Warmtenet Rijswijk-Leiden krijgt definitief groen licht.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 5 augustus 2026 de laatste bezwaren tegen het warmtenet Rijswijk-Leiden ongegrond verklaard. Daarmee is het provinciale inpassingsplan voor de warmtetransportleiding WarmtelinQ onherroepelijk en kan de aanleg zonder juridisch voorbehoud worden voortgezet. Aannemers Hanab en A.Hak kunnen door met het werk, meldde vakblad Cobouw op 7 augustus 2026.
De uitspraak markeert het einde van een procedure die de planning van een van de grotere warmteprojecten in de zuidelijke Randstad jarenlang van onzekerheid voorzag. Voor gemeenten, corporaties en vastgoedeigenaren langs het tracé verdwijnt daarmee een van de belangrijkste risico’s onder hun verduurzamingsplannen.
Drie inwoners van Leidschendam en Coöperatie De Groene Klaver hadden beroep ingesteld tegen het inpassingsplan van de provincie Zuid-Holland. Zij vonden dat de leiding ten noorden van de A4 had moeten worden gelegd in plaats van ten zuidoosten daarvan, en wezen op de gevolgen voor het aangrenzende weidevogelgebied.
Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de provincie de verschillende alternatieven zorgvuldig onderzocht en de gekozen route voldoende gemotiveerd. De effecten van de aanleg op het weidevogelgebied zijn naar het oordeel van de Afdeling tijdelijk en beperkt, en kunnen met mitigerende maatregelen verder worden verkleind. Ook de omgevingsvergunning die de gemeente Den Haag voor het project verleende, is met de uitspraak definitief geworden.
Het warmtenet Rijswijk-Leiden is een uitbreiding van WarmtelinQ, het warmtetransportnet dat restwarmte uit de Rotterdamse haven naar de regio’s Den Haag en Leiden brengt. Het tracé tussen Rijswijk en Leiden is circa 25 kilometer lang en loopt onder meer via Leidschendam-Voorburg, Voorschoten, Zoeterwoude en Leiderdorp.
Volgens WarmtelinQ kunnen via deze route uiteindelijk circa 50.000 huishoudens en bedrijven in de regio van warmte worden voorzien; ook Katwijk en Oegstgeest kunnen op het net worden aangesloten. De aanleg van het tracé begon in het voorjaar van 2026 en in het derde kwartaal van dit jaar wordt op veel plaatsen tegelijk gewerkt. Ingebruikname staat gepland voor het najaar van 2028.
De doorlooptijd van het project illustreert hoe lang warmte-infrastructuur onderweg is. De officiële start van de uitbreiding tussen Rijswijk en Leiden werd in juli 2022 gegeven, waarna eerst het provinciale inpassingsplan en de bijbehorende vergunningen moesten worden doorlopen. Pas met de uitspraak van deze week is het planologische kader onaantastbaar geworden, waardoor de uitvoering niet langer kan worden stilgelegd door een lopende beroepsprocedure.
Voor vastgoedeigenaren in de regio verandert een collectief warmtenet de rekensom onder de verduurzaming van bestaande complexen. Waar individuele warmtepompen vragen om ingrijpende aanpassingen aan installaties, isolatie en soms de netaansluiting, verschuift bij een warmtenet een deel van die investering naar de netbeheerder en de warmteleverancier.
Dat is niet zonder betekenis in een regio waar netcongestie de planning van projecten steeds vaker bepaalt. Netbeheerders waarschuwen al langer dat de beschikbare netcapaciteit een rem zet op nieuwbouw en op de elektrificatie van de bestaande voorraad. Een warmtenet ontlast het elektriciteitsnet doordat de warmtevraag niet volledig naar het stopcontact wordt verplaatst.
Tegelijk stelt aansluiting op een warmtenet eigen eisen. De aanleg vraagt om langjarige zekerheid over afname, en contractduur en tariefstructuur wegen zwaar in de businesscase van corporaties en beleggers. Dat vraagt om proactieve regie op energie in de portefeuille, waarbij tracés en aansluitmomenten al in de planvorming worden meegewogen.
Voor corporaties in Rijswijk, Leidschendam-Voorburg en Leiden raakt die afweging direct aan de renovatieplanning van naoorlogse complexen, waar de warmtevraag hoog is en de ingreep per woning kostbaar. Een aansluiting op het warmtenet kan het moment van grootschalige renovatie verschuiven, maar bindt de eigenaar tegelijk voor tientallen jaren aan één leverancier.
Met het onherroepelijke inpassingsplan verschuift de aandacht van de juridische procedure naar de uitvoering. Voor gemeenten langs het tracé betekent dat de komende twee jaar vooral hinder, verkeersmaatregelen en afstemming met lopende gebiedsontwikkelingen, zoals de herontwikkeling van het Rijswijkse stadscentrum Bogaard.
Voor projectontwikkelaars en institutionele beleggers is de bredere les dat warmte-infrastructuur zich in dezelfde tijdschalen beweegt als gebiedsontwikkeling zelf: tussen het eerste plan en de ingebruikname van dit tracé verstrijken ruim zes jaar. Wie in de regio Rijswijk-Leiden nu plannen maakt, houdt naar verwachting steeds vaker rekening met een aansluiting op het warmtenet als vast onderdeel van het programma van eisen.
Foto: Sergei Starostin from Pexels