Netcongestie: Rotterdam vraagt stroom eerder aan.
Netcongestie dwingt de gemeente Rotterdam tot een andere volgorde in het bouwproces. De gemeente roept ontwikkelaars van woningbouw- en onderwijsprojecten op om hun aansluiting en transportcapaciteit voortaan in een veel vroeger stadium aan te melden, zo werd op 13 augustus 2026 bekend. Rotterdam dient die aanvraag vervolgens namens de ontwikkelaar in bij netbeheerder Stedin.
De oproep vloeit voort uit een landelijke werkwijze die netbeheerders, gemeenten en het Rijk hebben afgesproken en die op 1 oktober 2026 van start gaat. Vanaf dat moment kunnen gemeenten transportcapaciteit aanvragen voor projecten die tot tien jaar vooruit worden opgeleverd. Voor ontwikkelaars verschuift daarmee een deel van het aansluitrisico naar de vroegste fase van de planvorming.
De aanleiding is de druk op het elektriciteitsnet. Sinds 1 juli 2026 hanteren netbeheerders ook voor kleinverbruikers een wachtrij voor nieuwe aansluitingen en verzwaringen, terwijl zo’n rij tot dat moment alleen voor grootverbruikers gold. Daarmee raakt netcongestie rechtstreeks aan de oplevering van woningen.
Volgens Stedin bepaalt de datum van aanmelding de positie in die wachtrij. Capaciteit komt vrij in zogenoemde vrijgaverondes, waarbij de volgorde van de rij en de toegekende categorie leidend zijn. Wie zich later meldt, schuift verder naar achteren, ongeacht de fase waarin een project verkeert.
Eind 2025 zijn woningbouw en scholen opgenomen in het prioriteringskader van toezichthouder ACM. Dat kader kent drie categorieën: projecten die de netcapaciteit zelf vergroten, projecten die bijdragen aan veiligheid, en pas daarna woningbouw en onderwijs. Binnen elke categorie geldt de volgorde van aanmelding.
Prioriteit betekent daarmee iets anders dan voorrang op capaciteit. Stedin benadrukt dat eerder aanvragen geen garantie geeft dat er op tijd ruimte op het stroomnet is; het bepaalt uitsluitend de plek in de rij. Voor een businesscase is dat een wezenlijk verschil, omdat de opleverdatum onzeker blijft zolang de netbeheerder geen capaciteit heeft toegewezen.
Nieuw is vooral de rol van de gemeente. Rotterdam verzamelt de projectgegevens, toetst ze en dient de aanvragen gebundeld in tijdvakken in bij Stedin. Ontwikkelaars vullen daarvoor een formulier in en leveren onderbouwende documentatie aan, die tevens de basis vormt voor het verzoek om een prioriteitspositie.
De gevraagde gegevens zijn gedetailleerd: aantal en type aansluitingen, de gekozen warmteoplossing, collectieve voorzieningen zoals liften en batterijsystemen, de gewenste aansluitdata per bouwfase en de exacte locatie. Voor kleinschalige, onlosmakelijk met het wonen verbonden functies binnen een plan, zoals winkels, zorgruimten, kinderopvang of laadpunten, hanteert Rotterdam een marge van maximaal 7,5 procent extra capaciteit.
Dat vraagt van ontwikkelaars dat zij het energieconcept jaren eerder vastleggen dan gebruikelijk. Het sluit aan bij het pleidooi in de sector dat proactieve regie op energie een voorwaarde voor groei is geworden in plaats van een sluitstuk van het ontwerp.
De keerzijde zit in de verplichtingen die gemeenten aangaan. De VNG wijst erop dat gemeenten de benodigde aansluitingen moeten voorfinancieren en dat de werkwijze een zware last legt op het tijdig en volledig indienen van aanvragen. Tegelijk adviseert de koepel deelname, omdat het vastleggen van transportcapaciteit bij netbeheerders noodzakelijk is.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties publiceerde op 20 juli 2026 een handreiking over de voorbereidingen die gemeenten voor 1 oktober moeten treffen. Op 23 juni verschenen al deelhandreikingen over het prioriteringskader van de ACM. De keuze welke projecten als eerste worden aangemeld, wordt daarmee een expliciet lokale afweging.
Voor projectontwikkelaars en institutionele beleggers betekent de nieuwe procedure dat netcapaciteit opschuift naar de acquisitie- en haalbaarheidsfase. Een locatie zonder aangemelde wachtrijpositie draagt vanaf oktober een risico dat zich pas jaren later openbaart, op het moment dat de woningen gereed zijn maar de aansluiting nog niet.
Naar verwachting koppelen gemeenten die afweging aan hun eigen woningbouwprogramma, waarbij plannen met een harde planologische status voorrang krijgen. De ontwikkeling past in een breder beeld waarin energie-infrastructuur de volgorde van gebiedsontwikkeling bepaalt; eerder kreeg het warmtenet tussen Rijswijk en Leiden na jaren procederen definitief groen licht. Voor Rotterdam geldt dat de eerste aanvragen vanaf 1 oktober 2026 bij Stedin worden ingediend.
Foto: Michielverbeek via Wikimedia Commons (CC BY 4.0)