensteden en de Randstad concentreert zich de vraag van hoogopgeleide jonge huishoudens naar kleinere huur- en koopwoningen, terwijl in de regio de vraag van mbo-opgeleide starters naar betaalbare grondgebonden woningen blijft liggen.

Urk en Bloemendaal als uitersten

De verschillen tussen gemeenten zijn opvallend groot. Urk kent met tachtig procent het hoogste blijfpercentage van het land. Ook de grote steden scoren hoog: in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Groningen en Maastricht blijft 63 tot 74 procent van de jongeren wonen waar ze opgroeiden.

Aan de andere kant van het spectrum staat Bloemendaal, waar slechts veertien procent blijft. Ook perifere gemeenten in Drenthe, Flevoland en Zeeland zien een groot deel van hun jongeren vertrekken. Dure woongemeenten en dunbevolkte randgebieden verliezen dus om verschillende redenen dezelfde leeftijdsgroep.

Daarbij loopt het blijfpercentage overal terug. Bij de meest recente cohorten komt het gemiddelde per gemeente onder de vijftig procent uit, wat erop wijst dat de honkvastheid afneemt zonder dat de mobiliteit grote afstanden gaat overbruggen.

Regionale woningmarkt vraagt lokale programmering

Voor projectontwikkelaars onderstreept het onderzoek dat de afzetmarkt van een nieuwbouwplan in middelgrote en kleine gemeenten voor een groot deel uit de eigen gemeente komt. De veronderstelling dat instroom van buiten het plan draagt, houdt zelden stand.

Gemeenten en woningcorporaties staan voor een verwante opgave. Als jongeren blijven maar het aanbod in het betaalbare segment ontbreekt, verschuift het knelpunt naar langer thuis wonen en naar overbelaste wachtlijsten in plaats van naar vertrek. Dat sluit aan bij eerdere signalen dat het woningtekort jongeren dwingt langer bij hun ouders te blijven wonen.

Institutionele beleggers kijken intussen scherper naar de spreiding van hun woningportefeuille. De vraag verschuift al langer van de grote steden naar middelgrote gemeenten, en de bevinding dat jongeren daar blijven wonen versterkt de onderbouwing van die beweging.

Tegelijkertijd blijft het huuraanbod in kleinere steden onder druk staan, doordat particuliere verhuurders hun bezit in kleinere steden uitponden. Waar de private huurmarkt verdwijnt, valt juist de woningcategorie weg die jonge huishoudens in hun eigen gemeente zou moeten opvangen.

Marktinzicht

De lage verhuismobiliteit van jongeren verankert de woningvraag in de regio waar zij opgroeiden en maakt regionaal woonbeleid daarmee bepalender dan nationale prognoses suggereren. Voor de vastgoedsector betekent dit dat de programmering per gemeente moet aansluiten bij het opleidingsprofiel van de eigen jeugd, en niet bij een landelijk gemiddelde.

Naarmate het blijfpercentage verder daalt zonder dat de afstanden toenemen, verschuift de druk naar de directe omgeving van de herkomstgemeente. Zonder betaalbaar aanbod in die schil zal het tekort zich verplaatsen in plaats van oplossen.

Foto: Job1505 De waal from Pexels

All rights reserved © 2026 Young Media