Winkelvastgoed profiteert van 3,1 procent omzetgroei.
De Nederlandse detailhandel boekte in het tweede kwartaal van 2026 3,1 procent meer omzet dan een jaar eerder. Het Centraal Bureau voor de Statistiek maakte de cijfers op 26 augustus 2026 bekend. Voor winkelvastgoed is dat een directe graadmeter, omdat de huurbetalingscapaciteit van retailers uiteindelijk rust op de omzet per vierkante meter verkoopvloeroppervlak.
Het verkoopvolume lag 2,5 procent hoger dan in het tweede kwartaal van 2025. De groei komt daarmee niet uitsluitend uit hogere prijzen, maar ook uit een toename van het daadwerkelijk verkochte aantal producten. Dat onderscheid weegt voor verhuurders van winkelruimte doorgaans zwaarder dan het omzetcijfer zelf.
De non-foodsector groeide met 3,5 procent sterker dan de foodsector, die op 2,5 procent uitkwam. Binnen food realiseerden supermarkten een plus van 2,8 procent, terwijl gespecialiseerde levensmiddelenwinkels met 0,7 procent nauwelijks vooruitkwamen.
Drogisterijen lieten volgens het CBS met 7 procent de sterkste omzetgroei van alle branches zien. Winkels in recreatieartikelen kwamen uit op 4,2 procent en consumentenelektronica op 3,7 procent. Schoenen- en lederwarenzaken vormden de uitzondering, met een omzetdaling van 1,7 procent.
Die spreiding is voor winkelvastgoed betekenisvol. Drogisterijen en supermarkten zijn de trekkers van wijk- en buurtcentra, terwijl mode- en schoenenwinkels het gezicht bepalen van de traditionele binnenstedelijke winkelstraat. De cijfers bevestigen dat de dagelijkse boodschappenlocatie op dit moment stabieler presteert dan het recreatieve winkelgebied.
In april tot en met juni gingen 59 detailhandelaren failliet, tegen 89 in dezelfde periode een jaar eerder. Dat is het laagste kwartaalniveau in drie jaar. Voor eigenaren van winkelvastgoed vertaalt zich dat rechtstreeks in minder huurderving en minder onvoorziene leegstand binnen lopende contracten.
De leegstand in de Nederlandse winkelstraten ligt volgens retailadviseur KroesePaternotte gemiddeld tussen 7 en 10 procent van het totale winkeloppervlak, met aanzienlijke regionale verschillen. In middelgrote steden als Heerlen, Lelystad, Almelo en Terneuzen loopt dat percentage volgens het adviesbureau op tot 20 procent of meer. De landelijke omzetcijfers zeggen daarmee weinig over individuele winkelgebieden, maar wel iets over het risicoprofiel van de sector als geheel.
De omzet van webwinkels steeg met 6,2 procent en groeide daarmee bijna twee keer zo hard als de detailhandel als geheel. Opvallend is dat multichannelbedrijven, met zowel een fysieke winkel als een webshop, met 7 procent harder groeiden dan pure online spelers, die op 5,4 procent uitkwamen.
Dat patroon ondersteunt de redenering die institutionele beleggers de afgelopen jaren aan hun retailstrategie ten grondslag legden: de fysieke winkel functioneert steeds nadrukkelijker als etalage, afhaalpunt en retourlocatie binnen een gecombineerd verkoopkanaal. Het onderstreept dat een winkelunit niet uitsluitend op eigen kassaomzet gewaardeerd kan worden. Diezelfde logica speelde mee bij recente binnenstedelijke transacties, waaronder de aankoop van winkelvastgoed aan het Utrechtse Vredenburg.
Het ondernemersvertrouwen in de detailhandel kwam aan het begin van het derde kwartaal uit op -1,1, tegen -11,8 een kwartaal eerder. Volgens het CBS is dat de grootste stijging in drie jaar. Het sentiment blijft per saldo licht negatief: ruim 40 procent van de ondernemers noemt geopolitieke ontwikkelingen als bron van onzekerheid.
Op de beleggingsmarkt was het herstel al eerder zichtbaar. Volgens CBRE werd in de eerste helft van 2026 circa 7 miljard euro in Nederlands commercieel vastgoed belegd, 36 procent meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. Winkels waren daarbij goed voor circa 1,2 miljard euro, een toename van 30 procent. Kantoren groeiden met 66 procent naar 985 miljoen euro. Volgens de adviseur droegen de groeiende rol van particulier kapitaal en terugkerend vertrouwen in kwalitatief sterke gebruikersmarkten bij aan de hogere transactiedynamiek.
Voor beleggers in winkelvastgoed bevestigen de kwartaalcijfers een beeld dat zich sinds begin 2026 aftekent: de gebruikersmarkt is steviger dan de leegstandspercentages van middelgrote steden doen vermoeden, maar het herstel is ongelijk verdeeld over branches en locatietypen. De combinatie van stijgende volumes, dalende faillissementen en oplopend ondernemersvertrouwen verkleint het huurrisico op de korte termijn.
Voor eigenaren en ontwikkelaars betekent dit dat de selectie op branchemix en locatiekwaliteit bepalend blijft. Waar dagelijkse boodschappen en drogisterijen de bezoekfrequentie dragen, houdt het winkelgebied zijn kasstromen op peil; waar mode en schoenen domineren, blijft de druk op huurniveaus en herinvulling onverminderd aanwezig. De branchecijfers van het CBS geven daarmee vooral een argument om per winkelgebied te sturen, niet om de sector als geheel opnieuw te waarderen. Voor een bredere blik op de ontwikkeling van dit segment biedt het dossier over beheer en exploitatie van winkelvastgoed aanvullende context.
Foto: Fons Heijnsbroek via Wikimedia Commons (CC0). Bron: CBS via PropertyNL / Vastgoedjournaal, 26 augustus 2026