Hittebestendige winkelgebieden worden een vastgoedopgave.
Hittebestendige winkelgebieden schuiven op van comfortthema naar investeringsvraag. Tijdens de week met code rood in juni daalde het aantal passanten in de Nederlandse winkelstraten met 13 procent ten opzichte van dezelfde week een jaar eerder, blijkt uit sensormetingen van onderzoeksbureau RMC. Overdekte en goed gekoelde winkelcentra deden het in diezelfde week juist beter. De analyse werd op 25 augustus 2026 gepubliceerd.
Daarmee krijgt extreem weer voor het eerst een duidelijk meetbare uitwerking op de bezoekcijfers van Nederlandse winkelgebieden. Voor eigenaren, beleggers en gemeenten verschuift de vraag van de vertrouwde discussie over leegstand en branchering naar de fysieke gesteldheid van het gebied zelf.
Het KNMI gaf op 26 en 27 juni 2026 code rood af voor Limburg, Brabant, Gelderland en Overijssel; voor 24 tot en met 27 juni gold in vrijwel het hele land code oranje. De hoogste temperatuur werd volgens het instituut gemeten in Ell, waar het op 26 juni 39,4 graden werd. In grote delen van het land bleef het ook ‘s nachts boven de 22 graden.
De weerbeelden vertalen zich rechtstreeks in loopstromen. Naast de daling van 13 procent in de code-roodweek registreerde RMC over de eerste helft van 2026 landelijk 2,1 procent minder passanten dan een jaar eerder. April was de enige maand met groei, met circa 1 procent; juni kende met een daling van ongeveer 6 procent de zwaarste terugval.
De klap valt bovendien ongelijk. In grote en middelgrote steden liep het aantal passanten met 2,2 procent terug, in kleine steden met 0,7 procent. Juist de dichtbebouwde, versteende centra blijken gevoelig voor hitte.
Waar de open winkelstraten leegliepen, gebeurde in de overdekte centra het omgekeerde. Volgens PropertyNL lag het bezoek aan Mall of the Netherlands in Leidschendam op vrijdag 26 juni juist hoger dan gebruikelijk.
Het geklimatiseerde winkelcentrum functioneerde die dagen als koelteplek met een winkel- en horeca-aanbod erbij. Dat maakt van klimaatbeheersing een commercieel argument in plaats van een exploitatiepost, en het verklaart waarom binnenstedelijke centra hun bezoek zien weglekken naar overdekte concurrenten aan de rand van de stad.
Voor eigenaren van open winkelgebieden is dat een structureel signaal. Het bezoek verdwijnt niet, het verplaatst zich naar de plek met de beste verblijfsomstandigheden, vergelijkbaar met de manier waarop binnensteden hun programmering verschuiven van winkelen naar leisure en verblijf.
De voor de hand liggende reactie, meer koeling, loopt tegen een grens aan. Economen van ABN Amro raden af om de oplossing vooral in airconditioning te zoeken, omdat dat het elektriciteitsnet in de zomerpiek extra belast.
De bank adviseert eigenaren in plaats daarvan te investeren in zonwering en groene daken op winkelpanden, in waterbuffers, en in bomen en schaduwrijke looproutes in open winkelstraten. Doel is dat bezoekers ook bij hoge temperaturen langer in het gebied blijven.
Dat raakt aan de bredere consumptiecijfers. ABN Amro constateerde eerder dat de bestedingen tijdens de code-roodperiode tijdelijk met circa 4 procent terugliepen, waarbij supermarkten de uitzondering vormden. Volgens onderzoeker Jeannine van Reeken-Van Wee van de bank passen mensen hun activiteiten aan zodra de temperaturen extreem worden; buiten de steden was de daling sterker, mede door de hogere leeftijd van de bevolking.
Voor vastgoedeigenaren betekent dit dat hittebestendige winkelgebieden een eigen investeringspost worden, naast de bestaande opgaven rond verduurzaming en energielabels. Zonwering, vergroening en waterberging drukken op het rendement, maar zonder die ingrepen daalt het aantal bezoekers op precies de dagen waarop het weer eerder juist voor extra omzet zorgde.
De verantwoordelijkheid ligt bovendien niet bij een enkele partij. Daken, gevels en zonwering zijn van de eigenaar, terwijl bomen, waterbuffers en schaduwroutes in de openbare ruimte bij de gemeente liggen. Winkelstraten met versnipperd eigendom zijn daarmee in het nadeel ten opzichte van een centrum met een enkele eigenaar.
Diezelfde logica speelt bij de bredere herpositionering van winkelvastgoed, waar panden een nieuwe functiemix krijgen om weer aantrekkelijk te worden; een voorbeeld is de transformatie van een winkelpand in Doetinchem naar zorg, sport en wonen.
Voor beleggers in winkelvastgoed wordt hittebestendigheid naar verwachting een onderdeel van de waardering, vergelijkbaar met de weg die energielabels eerder aflegden. Gebieden die verblijfskwaliteit bij extreem weer kunnen garanderen, houden hun passantenstromen beter op peil.
Volgend jaar zal blijken of de daling van 2026 incidenteel was of het begin van een patroon. Zolang hittegolven in frequentie toenemen, ligt het voor de hand dat eigenaren en gemeenten de klimaatadaptatie van winkelgebieden gezamenlijk gaan programmeren in plaats van per pand.
Foto: Tuur Tisseghem from Pexels